HOME  |  Bestuur en Organisatie  |  Verordeningen en regelingen  |  Marktreglement gemeente Nunspeet 2013

Marktreglement gemeente Nunspeet 2013

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Nunspeet
Officiële naam regelingMarktreglement gemeente Nunspeet 2013
CiteertitelMarktreglement gemeente Nunspeet 2013
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpMarktreglement

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 160, lid 1
  2. Marktverordening gemeente Nunspeet 2013

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
20-03-2013 n.v.t. nieuwe regeling 05-02-2013 Gemeenteblad 12-03-2013 A.9254

Tekst van de regeling

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet;

gelet op artikel 160, eerste lid sub h van de Gemeentewet, de Marktverordening gemeente Nunspeet 2013 en de Algemene wet bestuursrecht;

overwegende dat het wenselijk is nadere regels vast te stellen met betrekking tot uitvoering van de marktverordening en een ordelijk verloop van de markt;

B E S L U I T:

vast te stellen het Marktreglement gemeente Nunspeet 2013

Hoofdstuk 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1. - Begripsomschrijving

De in artikel 1 van de Marktverordening gemeente Nunspeet 2013 gegeven begripsomschrijvingen zijn van overeenkomstige van toepassing op dit marktreglement.

Artikel 2. - Dag, tijd, plaats en opstelling van de markt

  1. 1.

    De markt wordt elke donderdag gehouden van 08.00 tot 12.30 uur.

  2. 2.

    De markt wordt gehouden in het centrum van Nunspeet, op het marktplein, de Dorpsstraat, de Ds. Martiniuslaan, de Ds. De Bouterlaan en de Marktstraat.

Artikel 3. - Tijdelijke verplaatsing of afgelasting van de markt

  1. 1.

    Het college kan op grond van dringende redenen bepalen dat geen markt wordt gehouden of dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden op een andere dag, op een andere tijd en geheel en/of gedeeltelijk op een andere plaats.

  2. 2.

    Als bij aanvang van de markt, of gedurende de tijdsperiode waarop een markt wordt gehouden, weersinvloeden, calamiteiten en dergelijke de orde op de markt kunnen verstoren, er gevaar dreigt voor de vergunninghouders, marktbezoekers en/of objecten in de nabijheid van het marktterrein waardoor de openbare orde in gevaar komt of schade kan worden toegebracht aan derden kan het college besluiten de vergunninghouders te verplichten noodzakelijke voorzorgmaatregelen te treffen, de markt anders op te stellen en/of in te richten, de markt niet te laten aanvangen of de markt onmiddellijk beëindigen.

  3. 3.

    Op nationale feestdagen vindt geen markt plaats. Het college kan bepalen dat er geen markt wordt gehouden of dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden op een andere dag, op een andere tijd en/of geheel of gedeeltelijk op een andere plaats.

  4. 4.

    Het college kan bepalen dat de markt bij evenementen tijdelijk zal plaatsvinden op een andere dag, op een andere tijd en geheel of gedeeltelijk op een andere plaats. Het college maakt hierbij een zorgvuldige belangenafweging waarbij de volgende aandachtspunten in acht worden genomen:

    1. a.

      de meerwaarde van een evenement voor de levendigheid, aantrekkelijkheid en uitstraling van het centrum;

    2. b.

      het evenement kan deze meerwaarde niet bereiken op een andere plaats en/of op een ander tijdstip;

    3. c.

      de afgifte van de vergunning van het evenement wordt uiterlijk drie maanden voor de datum waarop het evenement gehouden wordt kenbaar gemaakt aan de vergunninghouders zodat deze tijdig hierop kunnen anticiperen;

    4. d.

      de markt kan jaarlijks maximaal vijf keer geheel of gedeeltelijke voor een evenement verplaatst worden waarvan één aaneengesloten periode vier weken in de winter voor een winteractiviteit.

Hoofdstuk 2. - Bepalingen over vergunningen

Artikel 4. - Inhoud vaste standplaatsvergunning

1.Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval:

  1. a.

    de naam, voornaam, geboortedatum en plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder;

  2. b.

    een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste standplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan;

  3. c.

    de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken;

  4. d.

    het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder behoort;

  5. e.

    de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend en zijn volgnummer op de anciënniteitlijst.

