HOME  |  Bestuur en Organisatie  |  Verordeningen en regelingen  |  Huisvestingsverordening gemeente Nunspeet 2015

Huisvestingsverordening gemeente Nunspeet 2015

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Nunspeet
Officiële naam regelingHuisvestingsverordening gemeente Nunspeet 2015
CiteertitelHuisvestingsverordening gemeente Nunspeet 2015
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpvolkshuisvesting en woningbouw
Eigen onderwerpHuisvestingsverordening

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Huisvestingswet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
02-11-2017 n.v.t. artikel 1, artikel 3, artikel 6, artikel 7, artikel 8 26-10-2017 Gemeenteblad Nunspeet 42, 7 november 2017 030232776
01-07-2015 n.v.t. nieuwe regeling 28-05-2015 Gemeenteblad R.0003870
01-07-2015 n.v.t. nieuwe regeling 28-05-2015 Gemeenteblad R.0003870
01-07-2015 n.v.t. nieuwe regeling 28-05-2015 Gemeenteblad R.0003870

Tekst van de regeling

Raadsbesluit

De raad van de gemeente Nunspeet;

overwegende dat:

  1. -

    Met ingang van 1 juli 2015 de Huisvestingsverordening 1994 van rechtswege vervalt;

  2. -

    Het gewenst is de woonruimteverdelingsregels op basis van de Huisvestingswet 2015 vast te stellen;

  3. -

    De commissie Ruimte en Wonen in haar vergadering van 18 mei 2015 geadviseerd heeft de verordening vast te stellen;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 april 2015, nr. A.0013084;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 september 2017, 030232776

gelet op de artikelen 4, 5, 7, 9, 10, 11, 12, 13, 18, 19 en 20 van de Huisvestingswet 2014;

b e s l u i t :

De Huisvestingsverordening gemeente Nunspeet als volgt vast te stellen.

Hoofdstuk 1.. Algemene bepalingen

Artikel 1.. Begripsbepalingen

  1. 1.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

  2. 2.
    1. a.

      Commissie Bezwaarschriften Woonruimteverdeling Noord – Veluwe 2015: de commissie die burgemeester en wethouders adviseert over bezwaarschriften die in het kader van deze verordening worden ingediend;

    2. b.

      doorstromer: een woningzoekende die op basis van een koop- of huurovereenkomst over een legale, zelfstandige woonruimte in het woningmarktgebied Noord – Veluwe beschikt en deze leeg achterlaat voor verkoop of verhuur;

    3. c.

      huishoudinkomen: met huishoudinkomen wordt bedoeld wat daar over is opgenomen in artikel 1 van de Wet;

    4. d.

      lotingsmodule: wijze van verdeling van woonruimte waarbij de rangorde van woningzoekenden door middel van loting wordt bepaald;

    5. e.

      mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, zoals uitgewerkt in de richtlijn urgentie behorend bij het Reglement Urgentiecommissie Woonruimteverdeling Noord – Veluwe 2015;

    6. f.

      starter: een woningzoekende, niet zijnde een doorstromer;

    7. g.

      urgentiecategorie: een onderscheid op basis van type urgentie, waarbij twee typen worden onderscheiden:

    8. A.

      -urgentiecategorie 1: vergunninghouders die onder de gemeentelijke taakstelling vallen, en,

    9. B.

      -urgentiecategorie 2: woningzoekenden die voorrang hebben op basis van het bieden of ontvangen van mantelzorg, woningzoekenden die komen uit een voorziening tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woning hebben verlaten, op andere gronden door burgemeester en wethouders urgent verklaarden en woningzoekenden, die door burgemeester en wethouders urgent zijn verklaard, omdat zij vanwege stadsvernieuwing hun woning moeten verlaten;

    10. h.

      urgentiecommissie: de commissie die belast is met het beoordelen van aanvragen van woningzoekenden om in een urgentiecategorie te worden ingedeeld;

    11. i.

      wet: Huisvestingswet 2014;

    12. j.

      woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de woningmarktregio Noord-Veluwe;

    13. k.

      woningmarktregio Noord-Veluwe: het grondgebied van de gemeenten Putten, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Elburg en Oldebroek;

    14. l.

      woningzoekende: huishouden, waartoe ten minste één meerderjarig persoon behoort, dat in het inschrijfsysteem als bedoeld in artikel 3 is ingeschreven.

    m. specifieke voorziening: een bouwkundig kenmerk van een woning (of

    een conceptuele aan-passing / conceptueel uitgangspunt) waardoor deze bij uitstek geschikt is voor woningzoekenden die veel baat hebben, dan wel aangewezen zijn op, de desbetreffende voorziening.

Hoofdstuk 2.. De huisvestingsvergunning

Artikel 2.. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte

  1. 1.

