HOME  |  Bestuur en Organisatie  |  Verordeningen en regelingen  |  Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet 2018

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet 2018

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Nunspeet
Officiële naam regelingBesluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet 2018
CiteertitelBesluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet 2018
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpBesluit maatschappelijke ondersteuning 2018

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-01-2018 n.v.t. Nieuwe regeling 11-12-2017 Gemeenteblad Nunspeet, 030237094

Tekst van de regeling

Artikel

HOOFDSTUK 1 Begrippen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit Besluit en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder:

a.Verordening: de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet 2018.

HOOFDSTUK 2 Prijzen voor te leveren diensten

Artikel 2. Kostprijzen voor te leveren diensten (zorg in natura)

Met in achtneming van het bepaalde in artikel 16 van de verordening gelden onderstaande kostprijzen voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4. van de wet. Voor

  1. a.

    Begeleiding individueel Wmo (basis) een bedrag van € 51,60 per uur;

  2. b.

    Begeleiding individueel Wmo module gedrag een bedrag van € 58,20 per uur;

  3. c.

    Begeleiding individueel Wmo module ondersteuning bij ADL een bedrag van € 45,60 per uur;

  4. d.

    Begeleiding groep Wmo (basis) een bedrag van € 12,00 per uur;

  5. e.

    Begeleiding groep Wmo module gedrag een bedrag van € 15,00 per uur;

  6. f.

    Begeleiding groep Wmo module ondersteuning bij ADL een bedrag van € 9,60 per uur;

  7. g.

    Begeleiding tijdens onderwijs 18+ een bedrag van € 13,80 per uur;

  8. h.

    Begeleiding tijdens werk een bedrag van € 13,80 per uur;

  9. i.

    Kortdurend verblijf Wmo tot een bedrag van € 195,20 per etmaal;

  10. j.

    Huishoudelijke hulp categorie 1 een bedrag van € 24,60 per uur;

  11. k.

    Huishoudelijke hulp categorie 2 een bedrag van € 26,40 per uur;

  12. l.

    Huishoudelijke hulp categorie 3 een bedrag van € 28,20 per uur;

  13. m.

    Opslag vervoer bij begeleiding groep een bedrag van € 10,00 per retour:

  14. n.

    Opslag vervoer bij begeleiding groep met rolstoel een bedrag van € 21,00 per retour.

Alle hiergenoemde bedragen zijn inclusief BTW.

Artikel 2a. Tarieven voor te leveren diensten (zorg in natura) 2018

Met in achtneming van het bepaalde in artikel 16 van de verordening gelden de onderstaande tarieven voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4. van de wet. Voor

  1. a.

    Begeleiding individueel Wmo (basis) een bedrag van € 55,80 per uur;

  2. b.

    Begeleiding individueel Wmo module gedrag een bedrag van € 64,80 per uur;

  3. c.

    Begeleiding individueel Wmo module ondersteuning bij ADL een bedrag van € 53,40 per uur;

  4. d.

    Begeleiding groep Wmo (basis) een bedrag van € 12,00 per uur;

  5. e.

    Begeleiding groep Wmo module gedrag een bedrag van € 16,20 per uur;

  6. f.

    Begeleiding groep Wmo module ondersteuning bij ADL een bedrag van € 10,20 per uur;

  7. g.

    Begeleiding tijdens onderwijs 18+ een bedrag van € 14,40 per uur;

  8. h.

    Begeleiding tijdens werk een bedrag van € 13,80 per uur;

  9. i.

    Kortdurend verblijf Wmo tot een bedrag van € 195,20 per etmaal;

  10. j.

    Huishoudelijke hulp categorie 1 een bedrag van € 24,60 per uur;

  11. k.

    Huishoudelijke hulp categorie 2 een bedrag van € 26,40 per uur;

  12. l.

    Huishoudelijke hulp categorie 3 een bedrag van € 28,20 per uur;

  13. m.

    Opslag vervoer bij begeleiding groep een bedrag van € 10,00 per retour:

  14. n.

