HOME  |  Bestuur en Organisatie  |  Verordeningen en regelingen  |  Notitie integriteit bestuurders gemeente Nunspeet

Notitie integriteit bestuurders gemeente Nunspeet

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Nunspeet
Officiële naam regelingNotitie integriteit bestuurders gemeente Nunspeet
Citeertitelonbekend
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerppersoneel en organisatie

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-03-2002 n.v.t. nieuwe regeling 12-02-2002 onbekend Notitie integriteit bestuurders gemeente Nunspeet

Tekst van de regeling

Hoofdstuk 1. Nieuw Hoofdstuk

Hoofdstuk 2. Inhoudsopgave

1. INLEIDING

2. BELANGENVERSTRENGELING

a Nevenfuncties

b Openbaarmaking

c Deelneming aan stemming

d Verboden handelingen ex artikel 15 van de Gemeentewet

3. INFORMATIE

4. AANBESTEDING

5. GESCHENKEN EN DIENSTEN

6. BESTUURLIJKE UITGAVEN EN ONKOSTENVERGOEDINGEN

7. DIENSTREIZEN BUITENLAND

8. ORGANISATIE VAN HET INTEGRITEITSBELEID

9. aanbevelingen

BIJLAGE GEDRAGSCODE VOOR BESTUURDERS gemeente nunspeet

Hoofdstuk 1. Inleiding

Op grond van de Wet dualisering gemeentebestuur is de gemeenteraad verplicht om per 7 maart

2003 gedragscodes vast te stellen voor de burgemeester (artikel 69, lid 2 Gemeentewet), wethouders

(artikel 41c Gemeentewet) en raadsleden (artikel 15, lid 3 Gemeentewet). De raad heeft

de mogelijkheid om deze termijn met een jaar te verlengen. In de beleidsagenda van de gemeenteraad

is vaststelling van de gedragscodes echter voorzien in het 4e kwartaal van 2002.

Deze notitie volgt in grote lijnen de publicatie 'Integriteit van bestuurders', zoals die gezamenlijk

door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Interprovinciaal Overleg

en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten tot stand is gebracht. Daarnaast wordt onze eerdere

ambtelijke rapportage rond de actualisering en openbaarmaking van nevenfuncties van bestuurders

en de uitwerking daarvan in deze notitie geïntegreerd. Verder krijgen de provinciale

beleidsregels inzake de ontheffingverlening met betrekking tot het verbod van gemeentebestuurders

op het aangaan van een aantal privaatrechtelijke overeenkomsten (artikel 15, eerste lid onder

d Gemeentewet) ook een plaats in dit stuk.

In 1997 heeft het college na raadpleging van de Ondernemingsraad en de toenmalige commissie

Algemeen Beleid de Nota Integriteit vastgesteld. Hierin is een aantal richtlijnen opgenomen ten

behoeve van bestuurders en medewerkers van de gemeente Nunspeet. De voorliggende notitie

ziet uitsluitend op de integriteit van bestuurders, te weten de burgemeester, de wethouders en

raadsleden. Onder raadsleden dient in deze notitie tevens te worden verstaan niet-raadsleden die

in raadscommissies participeren. In een later stadium kunnen de gedragsregels voor de ambtelijke

medewerkers worden geactualiseerd (actie: afdeling P&O) waarbij het aanbeveling verdient

deze af te stemmen op deze notitie en de vast te stellen gedragscode voor bestuurders.

Hoofdstuk 2. BELANGENVERSTRENGELING

Gemeentebestuurders leggen bij hun aantreding de eed of belofte af om de wetten te zullen nakomen

en de plichten als lid van het gemeentebestuur naar eer en geweten te zullen vervullen.

Ze moeten hun taken onbevooroordeeld en objectief vervullen. Als er sprake is van belangenverstrengeling

is dat niet langer verzekerd. Bij belangenverstrengeling gaat het om vermenging van

het publiek belang met het persoonlijk belang van de bestuurder of dat van derden waardoor een

zuiver en objectief besluiten of handelen in het publiek belang niet langer is gewaarborgd. Reeds

de schijn van belangenverstrengeling moet worden vermeden.

Het risico van belangenverstrengeling kan bijvoorbeeld ontstaan bij het vervullen van nevenfuncties

- ook de uitoefening van een nevenfunctie waarin de bestuurder qualitate qua is benoemd –

en bij het hebben van financiële belangen of het verrichten van bepaalde financiële transacties.

a. Nevenfuncties

Een goede functievervulling en handhaving van onpartijdigheid en onafhankelijkheid dienen bepalend

te zijn bij de beslissing of een nevenfunctie aanvaard wordt. In algemene zin zijn bij het aanvaarden

van nevenfuncties twee afwegingen van belang:

- Er mag geen verstrengeling optreden tussen het ambt en de nevenfunctie.