    Woonruimte in eigendom van een woningcorporatie met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, mag alleen voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend.

  2. 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met c, van de Leegstandwet.

Artikel 3.. Inschrijfsysteem van woningzoekenden

  1. 1.

    Een woningcorporatie draagt in het kader van deze verordening zorg voor het aanleggen en bijhouden van een register van woningzoekenden.

  2. 2.

    De woningcorporaties stellen gezamenlijk regels op over de wijze van inschrijving, vastlegging van gegevens, eventuele opschorting en einde van de inschrijving.

  3. 3.

    Voor de inschrijving en de jaarlijkse verlenging van de inschrijving kan een woningcorporatie een geldelijke bijdrage vragen.

  4. 4.

    De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving.

  5. 5.

    De inschrijving bij een woningcorporatie in een andere gemeente in de woningmarktregio Noord – Veluwe is ook geldig als inschrijving in deze gemeente.

  6. 6.

    Een inschrijving als woningzoekende vervalt niet indien een jongere als bedoeld in artikel 7:274c, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek een huurovereenkomst op grond van dat artikel is aangegaan.

  7. 7.

    Een inschrijving als woningzoekende vervalt eveneens niet indien een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 271, eerste lid, tweede volzin, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan.

Artikel 4.. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning

  1. 1.

    Een aanvraag om een huisvestingsvergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.

  2. 2.

    Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning worden de volgende gegevens verstrekt:

    1. a.

      naam, geboortedatum, contactgegevens en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager;

    2. b.

      omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken;

    3. c.

      huishoudinkomen;

    4. d.

      adres, naam van de verhuurder, en huurprijs van de te betrekken woonruimte;

    5. e.

      beoogde datum van het betrekken van de woonruimte;

    6. f.

      indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een woonruimte met een specifieke voorziening, en,

    7. g.

      indien van toepassing, de urgentiecategorie waartoe de aanvrager behoort.

  3. 3.

    Burgemeester en wethouders beslissen binnen zeven werkdagen op een aanvraag om een huisvestingsvergunning.

  4. 4.

    De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval:

    1. a.

      een aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft;

    2. b.

      aan wie de vergunning is verleend.

Artikel 5.. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning

Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen voor een huisvestigingsvergunning in aanmerking:

  1. a.

    woningzoekenden die in aanmerking komen voor feitelijke toewijzing van een woning door een woningcorporatie op basis van de in artikel 11 van deze verordening gegeven rangorde;

  2. b.

    zijnde meerderjarige woningzoekenden;

  3. c.

    en met een inkomen lager dan de voor de woningcorporaties geldende actuele inkomensnorm voor toewijzing van een sociale huurwoning en

  4. d.

    daarnaast overige meerderjarige woningzoekenden, die in aanmerking kunnen komen voor een sociale huurwoning.

Artikel 6.. Bekendmaking aanbod van woonruimte

  1. 1.

    Het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte wordt bekendgemaakt door publicatie op een voor iedere woningzoekende toegankelijk digitaal platform.

  2. 2.

    De bekendmaking bevat in ieder geval:

    1. a.

      het adres en de huurprijs van de woonruimte;

    2. b.

      de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in gebruik genomen mag worden als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend;

    3. c.

      indien van toepassing, de criteria en voorrangsregels voor het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning, en,

    4. d.

      indien van toepassing, dat de betreffende woning via loting zal worden toegewezen.

  3. 3.

    Door de corporatie kan een beperkt deel van het vrijkomende woningaanbod direct worden bemiddeld met het oog op de huisvesting van categorieën woningzoekenden die niet in staat zijn zelf een woning te vinden en voor welke directe bemiddeling de meest passende vorm van woningtoewijzing is.

  4. 4.

    De corporaties kunnen aan de verdeling van woningen, waaraan specifieke voorzieningen zijn getroffen , bijzondere voorwaarden verbinden, zodat deze woningen kunnen worden toe-gewezen aan woningzoekenden die met name op deze voorzieningen zijn aangewezen .

  5. 5.

    In de bekendmaking van het aanbod wordt duidelijk aangegeven of van de in lid 4 van dit artikel geboden mogelijkheid gebruik wordt gemaakt.

  6. 6.

    Van de in de leden 3 en 4 van dit artikel genoemde uitzonderlngen wordt jaarlijks voor 1 maart verantwoording afgelegd aan burgemeester en wethouders.

Artikel 7.. Voorrang bij urgentie

  1. 1.

    Voor de in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan woningzoekenden die zijn ingedeeld in een urgentiecategorie.

  2. 2.