    Opslag vervoer bij begeleiding groep met rolstoel een bedrag van € 21,00 per retour.

Alle hiergenoemde bedragen zijn maximale bedragen inclusief BTW.

HOOFDSTUK 3 Beoordeling persoonsgebonden budget (pgb)

Artikel 3. Voorwaarden pgb

  1. 1.

    Het college kan een pgb toekennen indien:

    1. a.

      De inwoner een persoonlijk plan heeft opgesteld, waarin onder ander benoemd is:

  2. 1.

    Dat individuele ondersteuning nodig is;

  3. 2.

    Hoe het pgb besteed gaat worden;

  4. 3.

    Welke resultaten behaald gaan worden met het pgb.

    1. b.

      De inwoner dan wel zijn vertegenwoordiger in staat wordt geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen;

    2. c.

      De inwoner dan wel zijn vertegenwoordiger gemotiveerd aangeeft dat de door het college gecontracteerde individuele voorziening in natura niet passend is in zijn specifieke situatie.

    3. d.

      De voorziening die met het pgb wordt ingekocht volgens het college van voldoende kwaliteit is.

  5. 2.

    De inwoner wordt geacht voldoende in staat te zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen, als hij zelfstandig of met behulp van zijn netwerk, danwel curator, bewindvoerder of gemachtigde:

    1. a.

      duidelijk kan maken welke problemen worden ervaren en bij welke ondersteuning hij gebaat zou zijn;

    2. b.

      de taken , die aan het pgb zijn verbonden, op verantwoorde wijze kunnen uitvoeren.

  6. 3.

    Naast het bepaalde in de wet en verordening wordt de voorziening die met een pgb wordt ingekocht geacht van voldoende kwaliteit te zijn als tenminste voldaan wordt aan de volgende eisen:

    1. a.

      Voor aanbieders die werken volgens vastgestelde kwaliteitseisen gelden, voorzover relevant voor dienstverlening in de vorm van een pgb, dezelfde kwaliteitseisen als voor aanbieders van zorg in natura. Daarbij worden in ieder geval de volgende eisen gesteld:

  7. 1.

    De aanbieder/hulpverlener moet ingeschreven staan in het beroeps- en of handelsregister of een vergelijkbaar register;

  8. 2.

    De aanbieder/hulpverlener moet beschikken over een volledig geïntegreerd kwaliteitssysteem, welke voldoet aan de landelijk eisen, blijkend uit een ISO-certificering of een daarmee vergelijkbaar kwaliteitssysteem;

  9. 3.

    De aanbieder/hulpverlener beschikt over een vastgestelde klachtenregeling;

  10. 4.

    De aan bieder/hulpverlener heeft de medezeggenschap van cliënten georganiseerd, zoals beschreven in de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen;

  11. 5.

    De hulpverlener moet beschikken over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde, passend bij de behoefte en persoonskenmerken van de betreffende cliënt;

  12. 6.

    De hulpverlener moet, voorzover dit voor de aard van de dienstverlening is vereist, beschikken over een voor de beroepsgroep relevante registratie;

  13. 7.

    De hulpverlener moet beschikken over een actuele Verklaring omtrent Gedrag;

  14. 8.

    De aanbieder/hulpverlener draagt zorg voor het naleven van beroeps- en meldcodes;

  15. 9.

    Er wordt gewerkt met in achtneming van protocollen en richtlijnen opgesteld door de eigen beroepsgroep;

  16. 10.

    De aanbieder/hulpverlener heeft een actieve signaleringsplicht ten aanzien van veranderingen in de (gezondheids-)situatie van de cliënt;

    1. b.

      Voor aanbieders die niet werken volgens vastgestelde kwaliteitseisen:

  17. 1.

    De aanbieder/hulpverlener moet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel;

  18. 2.

    De hulpverlener moet beschikken over een actuele Verklaring omtrent Gedrag;

  19. 3.

    De hulpverlener moet beschikken over een adequate opleiding:

  20. 4.

    De hulpverlener moet, voorzover dit voor de aard van de dienstverlening is vereist, beschikken over een voor de beroepsgroep relevante registratie;

  21. 5.