Artikel 5. - Inschrijving op de anciënniteitslijst

Vergunninghouders van vaste standplaatsen worden ingeschreven op een doorlopend genummerde lijst met vermelding van en in volgorde van de datum waarop aan hen voor het eerst een vaste standplaats is toegewezen. Bij deze inschrijving wordt ook vermeld de soort artikelen die de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe hij behoord.

Artikel 6. - Inschrijving op de wachtlijst

  1. 1.

    Het college schrijft de aanvrager op zijn verzoek in op de wachtlijst, als hij voldoet aan de in artikel 6 van de Marktverordening gemeente Nunspeet 2013 gestelde vereisten, maar aan hem geen vaste standplaats kan worden toegewezen.

  2. 2.

    Het college vermeldt bij de inschrijving in ieder geval:

    1. a.

      de naam, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de aanvrager;

    2. b.

      de datum waarop de aanvraag door hem is ontvangen;

    3. c.

      het soort artikelen dat de aanvrager wil verhandelen of de branche waartoe hij behoort.

  3. 3.

    Het college verstrekt de aanvrager een schriftelijk bewijs van inschrijving.

  4. 4.

    De inschrijving op de wachtlijst blijft gehandhaafd, zonder dat verlenging noodzakelijk is.

Artikel 7. - Doorhalen van inschrijving op wachtlijst

De inschrijving op de wachtlijst wordt doorgehaald:

  1. a.

    als de ingeschrevene niet reageert op herhaaldelijke telefonische oproepen en vervolgens een schriftelijke oproep naar het opgegeven woonadres;

  2. b.

    op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene;

  3. c.

    bij overlijden van de ingeschrevene;

  4. d.

    wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste standplaats is verleend;

  5. e.

    als de vergunninghouder een aangeboden standplaats niet aanvaardt, tenzij hier een dringende reden voor is;

  6. f.

    als niet meer aan de vereisten van artikel 6 van de Marktverordening Nunspeet 2013 wordt voldaan.

Artikel 8. - Volgorde toewijzing vaste standplaatsen

Als voor de toewijzing van een beschikbare vaste standplaats meer aanvragers in

aanmerking komen, wordt, met inachtneming van het branchebesluit, de standplaats achtereenvolgens toegewezen aan:

  1. a.

    de vergunninghouder van een vaste standplaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de anciënniteitlijst;

  2. b.

    degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in volgorde van inschrijving op deze lijst.

Artikel 9. - Overschrijving vaste standplaatsvergunning

  1. 1.

    In geval van overlijden, of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder, of ingeval van bedrijfsbeëindiging kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op de echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde.

  2. 2.

    Als de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind of een medewerk(st)er van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen als hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd.

  3. 3.

    Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.

  4. 4.

    Een vergunning kan niet worden overgeschreven op een persoon die al een vaste standplaats heeft op de markt.

Artikel 10. - Toewijzing dagplaats

  1. 1.

    Toewijzing van een dagplaats geschiedt op het moment dat de standplaats niet als vaste standplaats wordt ingenomen.

  2. 2.

    De dagplaats wordt eerst toegewezen overeenkomstig de plaats op de wachtlijst en vervolgens door loting van gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf vóór 08:00 uur aanmelden bij de marktmeester.

  3. 3.

    Toewijzing van een dagplaats gebeurt overeenkomstig onderstaande volgorde:

    1. a.

      eerst komen gegadigden in aanmerking uit branches die nog niet op de markt zijn vertegenwoordigd;

    2. b.

      vervolgens komen gegadigden in aanmerking uit branches waarvan die marktdag een vaste standplaatshouder afwezig is en/of waarvan het maximum volgens het Branchebesluit markt Nunspeet nog niet bereikt is.

  4. 4.

    Toewijzing van een dagplaats vindt niet plaats als dit leidt tot overschrijding van het maximumaantal standhouders per branche, zoals bepaald in het Branchebesluit markt Nunspeet.

  5. 5.