    Woningcorporaties zijn bevoegd cm 25% van de vrijkomende woningen te classificeren ais zijnde woningen waar iid 1 van dit artikel niet op van toepassing is en waarbij deitialve een urgentieverklaring niet tot voorrang bij toewijzing leidt. Een dergelijke classificatie dient ver-meld te worden bij de bekendmaking op grond van artikel 6 van de desbetreffende woning.

Artikel 8.. Verzoek om indeling in een urgentiecategorie

  1. 1.

    Een verzoek om ingedeeld te worden in urgentiecategorie 2 wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.

  2. 2.

    Het verzoek gaat vergezeld van de volgende gegevens:

    1. a.

      naam, geboortedatum, contactgegevens, en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de verzoeker;

    2. b.

      omvang van het huishouden van de verzoeker;

    3. c.

      motivering van het verzoek.

  3. 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen van de woningzoekende verlangen nadere gegevens te overleggen.

  4. 4.

    Bij de beoordeling van de gevraagde indeling in een urgentiecategorie kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een door hen aan te wijzen deskundig persoon of instantie. Deze persoon of instantie neemt bij de advisering de richtlijn urgentie in acht behorend bij het Reglement Urgentiecommissie Woonruimteverdeling Noord – Veluwe 2015.

  5. 5.

    Een beschikking tot indeling in een urgentiecategorie vermeldt in ieder geval:

    1. a.

      de naam en contactgegevens van de woningzoekende;

    2. b.

      de datum van het verzoek als bedoeld in het eerste lid, en

    3. c.

      de urgentiecategorie waarin de woningzoekende is ingedeeld.

  6. 6.

    In een beschikking tot indeling in een urgentiecategorie kan ten hoogste 6en woningcorpora-tie tot de verplichting van het verlenen van urgentie worden uitgesloten. De beschikking is in dat geval van toepassing voor woningen van alle andere woningcorporaties in de regie, zoals bedoeld in artikel 1 onder J en k.

Artikel 9.. Intrekken urgentie

Burgemeester en wethouders kunnen de beschikking tot indeling in een urgentiecategorie intrekken als de woningzoekende:

  1. a.

    niet langer als urgent woningzoekende is aan te merken;

  2. b.

    bij zijn aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren;

  3. c.

    een aanbod voor een passende woning heeft geweigerd, of,

  4. d.

    gedurende zes maanden geen gebruik heeft gemaakt van de toegekende urgentie.

Artikel 10. Toewijzing van woningen door middel van loting

  1. 1.

    Beschikbaar komende woningen kunnen ofwel regulier ofwel binnen de lotingsmodule worden aangeboden.

  2. 2.

    Bij de bekendmaking van het aanbod wordt dit onderscheid aangegeven.

  3. 3.

    In beide gevallen geldt een gelijke reactietermijn.

  4. 4.

    Het zonder dwingende redenen weigeren van een via loting toegewezen woning leidt tot uitsluiting van één jaar van deelname aan de lotingsmodule.

  5. 5.

    Een woningcorporatie kan daarnaast in overleg met burgemeester en wethouders aanvullende spelregels hanteren voor een goed functioneren van de lotingsmodule.

Artikel 11.. Rangorde woningzoekenden

  1. 1.

    De rangorde voor de verdeling van woonruimte is als volgt:

    1. a.

      als eerste komen in aanmerking woningzoekenden die vallen in urgentiecategorie 1, waarbij de langstlopende urgentie het eerst in aanmerking komt;

    2. b.

      als tweede komen in aanmerking woningzoekenden die vallen in urgentiecategorie 2, waarbij de langstlopende urgentie het eerst in aanmerking komt;

    3. c.

      als derde komen in aanmerking overige woningzoekenden in volgorde van de datum van de inschrijving in het register van woningzoekenden.

  2. 2.

    Voor woningen die via de lotingsmodule worden toegewezen geldt dat de woning toevalt aan de eerst gelote kandidaat.

  3. 3.

    Voor de gevallen waarin dit artikel niet voorziet, stellen woningcorporaties nadere rangorderegels op om tot een rechtvaardige verdeling van woonruimte te komen.

Artikel 12.. Verlenen mandaat

  1. 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen van de bevoegdheden als bedoeld in het artikel 4 mandaat verlenen aan een woningcorporatie.

  2. 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen van de bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 8 en 9 mandaat verlenen aan een urgentiecommissie.

  3. 3.

    Als burgemeester en wethouders mandaat verlenen zoals bedoeld in het vorige lid, geldt dit mandaat tevens voor het voeren van verweer bij de Commissie Bezwaarschriften Woonruimteverdeling 2015.

Artikel 13.. Urgentiecommissie

Burgemeester en wethouders stellen in overleg met de overige gemeenten en woningcorporaties in de woningmarktregio Noord – Veluwe een reglement vast waarin onder andere de samenstelling, benoeming, bevoegdheden en werkwijze van de urgentiecommissie worden geregeld. Dit reglement wordt aangeduid als Reglement Urgentiecommissie Woonruimteverdeling Noord – Veluwe 2015.