    De aanbieder/hulpverlener moet meewerken aan een cliëntervaringsonderzoek en/of de daarvoor benodigde informatie verstrekken.

  22. 4.

    In aanvulling op het gestelde in het derde lid kan het college in individuele situaties aanvullende eisen stellen, danwel ontheffing van een in het derde lid gestelde eis verlenen.

Artikel 4. Voorwaarden pgb sociaal netwerk

  1. 1.

    Een PGB voor hulp vanuit het sociale netwerk is beperkt tot die gevallen waarin:

    1. a.

      de ondersteuning de gebruikelijke hulp overstijgt,

    2. b.

      structureel van een behoorlijke omvang is.

  2. 2.

    Om te bepalen wat gebruikelijke zorg is maakt het college gebruik van het Protocol Gebruikelijke zorg van het CIZ, waarbij de omstandigheden in de individuele situatie van inwoner in aanmerking worden genomen.

  3. 3.

    De inwoner aan wie een pgb wordt toegekend, kan de ondersteuning betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren, als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

    1. a.

      de geboden ondersteuning is passend, adequaat en veilig;

    2. b.

      de personen uit het sociale netwerk die de hulp gaan verlenen, hebben zich voldoende op de hoogte gesteld van de verantwoordelijkheden die aan het bieden van de ondersteuning verbonden zijn, en

    3. c.

      er is bij de personen uit het sociale netwerk die de hulp gaan bieden geen sprake van overbelasting.

    4. d.

      de hulpverlener moet op basis van opleiding en/of ervaring in staat zijn de in de individuele situatie vereiste dienstverlening te realiseren.

    5. e.

      Als de hulpverlener geen familielid in de 1e of 2e graad is, moet de hulpverlener beschikken over een actuele Verklaring omtrent het Gedrag.

  4. 4.

    Kwaliteit is een onderwerp van het gesprek tussen de consulent en de inwoner.

    1. a.

      De inwoner is verantwoordelijkheid voor (het bewaken van) de kwaliteit van de ondersteuning die betrokken wordt van personen die tot het sociale netwerk behoren.

    2. b.

      De inwoner legt in het persoonlijk plan de kwaliteit van de ondersteuning vast

    3. c.

      In het plan staat hoe de inwoner de ondersteuning wil organiseren, wie deze hulp gaat leveren en -afhankelijk van het type ondersteuning- of deze beschikt over de benodigde kwalificaties.

    4. d.

      Het college beoordeelt of de ingekochte hulp: veilig, doeltreffend en cliëntgericht is.

    5. e.

      Wanneer de ingekochte hulp niet voldoet aan de kwaliteitseisen kan het college besluiten geen PGB te verstrekken of het PGB te beëindigen en eventueel terug te vorderen.

Artikel 5. Uitsluitingsgronden pgb

Naast de in de wet en de verordening genoemde uitsluitingsgronden kan een pgb niet worden gebruikt voor:

  1. a.

    Administratie- en/of bemiddelingskosten;

  2. b.

    Kosten van coördinatie;

  3. c.

    Crisishulp/crisisopvang;

  4. d.

    Vrij besteedbaar bedrag/ vrijwilligersvergoeding;

  5. e.

    Reiskosten van de zorgverlener;

  6. f.

    Feestdagenuitkeringen aan de zorgverlener;

  7. g.

    Voorzieningen waarvoor een collectieve voorziening aanwezig is.

Artikel 6. Vervoer

  1. 5.

    Het college kan een pgb voor vervoer van en naar een locatie waar ondersteuning wordt geboden toekennen, als:

    1. a.

      De inwoner niet op eigen gelegenheid of met behulp van zijn netwerk naar de locatie kan reizen vanwege een medische noodzaak of een beperking in de zelfredzaamheid; en

    2. b.

      De inwoner niet in staat is gebruik te maken van een collectieve vervoersvoorziening.

  2. 6.

    De hoogte van het pgb voor vervoer is gebaseerd op de goedkoopste adequate vervoersmogelijkheid.