    Als het aantal gegadigden het aantal beschikbare dagplaatsen overtreft, gebeurt de toewijzing van een dagplaats via loting door de marktmeester.

  6. 6.

    Een gegadigde wordt maximaal driemaal achtereen een dagplaats toegewezen.

Artikel 11-. Toewijzing standwerkersplaats

  1. 1.

    Het college wijst een standwerkersplaats toe door middel van loting.

  2. 2.

    Het is een ingeschrevene op de wachtlijst niet toegestaan deel te nemen aan de loting voor een standwerkersplaats zolang deze inschrijving niet definitief is vervallen.

  3. 3.

    Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting.

Hoofdstuk 3. - Bepalingen over het gebruik van de standplaats

Artikel 12. - Persoonlijk innemen standplaats; bijstand

  1. 1.

    De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven.

  2. 2.

    De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.

Artikel 13. - Afwezigheid wegens vakantie of bijzondere omstandigheden

  1. 1.

    De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te laten nemen, deelt dit via schriftelijke of elektronische weg mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt.

  2. 2.

    De mededeling wordt tijdig voor de desbetreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling, telefonisch of elektronisch aan de marktmeester gemeld.

Artikel 14. - Ontheffing en vervanging

  1. 1.

    In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting uit artikel 12.

  2. 2.

    Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon.

Artikel 15. - Naamvermelding vergunninghouder

De vergunninghouder moet bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn naam of bedrijfsnaam aangeven.

Artikel 16. - Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer goederen

  1. 1.

    Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan drie uur voor aanvang en meer dan twee uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren.

  2. 2.

    De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan hiervan tijdelijk ontheffing verlenen.

  3. 3.

    Als de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk om 08.00 uur heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt.

Artikel 17. - Schoonhouden standplaats

  1. 1.

    Een vergunninghouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, dat tijdens de door hem uitgeoefende verkoop op zijn standplaats vrij komt zodanig te bewaren, dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd.

  2. 2.

    De vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats en de naaste omgeving na afloop van de markt veegschoon achter te laten.

Artikel 18. - Eisen over de veiligheid van de standplaats

De vergunninghouder moet voldoen aan de veiligheidsmaatregelen voor ondernemers zoals beschreven in hoofdstuk 4.1 van de handleiding Veiligheid op de markt van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel.

Hoofdstuk 4. - Bevoegdheden marktmeester

Artikel 19. - Mandaat marktmeester

  1. 1.

    De marktmeester is bevoegd namens het college besluiten te nemen die gegrond zijn op de volgende artikelen van de Marktverordening gemeente Nunspeet 2013:

    1. a.

      artikel 5, lid 1: handhaven van het innemen van standplaatsen zonder vergunning;

    2. b.

      artikel 10: onmiddellijke verwijdering met een spoedeisend karakter.

  2. 2.

    De marktmeester is bevoegd namens het college besluiten te nemen die gegrond zijn op de volgende artikelen van de Marktreglement gemeente Nunspeet 2013:

    1. a.

      artikel 3, lid 2: acties bij onverwachte extreme en dringende omstandigheden;

    2. b.

      artikel 10: toewijzing van een dagplaats;

    3. c.

      artikel 11: toewijzing standwerkersplaats;

    4. d.

      artikel 13: afwezigheid wegens vakantie of bijzondere omstandigheden;

    5. e.

      artikel 14: ontheffing en vervanging bij afwezigheid;

f . artikel 16, lid 2: ontheffing vertrektijd;

g.artikel 16, lid 3; standplaats aanmerken als dagplaats.

Artikel 20. - Taken van de marktmeester

  1. 1.

    De marktmeester is belast met de dagelijkse gang van zaken voor, tijdens en onmiddellijk na de markt.

  2. 2.

    Tot zijn takenpakket hoort in ieder geval:

    1. a.

      het aanwijzen van standplaatsen;

    2. b.

      toezicht houden op de markt, inclusief eerste aanspreekpunt voor zowel vergunninghouders als klanten;

    3. c.

      toezicht op de naleving van de marktverordening en het marktbesluit.