Artikel 14.. Commissie Bezwaarschriften Woonruimteverdeling Noord – Veluwe 2015

  1. 1.

    Burgemeester en wethouders stellen in overleg met de overige gemeenten in de woningmarktregio Noord – Veluwe een reglement vast waarin onder andere de samenstelling, benoeming, bevoegdheden en werkwijze van de commissie worden geregeld.

  2. 2.

    Dit reglement wordt aangeduid als Reglement Commissie Bezwaarschriften Woonruimteverdeling Noord – Veluwe 2015.

3.De commissie is bevoegd om namens burgemeester en wethouders de beslistermijn op bezwaarschriften te verlengen overeenkomstig artikel 7:10 lid 3 van de Awb.

Hoofdstuk 3.. Slotbepalingen

Artikel 15.. Overgangsregeling

  1. 1.

    De op het moment van inwerkingtreding van deze verordening in de Regio Noord - Veluwe als urgent aangemerkte woningzoekenden behouden hun eerdere urgentie, zolang de oorspronkelijke geldigheidsduur niet is verstreken.

  2. 2.

    De op het moment van inwerkingtreding van deze verordening in de Regio Noord – Veluwe ingeschreven starters op de woningmarkt behouden hun inschrijfduur.

  3. 3.

    Doorstromers kunnen worden ingeschreven in het inschrijfsysteem bedoeld in artikel 3, waarbij de woonduur in de huidige woning als inschrijftijd wordt aangemerkt. Een verzoek om hiervoor in aanmerking te komen kan tot uiterlijk 12 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening worden gedaan.

Artikel 16.. Experimenten

  1. 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen ruimte bieden aan experimenten op het gebied van de woonruimteverdeling, waarbij kan worden afgeweken van de bepalingen in deze verordening.

  2. 2.

    Wanneer van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, wordt hiervan melding en verslag gedaan aan de gemeenteraad.

Artikel 17.. Hardheidsclausule

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, in gevallen waarin toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt, ten gunste van de woningzoekende af te wijken van deze regels.

Artikel 18.. Wijziging van overige regelgeving

Aan artikel 2 lid 2 van de ‘Verordening Commissie Bezwaarschriften gemeente Elburg en gemeente Nunspeet’ word de volgende bepaling toegevoegd:

d.de Huisvestingsverordening gemeente Nunspeet 2015

Artikel 19.. Inwerkingtreding en citeertitel

  1. 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015 en vervalt uiterlijk op 1 juli 2019.

  2. 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening gemeente Nunspeet 2015.

Sluiting

Vastgesteld ter openbare vergadering

van 28 mei 2015,

de griffier, de voorzitter,

Toelichting Toelichting

AlgemeenUitgangspunten Huisvestingswet 2014

De Huisvestingswet 2014 (hierna: wet) biedt gemeenten het instrumentarium om in te grijpen in de verdeling van woonruimte en de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Gebruikmaken van dit instrumentarium – door een Huisvestingsverordening vast te stellen – is niet vanzelfsprekend en dient periodiek onderbouwd en getoetst te worden.

Het instrumentarium bestaat uit het vaststellen van een Huisvestingsverordening, die regels bevat met betrekking tot het in gebruik geven en nemen van goedkope woonruimte en/of het wijzigen van de samenstelling van de woningvoorraad. Het is niet meer mogelijk om in plaats van een verordening dergelijke regels af te spreken met corporaties (in een overeenkomst). Zodoende wordt de democratische legitimiteit vergroot en de transparantie, openheid en rechtsbescherming voor woningzoekenden bevorderd.

Het uitgangspunt van de wet is de vrijheid van vestiging. Iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft, heeft het recht om zich vrijelijk te verplaatsen en te vestigen. Dit grondrecht kan alleen worden beperkt indien noodzakelijk voor het algemeen belang in een democratische samenleving. Artikel 2 van de Huisvestingswet geeft aan dat als een gemeente van het instrumentarium van de wet gebruik wilt maken, dit alleen mag om onrechtvaardige en onevenwichtige effecten van schaarste aan woonruimte tegen te gaan. De uitzondering daarop zijn de artikelen 12 en 13 (urgentieregeling), waarbij dit schaarste-argument geen rol hoeft te spelen. In de onderhavige conceptverordening is daarvan uitgegaan, reden waarom het argument schaarste geen rol hoeft te spelen bij de onderbouwing van de verordening.