- De nevenfunctie mag niet leiden tot een zodanig tijdsbeslag dat daardoor het functioneren als

ambtsdrager in het geding komt. Dit is overigens geen integriteitsoverweging.

Deze uitgangspunten gelden met name voor bestuurders voor wie het ambt een hoofdfunctie is

(i.c. burgemeester en de wethouders), maar de strekking ervan kan van overeenkomstige toepassing

zijn op raadsleden.

De burgemeester en de wethouders genieten geen vergoedingen - in welke vorm dan ook - voor

werkzaamheden, verricht in nevenfuncties uit hoofde van het ambt, ongeacht of de vergoeding

ten laste van de gemeentekas komt of niet. Dat geldt ook voor de nevenfuncties die qualitate qua

worden vervuld. In de handreiking wordt met betrekking tot deze functies (bijvoorbeeld voorzitterschap

WGR-regio of commissaris van een energiebedrijf) aanbevolen eens kritisch van gedachten

te wisselen over de vervulling hiervan. Naar onze inschatting kan in Nunspeet een dergelijke

discussie achterwege blijven. De vergoedingen voor onkosten behoeven overigens niet door de

burgemeester en de wethouders te worden teruggestort en inkomsten uit nevenfuncties die niet

voortvloeien uit het ambt mogen worden behouden.

b. Openbaarmaking

Melding van nevenfuncties en openbaarmaking ervan en daardoor de mogelijkheid van democratische

controle kunnen in belangrijke mate bijdragen aan het voorkomen van belangenverstrengeling.

Daarmee wordt één en ander controleerbaar en kan zo nodig een publiek debat in de raad

worden gevoerd over de aanvaarding van bepaalde nevenfuncties.

Medio juli van dit jaar is de bestaande lijst van nevenfuncties van de gemeentebestuurders geactualiseerd.

Vervolgens is de conceptlijst voorgelegd aan het college en de raadscommissie met

het voorstel de nevenfuncties openbaar te maken. Tijdens de behandeling in de commissie Algemeen

Beleid en Economische Zaken van 10 september jl. is gevraagd de lijst vóór definitieve

vaststelling nog een keer te screenen op actualiteit en inhoud. Tevens werd het verzoek gedaan

een lijn te bepalen voor wat betreft zaken die raadsleden rechtstreeks dan wel indirect aan gaan.

Op dit laatste punt gaan we hierna in onder punt 2c 'deelneming aan stemming'.

Inmiddels is de lijst gescreend. Tevens is daarbij bezien of er sprake is van een qualitate qua

nevenfunctie. De definitieve versie van de lijst is bijgevoegd. Deze kan derhalve thans openbaar

worden gemaakt: publicatie in voorlichtingsrubriek, terinzagelegging en ontsluiten via gemeentelijke

Website. In de handreiking wordt nog de suggestie gedaan dat bestuurders (met uitzondering

van raadsleden) op vrijwillige basis ook het tijdsbeslag en de inkomsten van de nevenfuncties

openbaar maken. Wij gaan er vanuit dat hier geen behoefte aan bestaat. Wel is het wenselijk dat

de burgemeester en de wethouders bij de melding van een nevenfunctie het tijdsbeslag aangeven.

Dat gebeurt op dit moment al. De lijst van nevenfuncties zal jaarlijks geactualiseerd worden.

Daarnaast is het wenselijk dat raadsleden het aanvaarden van nieuwe nevenfuncties dan wel het

opzeggen van nevenfuncties tussentijds melden bij de raadsgriffier. Voor de burgemeester en de

wethouders geldt dat zij hun voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie moeten melden

aan de raad.

Voor het hebben van financiële belangen geldt nog geen meldingsplicht. In de handreiking wordt

aanbevolen om hierover afspraken te maken. Het gaat dan om de financiële belangen die de

belangen van de gemeente, voor zover deze in verband staan met de functievervulling van een

raads- of collegelid, kunnen raken. In de gedragscode is hierover een afzonderlijke regel opgenomen.

De opgave van financiële belangen door bestuurders is openbaar en door derden te

raadplegen (geen actieve openbaarmaking).

c. Deelneming aan stemming

Vanuit de commissie Algemeen Beleid en Economische Zaken werd gevraagd een lijn te bepalen

voor wat betreft zaken die raadsleden rechtstreeks dan wel indirect aan gaan. Op grond van artikel

28 van de Gemeentewet dient een raadslid zich te onthouden van een stemming over een

'aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger

is betrokken' of over 'de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam

waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort'.