Hoofdstuk 5. – SLOTBEPALINGEN

Artikel 21. - Intrekken oude regeling

Het Marktreglement gemeente Nunspeet 2011 wordt ingetrokken.

Artikel 22. - Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking nadat de marktverordening gemeente Nunspeet 2013 in werking is getreden.

Artikel 23. - Citeertitel

Dit reglement wordt aangehaald als: Marktreglement gemeente Nunspeet 2013

Nunspeet, 05-02-2013

Burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet

de secretaris, de burgemeester

J.J. Kerkhof ir. D.H.A. van Hemmen

Toelichting TOELICHTING

In 2011 is er een marktverordening en een marktreglement vastgesteld waarbij de modellen van de VNG zijn overgenomen. Hierin was echter niet geregeld dat het college kon besluiten de markt om dringende redenen of bij grootschalige evenementen geheel of gedeeltelijk te verplaatsen. Omdat dit wel noodzakelijk wordt geacht bij de herinrichting van het marktplein wordt er een nieuwe marktverordening en een nieuw marktreglement vastgesteld. De bevoegdheden van de marktmeester waren ook niet meer vastgelegd in regelgeving. De taken en bevoegdheden van de marktmeester worden in dit reglement vastgelegd.

Artikel 2 - Dag, tijd, plaats en opstelling van de markt

Het kerngebied van de markt is het centrum van Nunspeet, het marktplein, de Dorpsstraat en de Marktstraat. Met de herinrichting van het marktplein en de omliggende straten worden ook de aansluiting op de Ds. Martiniuslaan en de Ds. De Bouterlaan bij de markt betrokken. De openingstijden van de markt lagen formeel niet vast in de regels. Omdat de marktondernemers wel verplicht om 08.00 hun standplaats moeten innemen en de verkoop in de praktijk dan al begint is de aanvang van de markt op 08.00 gesteld. Dit tijdstip komt ook tegemoet aan de behoefte van de kopers.

Artikel 3 - Tijdelijke verplaatsing of afgelasting van de markt
  1. 1.

    Onder dringende redenen vallen in ieder geval redenen van openbare orde en/of veiligheid en activiteiten op het gebied van bestrating, bouw, riolering en dergelijke. Maar ook extreme weersomstandigheden waardoor de veiligheid van personen en goederen ernstig in het geding is. Bij werkzaamheden moet de verplaatsing zo tijdig mogelijk aangekondigd worden zodat ondernemers hierop kunnen anticiperen.

  2. 2.

    Bij zeer extreme weersomstandigheden kan het noodzakelijk zijn de markt voor aanvang of zelfs tijdens de markt af te lasten. Het spreekt voor zich dat dit alleen in zeer extreme situaties aan de orde is.

  3. 3.

    Op nationale feestdagen vindt geen markt plaats. Op Hemelvaartsdag is er bijvoorbeeld geen markt. Deze wordt meestal naar de woensdagmiddag ervoor verplaatst.

  4. 4.

    De marktcommissie wil het liefst geen verplaatsingen vanwege de nadelen die verplaatsingen met zich mee brengen. Het college heeft echter de wens dat er ook grootschalige evenementen of evenementen met een meerwaarde voor de levendigheid en aantrekkelijkheid van Nunspeet in het centrum plaats kunnen vinden. Daarom kan het college bepalen dat de markt bij evenementen tijdelijk plaats zal vinden op een andere dag, op een andere tijd en geheel of gedeeltelijk op een andere plaats. De markt kan niet ongelimiteerd verplaatst worden om gezond en aantrekkelijk te blijven. Het college zal bij evenementen waarbij de weekmarkt in het geding is daarom een zorgvuldige belangenafweging moeten maken. Het aantal verplaatsingen is beperkt tot maximaal zeven waarvan één aaneengesloten periode in de winter van vier marktdagen voor een winteractiviteit en daarnaast drie overige verplaatsingen. Maar ook binnen dit maximum van zeven verplaatsingen moet eerst een afweging gemaakt worden of het evenement waarvoor de weekmarkt verplaatst moet worden een meerwaarde heeft voor de levendigheid, aantrekkelijkheid en uitstraling van het centrum wat niet zodanig bereikt kan worden op een andere plaats en/of ander tijdstip. De verplaatsing moet minimaal drie maanden vooraf kenbaar gemaakt worden zodat marktondernemers op de gewijzigde situatie kunnen anticiperen. Evenementenorganisaties moeten dus tijdig een evenementenvergunning aanvragen. Er moet een goede alternatieve marktopstelling komen voor een verplaatste markt zodat marktondernemers en klanten weten waar iedereen te vinden is. Zover het mogelijk is bij een evenement, zoals een ijsbaan, wordt de markt maar gedeeltelijk verplaatst en worden de verplaatste kramen zo veel mogelijk geplaatst in de omgeving aansluitend aan de markt zodat het één geheel blijft. De verplaatsing zal door publicatie tijdig bekend gemaakt worden.