Sturing in de woonruimteverdeling beperkt zich tot de goedkope woonruimtevoorraad die bestemd is voor verhuur. De vaste huurprijsgrens is vervallen; gemeente wijst zelf de goedkope voorraad aan en maakt deze daarmee vergunningplichtig. Bemoeienis van de gemeente met de verdeling van woonruimte boven de in de verordening genoemde prijsgrens is uitgesloten.

De huisvestingsvergunning

Het is verboden de in de verordening aangewezen woonruimte zonder huisvestingsvergunning in gebruik te nemen of te geven. Woonruimteverdeling op basis van de wet gebeurt dus aan de hand van een vergunningensysteem. Burgemeester en wethouders kunnen de bevoegdheid om vergunningen te verlenen mandateren aan verhuurders, bijvoorbeeld de (samenwerkende) corporaties.

Wijzigingen in de woonruimtevoorraad

De wet biedt tevens de mogelijkheid om onttrekking, samenvoeging, omzetting en woningvorming dan wel splitsing van aangewezen categorieën woonruimte vergunningplichtig te maken. Ook de voorgaande Huisvestingswet kende deze mogelijkheid. Evenals in de voorgaande situatie, wordt van deze mogelijkheid wordt in de nieuwe verordening ook geen gebruik gemaakt omdat de achterliggende problematiek (met name: de zogeheten huisjesmelkerij) in de regio Noordwest Veluwe niet of nauwelijks speelt.

Inwerkingtreding wet, overgangsrecht, tijdelijk karakter verordening

De wet is op 1 januari 2015 in werking getreden en bevat overgangsrecht voor bestaande huisvestingsverordeningen; deze vervallen uiterlijk op 1 juli 2015. Huisvestingsverordeningen gelden maximaal vier jaar op grond van de nieuwe wet. Derhalve vervalt deze verordening uiterlijk op 1 juli 2019.

Artikelsgewijs

In deze artikelsgewijze toelichting worden alleen de bepalingen die nadere toelichting behoeven behandeld.

Artikel 1. Begripsbepalingen

Het aantal definities van artikel 1 is beperkt aangezien de wet al een flink aantal definities kent, die ook bindend zijn voor deze verordening. Voor de duidelijkheid zijn een aantal belangrijke definities hieronder weergegeven:

b. doorstromer: de definitie spreekt voor zich en is alleen voor een goede interpretatie van de overgangsregeling (zie artikel 15) van belang.

d. lotingsmodule: een deel van de vrijkomende woningen zal via loting worden toegewezen. De bedoeling hiervan is dat spoedzoekers met weinig kansen op een woning toch een kans te bieden op toewijzing van een woning. De verwachting is dat ook een deel van degenen die anders een formele urgentieprocedure zouden moeten doorlopen, hiermee rechtstreeks geholpen kunnen worden wat de druk op de urgentieregeling vermindert.

e.mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Bij de definitie van mantelzorg in de verordening is aangesloten bij de definitie in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. In de urgentierichtlijnen wordt hier nader invulling aan gegeven omdat onder de actuele wettelijke definitie ook zeer lichte vormen van mantelzorg vallen die geen faciliteit als een urgentieverlening rechtvaardigen, aan welke faciliteit voor niet-mantelzorgers een zeer zware toetsing voorafgaat.

f. doorstromer: de definitie spreekt voor zich en is alleen voor een goede interpretatie van de overgangsregeling (zie artikel 15) van belang.

g.urgentiecategorie: er worden 2 groepen urgenten onderscheiden. Allereerst verblijfsgerechtigden die onder de gemeentelijke taakstelling voor huisvesting vallen. Om tijdig aan de wettelijk opgelegde taakstelling te kunnen voldoen, ontvangen deze personen tot aan de opgelegde aantallen voorrang bij de woningtoewijzing. Onder verblijfsgerechtigden moeten worden verstaan, personen, die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd hebben aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning hebben ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de Vreemdelingenwet 2000. Met de taakstelling wordt bedoeld het aantal in opvangcentra of op gemeentelijke opvangplaatsen verkerende vergunninghouders in wier huisvesting door de gemeente op grond van een besluit van de minister moet worden voorzien.

Daarnaast zijn er de personen in het bezit van een urgentieverklaring, verleend door de regionale urgentiecommissie. Zij vallen in urgentiecategorie 2

Daarna volgen alle overige woningzoekenden.

k.woningmarktregio: gebied dat vanuit het oogpunt van het functioneren van de woningmarkt als een geheel kan worden beschouwd. De genoemde gemeenten en de in die gemeenten werkzame woningcorporaties werken samen bij de woonruimteverdeling.

De toevoeging betreft een verduidelijking. Bedoeld waren zgn blijf van m'n lijf-huizen (1g). Daar-naast is mede op verzoek van de woningcorporaties een kleine onevenwichtigheid hersteld (Ik) en een nieuwe definitie toegevoegd i.v.m. het nieuwe artikel 6:4 (1m).

Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimteArtikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte

Deze bepaling is een uitwerking van artikel 7 van de wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening categorieën goedkope woonruimte kan aanwijzen die niet voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend.

In het eerste lid is onder a aangegeven tot welke huurprijsgrens de huisvestingsvergunning verplicht is. Alleen huurwoningen van de woningcorporaties met een huurprijs niet hoger dan het bedrag tot welk nog huurtoeslag wordt verstrekt, zijn onder de werkingssfeer van deze verordening gebracht. Woonruimten met een huur boven de huurprijsgrens kunnen zonder huisvestingsvergunning worden gehuurd of verhuurd.

Artikel 3. Inschrijfsysteem van woningzoekenden

Deze bepaling is gegrond op artikel 4, eerste lid, onder a, van de wet. Het hanteren van eenzelfde regionaal inschrijfsysteem bevordert de transparantie en vermindert de administratieve lasten voor de burger.

In artikel 15 is een overgangsregeling opgenomen voor bestaande inschrijvingen in de oude inschrijfsystemen. Zie verder de toelichting bij artikel 15.

Het in het vierde lid genoemde bewijs van inschrijving is vormvrij.

Voorwaarde voor woningtoewijzing is inschrijving als woningzoekende bij een corporatie. Wie het langst staat ingeschreven is het eerst aan de beurt voor een woning, tenzij het om een woning gaat die wordt verloot onder de belangstellenden. Daarnaast ontvangen urgent woningzoekenden voorrang.

Een inschrijving bij een corporatie in deze gemeente is ook geldig bij corporaties in de andere gemeenten van de woningmarktregio, m.a.w. een inschrijving in gemeente A bij woningcorporatie B is ook geldig in gemeente C voor woningen van woningcorporatie D.

 

Het zesde en zevende lid zijn verplichte toevoegingen op grond van de Wet doorstroming huur-markt (Stb. 2016, 158) in combinatie met de Wet van 14 april 2016 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Huisvestingswet 2014 en de Woningwet 2015 (aanvulling van de op-zeggingsgrond dringend eigen gebruik voor de tijdelijke huisvesting van jongeren) (STB. 2016, 157) Per 1 juli 2016 zijn twee nieuwe artikelen (11a en lib) aan de Huisvestingswet 2014 toegevoegd, die de mogelijkheden voor tijdelijke huurcontracten uitbreiden. Een deel van de woning-voorraad kan zo gemakkelijker worden gereserveerd voor doelgroepen die nu lastig passende huisvesting vinden. Deze woningen biijven bovendien beschikbaar voor de betreffende doelgroep, waardoor de woningvoorraad efficiSnter wordt gebruikt.

Artikel 4. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning

Deze bepaling is een uitwerking van artikel 5 van de wet. Daarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening regels stelt over de wijze van aanvragen van vergunningen en de gegevens die door de aanvrager worden verstrekt bij de aanvraag van een vergunning. De in lid 2 genoemde gegevens met betrekking tot geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, verblijfstitel zijn noodzakelijk in verband met de wettelijke eisen van artikel 10, tweede lid, van de wet.

In artikel 18 van de wet zijn intrekkingsgronden voor de huisvestingvergunning opgenomen. Zo kan de vergunning worden ingetrokken als de vergunninghouder de in die vergunning vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en wethouders bij de verlening gestelde termijn in gebruik heeft genomen of als de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of moest vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren. Deze intrekkingsgronden gelden rechtstreeks op grond van de wet en zijn in de verordening niet herhaald.

Artikel 5. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning

In artikel 5 worden de voorwaarden voor verlening van een vergunning nog eens duidelijk weergeven: er moet sprake zijn van een toewijzing door de corporatie aan een meerderjarige woningzoekende met een passend inkomen.

Artikel 6. Bekendmaking aanbod van woonruimte

Deze bepaling is een uitwerking van artikel 20 van de wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad regels kan stellen over de wijze van bekendmaking van de beschikbaarheid van vergunningplichtige woonruimte. Transparantie in het woningaanbod draagt voor woningzoekenden bij aan het gericht vinden van voor hen beschikbare woonruimte.

In uitzonderlijke gevallen kan door een woningcorporatie een woning rechtstreeks worden toegewezen, als van een woningzoekende gezien zijn of haar persoonlijke omstandigheden, echt niet kan worden verlangd, dat hij / zij via de gebruikelijke wijze van bekendmaking enz. opteert voor woning. Hiervan maakt de corporatie spaarzaam gebruik en maakt zij melding aan het gemeentebestuur (leden 3 en 4). Dit artikel schept de mogelijkheid (geen verplichting) cm woningen met specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld woningen voor ouderen) met voorrang aan deze doelgroep toe te wijzen. Dit wordt duidelijk vermeld bij het aanbieden van woningen via het woonruimteverdeelsysteem. De mate waarin in een jaar door de woningcorporaties van deze mogelijkheid gebruik is gemaakt, wordt in het Jaarversiag woonruimteverdeling toegelicht.