  3. 7.

    Indien de hoogte van het pgb voor vervoer is gebaseerd op het aantal kilometers van en naar de locatie, worden deze kilometers berekend volgens de ANWB-routeplanner.

HOOFDSTUK 4 Hoogte persoonsgebonden budget (pgb)

Artikel 7. Bedragen voor ondersteuning geleverd door professionele hulpverleners die werken volgens vastgestelde kwaliteitsstandaarden

De omvang van een persoonsgebonden budget wordt bepaald door het werkelijk aantal geïndiceerde uren respectievelijke dagen per week te vermenigvuldigen ten aanzien van:

  1. a.

    begeleiding individueel Wmo basis met € 44,64 per uur;

  2. b.

    begeleiding individueel Wmo module gedrag met € 51,84 per uur;

  3. c.

    begeleiding individueel Wmo module ondersteuning bij ADL met € 42,72 per uur;

  4. d.

    begeleiding groep Wmo basis met € 9,60 per uur;

  5. e.

    begeleiding groep Wmo module gedrag met € 12,96 per uur;

  6. f.

    begeleiding groep Wmo module ondersteuning bij ADL met € 8,16 per uur;

  7. g.

    begeleiding tijdens onderwijs 18+ met € 11,52 per uur;

  8. h.

    Begeleiding tijdens werk met € 11,04 per uur;

  9. i.

    Kortdurend verblijf met € 156,16 per dag;

  10. j.

    Hulp bij het huishouden categorie 1 met € 19,68 per uur;

  11. k.

    Hulp bij het huishouden categorie 2 met € 21,12 per uur;

  12. l.

    Hulp bij het huishouden categorie 3 met € 22,56 per uur.

Alle hier genoemde bedragen zijn maximum tarieven inclusief BTW.

Artikel 8. Bedragen voor ondersteuning geleverd door hulpverleners die niet werken volgens vastgestelde kwaliteitsstandaarden

De omvang van een persoonsgebonden budget wordt bepaald door het werkelijk aantal geïndiceerde uren per week te vermenigvuldigen ten aanzien van:

  1. a.

    begeleiding individueel Wmo basis met € 41,85 per uur;

  2. b.

    begeleiding individueel Wmo module gedrag met € 48,60 per uur;

  3. c.

    begeleiding individueel Wmo module ondersteuning bij ADL met € 40,05 per uur;

  4. d.

    Hulp bij het huishouden categorie 1 met € 18,45 per uur;

  5. e.

    Hulp bij het huishouden categorie 2 met € 19,80 per uur;

  6. f.

    Hulp bij het huishouden categorie 3 met € 21,15 per uur;

Alle hier genoemde bedragen zijn maximum tarieven inclusief BTW.

Artikel 9. Bedragen voor ondersteuning geleverd door hulpverleners vanuit het sociale netwerk

De omvang van een persoonsgebonden budget wordt bepaald door het werkelijk aantal geïndiceerde uren per week te vermenigvuldigen ten aanzien van:

  1. a.

    begeleiding individueel Wmo basis met € 20,00 per uur;

  2. b.

    begeleiding individueel Wmo module gedrag met € 20,00 per uur;

  3. c.

    begeleiding individueel Wmo module ondersteuning bij ADL met € 20,00 per uur;

  4. d.

    Hulp bij het huishouden categorie 1 met € 12,50 per uur;

  5. e.

    Hulp bij het huishouden categorie 2 met € 15,00 per uur;

  6. f.

    Hulp bij het huishouden categorie 3 met € 20,00 per uur.

Alle hier genoemde bedragen zijn maximum tarieven inclusief BTW.

Artikel 10. Bedragen voor maatwerkvoorziening beschermd wonen

De omvang van het persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening beschermd wonen wordt bepaald op basis van een naar omvang oplopend budget, zoals vermeld in de bijlage “persoonsgebonden budgetten beschermd wonen vanaf 1 januari 2017” bij dit Besluit.