Artikel 4 - Inhoud vaste standplaatsvergunning

De inhoud van de vergunning wordt zo veel mogelijk beperkt tot hetgeen alleen voor de individuele vergunninghouder aan de orde is. Algemene regels zoals verplichtingen op het gebied van veiligheid zijn opgenomen in dit reglement.

Artikel 8 - Volgorde van toewijzing vaste standplaatsen

In dit artikel is de volgorde van toewijzing van vaste standplaatsen op de markt geregeld. Aangezien niet alle standplaatsen dezelfde mogelijkheden bieden, is het redelijk dat in eerste aanleg aan vergunninghouders van een vaste standplaats de gelegenheid wordt geboden een naar hun oordeel betere standplaats te verkrijgen. Na hen kunnen de ingeschrevenen op de wachtlijst in de gelegenheid worden gesteld een keuze te doen uit de dan nog beschikbare standplaatsen. De volgorde van inschrijving op de wachtlijst van deze personen is hierbij bepalend, waarbij wordt uitgegaan van het moment van inschrijving van het lopende jaar. Het is mogelijk te bepalen dat de toewijzing in de regel eenmaal per jaar geschiedt. Bij de toewijzing van vaste standplaatsen wordt rekening gehouden met het branchebesluit.

Artikel 9 - Overschrijving vaste standplaatsvergunning

Komt een vergunninghouder te overlijden, wordt hij blijvend arbeidsongeschikt, of is er sprake van bedrijfsbeëindiging, dan moet het op sociale overwegingen gerechtvaardigd worden geacht, dat zijn vergunning voor een vaste standplaats op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner (als bedoeld in artikel 1:80a van het Burgerlijk Wetboek) of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde kan worden overgeschreven. In het eerste lid is vastgelegd dat de echtgenoot en de daarmee gelijkgestelde partners recht hebben op de vaste standplaats van de vergunninghouder.

De vergunning kan worden overgeschreven op een kind van de vergunninghouder dat voldoet aan de in het tweede lid gestelde eisen. De vergunning kan ook op een medewerk(st)er worden overgeschreven. Dit omdat het tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend is dat een kind het bedrijf van zijn ouders voort wil zetten en het in de praktijk wenselijk bleek dat deze mogelijkheid ook voor medewerkers werd geboden.

Artikel 10 - Toewijzen dagplaats

De in het eerste lid vereiste vergunning wordt door de marktmeester verleend. Uiteraard moet, als voor de markt een branche-indeling is vastgesteld, daarmee bij het toewijzen van dagplaatsen rekening worden gehouden. Het in het tweede lid vermelde uiterste tijdstip van melding bij de marktmeester moet worden gekoppeld aan het in artikel 14, derde lid, genoemde uiterste tijdstip voor het innemen van een vaste standplaats.