Artikel 7. Voorrang bij urgentie

De wet biedt de mogelijkheid een urgentieregeling op te stellen, ook wanneer geen sprake is van schaarste aan goedkope woonruimte. Ook zonder schaarste kan immers behoefte bestaan om sommige woningzoekenden met voorrang te kunnen huisvesten.

In de huisvestingsverordening kan overeenkomstig artikel 12 van de wet bepaald worden dat bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is.

Verblijfsgerechtigden (zie boven), personen die in blijf-van-mijn-lijfhuizen verblijven en woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen behoren in ieder geval tot de urgente woningzoekenden (artikel 12, derde lid, van de wet). Deze groepen kunnen dus niet van indeling in een urgentiecategorie worden uitgesloten. Dit geldt voor alle gemeenten, dat wil zeggen dat een woningzoekende die valt onder deze verplichte urgentiecategorieën in elke gemeente met urgentie moet worden behandeld.

 

Dit artikel geeft woningcorporaties de mogelijkheid om vooraf aan te geven dat urgent woning-zoekenden voor een beperkt aantal geselecteerde woningen (lid 2) niet in aanmerking komen, tenzij op basis van hun inschrijfduur. Het kan hierbij gaan cm zogenaamde populaire woningen. Het verlenen van ungentle Is er op gerlcht lemand een (bij de gezlnssltuatle) passend dak boven zljn hoofd te bleden. DIt hoeft niet per s6 de meest moole en aantrekkelljke woning te zljn. Het artlkel kan ook gebrulk worden om buurten of straten met beperkte draagkracht tijdelljk ult te slul-ten voor urgent wonlngzoekenden. De regel mag er nIet toe lelden dat urgent wonlngzoekenden ianger dan de gebrulkelljke zoektljd voor urgent wonlngzoekenden (meestal tussen de 6 en 8 weken) nodig hebben om een passende woning te vinden.

Artikel 8. Verzoek om indeling in een urgentiecategorie

Deze bepaling is een uitwerking van artikel 13 van de wet, waarin is bepaald dat burgemeester en wethouders beslissen over de indeling van woningzoekenden in de urgentiecategorieën. Hierbij is expliciet bepaald dat burgemeester en wethouders van deze bevoegdheid mandaat kunnen verlenen. Voorts is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening regels stelt over de wijze waarop woningzoekenden kunnen verzoeken om indeling in een urgentiecategorie. De motivering, bedoeld in het tweede lid, onder c, kan bijvoorbeeld omvatten: de aard van de persoonlijke problematiek, de relatie van deze problematiek met de huidige woonsituatie en de argumentatie op grond waarvan verhuizing op korte termijn absoluut noodzakelijk is. Voor een advies als bedoeld in het vierde lid, kunnen burgemeester en wethouders bijvoorbeeld bij een verzoek om een medische indicatie een medisch adviseur aanwijzen. Deze laat zich – evenals andere in te schakelen adviseurs – in zijn onderzoek en advies mede leiden door de richtlijnen en de aandachtspunten, die door de gemeenten en corporaties voor een goede beoordeling en afweging zijn opgesteld.

Wanneer een wonlngzoekende, die als gevolg van elgen gedrag te maken krijgt met een hulsult-zettlng (bijvoorbeeld hennepteelt, overlastproblematiek etc.) ungentle aanvraagt en deze verkrijgt vanwege bijzondere omstandlgheden (bijvoorbeeld drelgende dakloosheld van minderjarlge kln-deren) dan meet deze ungentle ook geSffectueerd kunnen worden. DIt kan plaatsvlnden via de oorspronkelljke wonlngcorporatle, maar In elk geval met behulp van een van de andere wonlng-corporatles In de reglo. De strekking van het toegevoegde zesde lid Is dat In bedoelde situatles een van de andere corporatles dan de ultgezonderde de urgent wonlngzoekende als nieuwe huurder moeten accepteren.

Artikel 9. Intrekken urgentie

Dit artikel spreekt voor zich. Het weigeren van een woning wordt een urgent woningzoekende zwaar aangerekend. Na zes maanden verloopt een urgentie.

Artikel 10. Toewijzing van woningen door middel van loting

Een deel van het woningaanbod kan via loting worden toegewezen. Het percentage woningen dat via loting wordt verdeeld kan variëren naar gelang de actuele situatie op de woningmarkt. Het percentage schommelt in beginsel rond de 25%.