Artikel 11. Bedragen voor woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen of rolstoelvoorzieningen

  1. 1.

    Het bedrag voor een persoonsgebonden budget voor een woonvoorziening, vervoersvoorziening of rolstoelvoorziening bedraagt 100 % van het bedrag, zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte, indien nodig verhoogd met een bedrag voor onderhoud, reparatie en verzekering.

  2. 2.

    Het bedrag voor de verhuiskostenvergoeding bedraagt maximaal:

    1. a.

      voor een éénpersoons huishouden € 3.750,00 en

    2. b.

      voor meerpersoons huishouden € 5.250,00

  3. 3.

    Bij maatwerk voor vervoer sluit de gemeente aan bij de Nibudnormen en hanteert een compensatieverplichting van maximaal 1500-2000 km per jaar.

HOOFDSTUK 5 Bijdrage in de kosten

Artikel 13. Eigen betaling algemene- en collectieve voorzieningen

  1. 1.

    Met in achtneming van het bepaalde in artikel 13 van de verordening is de cliënt de volgende bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van:

    1. a.

      de algemene voorziening schoon en leefbaar huis een bedrag van € 5,00 per uur per huishouden.

    2. b.

      de was- en strijkservice:

  2. 1.

    een alleenstaande een bedrag van € 2,50 per gewassen en/of gestreken was;

  3. 2.

    voor 2 personen of meer in 1 huishouden wordt het bedrag genoemd onder sub b verhoogd met € 3,00 per gewassen en/of gestreken was.

    1. c.

      Het collectief vraagafhankelijk vervoer: een opstaptarief van € 0,65 verhoogd met

  4. 1.

    een bedrag van € 0,15 per kilometer voor een reisafstand tot maximaal 25 kilometer en

  5. 2.

    een bedrag van € 1,50 per kilometer voor reisafstanden tussen 25 en 40 kilometer.

  6. 2.

    Indien de inwoner tot een of meer van de in artikel 13 lid 3 van de verordening genoemde doelgroepen behoort wordt een korting op de bijdrage als genoemd in het eerste lid onder a. verleend van 100 procent van de verschuldigde bijdrage.

Artikel 14. Eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen

  1. 1.

    De bedragen en de percentages die gelden voor de berekening van een eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening zijn gelijk aan de bedragen zoals opgenomen in hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

  2. 2.

    Met in achtneming van het bepaalde in artikel 14 van de verordening is de cliënt in afwijking van het eerste lid maximaal de volgende bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van:

    1. a.

      Alle vormen van begeleiding in groepsverband een bedrag van € 2,50 per uur;

    2. b.

      Alle vormen van (gespecialiseerde) individuele begeleiding een bedrag van € 24,60 per uur;

    3. c.

      Alle vormen van hulp bij het huishouden een bedrag van € 24,60 per uur;

    4. d.

      Kortdurend verblijf een bedrag van € 30,00 per etmaal;

    5. e.

      Alle soorten vervoersmiddelen een bedrag van € 30,00 per maand;

    6. f.

      Alle soorten roerende woonvoorzieningen een bedrag van € 30,00 per maand

HOOFDSTUK 6 Slotbepalingen

Artikel 15. Nadere regels

Nadere bepalingen ten aanzien van dit besluit kunnen worden opgenomen in beleidsregels en in bijzondere gevallen kan het college ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van dit besluit, indien toepassing van dit besluit tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 16. Indexering

De bedragen genoemd in dit Besluit kunnen jaarlijks worden geïndexeerd.

Artikel 17. Overgangsbepaling

Voorzover de toepassing van dit besluit bij ongewijzigde omstandigheden leidt tot een lager persoonsgebonden budget ten opzichten van het voorafgaande jaar, houdt de budgethouder recht op het budget, zoals dat gold over het voorafgaande jaar.

Artikel 18. Citeertitel en inwerkingtreding

  1. 1.

    Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet 2018’ en treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

  2. 2.

    Het ‘Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet 2017 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2018.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeesters en wethouders vanNunspeet van 11 december 2017,

de burgemeester, de secretaris,