Artikel 11 - Toewijzing standwerkersplaats

Wanneer standwerkersplaatsen worden toegewezen, moet dit zo objectief mogelijk gebeuren om de bekende en de minder bekende standwerkers een gelijke kans te geven. Daarom is in het eerste lid bepaald dat de toewijzing geschiedt door loting. Het verdient daarbij aanbeveling hierbij voorrang te geven aan de marktkooplieden van wie is gebleken dat zij in de uitoefening van de markthandel uitsluitend en daadwerkelijk als standwerker plegen op te treden. Gebleken is dat er een sterke behoefte bestaat aan uniforme en duidelijke richtlijnen voor de toewijzing van standwerkersplaatsen, zowel bij de marktbeheerders als bij de marktgebruikers en in het bijzonder bij de standwerkers zelf. Deze groep kooplieden heeft een eigen wijze van werken. Bij de benadering van het publiek treden zij geheel anders op dan de zogenaamde stille kramers. Zij verhogen de levendigheid van de markt en maken deze daardoor aantrekkelijker voor het publiek. Om verstarring tegen te gaan en om te voorkomen dat de standwerker, die jaar in jaar uit dezelfde plaats bezet, langzamerhand een stille kramer zou worden, wordt het in het algemeen ongewenst geacht aan deze categorie kooplieden vaste standplaatsen toe te wijzen. Dit standpunt wordt door de officiële landelijke organisatie van standwerkers (Stibesta) steeds met klem naar voren gebracht.

Vooral ook omdat het werkterrein van de standwerkers zich over het gehele land uitstrekt, is het verderst, dat de regels voor de toewijzing van de standplaatsen aan deze bijzondere categorie kooplieden op alle markten in Nederland zo veel mogelijk gelijkluidend zijn. Alhoewel in principe een scherpe scheiding tussen de voor de stille kramers en de voor standwerkers bestemde standplaatsen moet blijven bestaan, zal het in sommige gevallen - in het belang van de markt dan wel uit billijkheidsoverwegingen tegenover de betrokken kooplieden - niet van overwegend bezwaar zijn, opengebleven standwerkersplaatsen aan stille kramers toe te wijzen, met dien verstande, dat aan laatstbedoelde kooplieden wordt duidelijk gemaakt, dat zij hieraan nimmer enig recht op de desbetreffende standplaats zullen kunnen ontlenen. Tot toewijzing van dergelijke standplaatsen aan stille kramers is alleen dan over te gaan, als op de markt beslist geen voor deze categorie kooplieden bestemde standplaatsen meer beschikbaar zijn. Belangrijk is verder de in het derde lid opgenomen mogelijkheid om als koppel of duo een standwerkersplaats te kunnen betrekken. Uitdrukkelijk is hierbij echter de voorwaarde gesteld dat een duo zich tevoren als zodanig bij de marktmeester moet melden en dat een duo als één loting wordt aangemerkt.

Artikel 12 - Persoonlijk innemen standplaats, bijstand

In artikel 12 is bepaald dat de vergunninghouder in principe verplicht is zelf op zijn standplaats aanwezig te zijn. De vergunninghouder kan zich doen bijstaan op grond van het tweede lid. De artikelen 13 en 14 geven aan de vergunninghouder de mogelijkheid om tijdens vakantie, ziekte, bijzondere omstandigheden en voor het regelen van zaken zich te laten vervangen.

Artikel 16 - Tijdstip innemen en verlaten standplaats

Voor de overlast van omwonenden is het van belang dat vergunninghouders niet te vroeg komen. Om het marktplein na de markt weer te kunnen gebruiken voor evenementen en terrassen is het van belang dat de vergunninghouders ook weer op tijd vertrekken. Voor de veiligheid van de bezoekers en aantrekkelijkheid van de markt is het van belang dat tijdens de openingsuren van de markt geen vergunninghouders gaan opbreken. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan ontheffing gegeven worden hiervoor.

Artikel 18. - Eisen over de veiligheid van de standplaats

Er zijn zeer veel verschillende regels waarmee vergunninghouders te maken hebben en omdat vergunningen niet actueel blijven, wordt verwezen naar hoofdstuk 4.1 van de handleiding Veiligheid op de markt van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel.

Artikel 19 - Mandaat marktmeester

In het markbesluit 2006 waren de taken en bevoegdheden van de marktmeester vastgelegd. Bij de vaststelling van de Marktverordening 2011 en Marktreglement 2011 is het Marktbesluit 2006 vervallen maar is er niet op een andere wijze invulling gegeven aan het overdragen van taken en bevoegdheden van de marktmeester. Via dit artikel wordt de marktmeester gemandateerd voor een aantal bevoegdheden.