Op die manier maken ingeschreven woningzoekenden met een korte inschrijftijd toch kans op een woning. Vooral wie op korte termijn een woning nodig heeft en/of personen die zich niet tijdig inschreven of konden inschrijven zijn hierbij gebaat. De introductie van een lotingsmodule moet op termijn het aantal aanvragen voor urgentie substantieel verminderen.

Net zoals een urgent woningzoekende geen woning mag weigeren en hem of haar dat zwaar wordt aangerekend, geldt dat een bij loting toegewezen woning niet mag worden geweigerd. Een weigering heeft tot gevolg dat de woningzoekende een jaar lang niet kan meedoen aan de lotingsmodule.

Artikel 11. Rangorde woningzoekenden

In deze bepaling is in aansluiting op de voorrangsregels van deze verordening een rangorde voor toewijzing van woonruimte gegeven. Over de volgorde van toewijzing kan op die manier geen misverstand bestaan.

In overzicht:

-Bij loting: de eerst gelote kandidaat enz.

(lotingsmodule, ca. 25% van de vrijkomende woningen)

-Overig woningaanbod:

(wensmodule, ca. 70% van de vrijkomende woningen)

1) statushouders (op datum urgentie), vervolgens

2) overige urgenten (op datum urgentie), dan

3) overige ingeschreven woningzoekenden (op basis van inschrijftijd)

-Via bemiddeling: uitzonderingen, door corporaties in te vullen

(ca. 3-5% van de vrijkomende woningen)

Artikel 12. Verlenen mandaat

Mandaatverlening is een bevoegdheid van het college, dus een dergelijke bepaling is strikt genomen niet nodig in de verordening. De bepaling is een uitwerking van artikel 19 van de wet en is opgenomen om te benadrukken dat dit uitdrukkelijk de bedoeling is en dat burgemeester en wethouders voornemens zijn van deze bevoegdheid gebruik te maken. Daardoor ontstaat een vloeiende regionale werkwijze.

Artikel 13. Urgentiecommissie

Op grond van de gemeentewet kan het college een dergelijke commissie inrichten. Voor alle duidelijkheid is toch dit artikel opgenomen. Ook om te benadrukken dat deze verordening vooral bedoeld is om de urgentie van woningzoekende te regelen. Het reglement geldt voor de gehele woningmarkt.

(zie ook de toelichting bij artikel 12)

Artikel 14. Commissie bezwaarschriften woonruimteverdeling

Het college kan de afhandeling van bezwaar en beroep zelf bij besluit regelen. Zie hiervoor ook de hoofdstukken 7 en 9 van de Awb.

Om te bevorderen dat voor het onderdeel woonruimteverdeling een in de gehele woningmarktregio gelijke aanpak en beoordeling wordt gevolgd, is toch dit artikel opgenomen en een reglement voor de commissie opgesteld. (zie ook de toelichting bij artikel 12 en 13). Deze commissie komt voor dit onderdeel in de plaats van de reguliere Verordening Commissie Bezwaarschriften gemeente Elburg en gemeente Nunspeet. In artikel 18 wordt dit geformaliseerd.

Artikel 15. Overgangsregeling

De overgangsbepaling houdt allereerst in dat de ingeschreven starters hun inschrijfduur behouden.

De opgenomen overgangsbepalingen zijn daarnaast bedoeld om woningzoekenden, die nadeel ondervinden van de invoering van deze nieuwe regels (vooral doorstromers) in de gelegenheid te stellen om hun oude rechten te verzilveren. Deze laatste overgangsbepaling geldt gedurende een periode van 12 maanden, rekenende vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening. Binnen deze termijn dient men zich te melden en in te schrijven om van de overgangsregeling gebruik te kunnen maken. Vervolgens gelden de verkregen rechten voor onbepaalde tijd.

Lid 1 is evident.

Artikel 16. Experimenten

Dit artikel maakt het mogelijk gedurende de looptijd van de verordening aanvullende afspraken te maken over de verdeling van woonruimte en in te spelen op veranderingen op de (regionale) woningmarkt. Van dergelijke aanvullende afspraken wordt de gemeenteraad in kennis gesteld. Daarnaast worden deze maatregelen geëvalueerd. Van deze evaluatie wordt verslag gedaan aan de raad.

Artikel 17. Hardheidsclausule

Wanneer uit de toepassing van deze regels voor de woningzoekende onevenredig nadeel zou voortvloeien, kan van deze bepaling gebruik worden gemaakt. Een duidelijke motivering zal steeds aan een afwijking ten grondslag moeten liggen.

Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel

De geldigheidsduur van deze verordening is gesteld op maximaal vier jaar.

Dat maakt dat binnen 4 jaar de noodzaak voor het stellen van deze regels en de situatie op de woningmarkt opnieuw zal worden getoetst.