Tot op heden is het gebruikelijk de conceptagenda van de raadsvergadering te agenderen voor

de commissie Algemeen Beleid en Economische Zaken. Doel daarvan is na te gaan in hoeverre

er raadsleden zijn die zich van beraadslaging of besluitvorming moeten onthouden. Deze lijn kan

voortgezet worden. De fractievoorzitter kan de raadsagenda met hetzelfde doel in het fractieberaad

voorafgaande aan de raadsvergadering aan de orde stellen. Wanneer een raadslid zich van

stemming moet onthouden, is het wel van belang dat hij/zij dat in de raadsvergadering bij aanvang

van behandeling van het agendapunt kenbaar maakt. Het geldt namelijk zowel voor schriftelijke

als hoofdelijke stemming.

Dan de vraag hoe een lijn af te spreken om te bepalen of er sprake is van 'een aangelegenheid

die een raadslid of collegelid rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat.' In 1994 is dit ook al

eens op verzoek van een raadslid onderzocht. Toen is aan de hand van een korte notitie besloten

dat raadsleden zelf dienen te toetsen waar sprake kan zijn van mogelijke belangenverstrengeling.

Dit besluit komt overeen met het nog steeds geldende uitgangspunt in de wet dat de verantwoordelijkheid

in eerste instantie bij betrokkene zelf ligt. In de handreiking wordt nu echter aangegeven

dat gedacht kan worden aan familierelaties, eigendommen, zakelijke belangen of bestuurslidmaatschappen

van gesubsidieerde instellingen. De nadruk ligt echter op de woorden 'persoonlijk

aangaan'. Het moet duidelijk om een eigen belang gaan. Op grond van recente jurisprudentie

blijkt dat wanneer een raadslid in strijd met artikel 28 van de Gemeentewet toch deelneemt aan

een stemming en deze stem blijkt van beslissende invloed te zijn op de besluitvorming (Nunspeetse

situatie: 10 tegen 11), de burgemeester het besluit ter vernietiging voordragen.

Overigens geeft artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht (gebod van onpartijdigheid) ook

aan dat het bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid vervult en dat het bestuursorgaan

ertegen waakt dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen, die

een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden. Verwezen wordt

naar de toelichting op deze bepalingen. Artikel 28 van de Gemeentewet en artikel 2:4 van de Awb

zien ook op besluiten van het college van burgemeester en wethouders. Een algemene lijn definieren

is moeilijk, maar raads- en collegeleden kunnen bovenvermelde toelichting en voorbeelden

betrekken bij de beantwoording van de vraag of ze zich van stemming moeten onthouden. In de

commissie Algemeen Beleid en Economische Zaken kan hierover verder van gedachten worden

gewisseld. Genoemd artikel van de Gemeentewet ziet niet op het meedoen aan discussies in

commissievergaderingen. Omdat raadsbesluiten feitelijk voortvloeien uit een discussie in commissieverband,

is het echter aan te bevelen dat het desbetreffende commissielid zich ook onthoudt

van beraadslagingen in de commissievergadering om (de schijn van) belangenverstrengeling

te voorkomen. Ook hier geldt dat de raads- en commissieleden primair zelf verantwoordelijk

zijn. Het wordt wel wenselijk geacht dat de commissievoorzitters beschikken over de lijst van nevenfuncties.

d. Verboden handelingen ex artikel 15 Gemeentewet

Op grond van het eerste lid van artikel 15 van de Gemeentewet mag een raadslid niet:

a. als advocaat, procureur of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente

of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;

b. als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente

of het gemeentebestuur;

c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente

aangaan van:

1e. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;

2e. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente;

d .rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:

1e. het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente;

2e. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van

de gemeente;

3e. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente;

4e. het verhuren van roerende zaken aan de gemeente;

5e. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente;

6e. het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten

waaraan deze zijn onderworpen;

7e. het onderhands huren of pachten van de gemeente.

Deze verboden gelden ook voor de burgemeester, de wethouders en niet-raadsleden in commissies

en zijn in de wet opgenomen om de integriteit van het gemeentebestuur te waarborgen. Gedeputeerde

Staten kunnen ontheffing verlenen van het verbod op het aangaan van een aantal

privaatrechtelijke overeenkomsten, als bedoeld in artikel 15, eerste lid onder d. Gedeputeerde

Staten hebben beleidsregels vastgesteld die als toetsingskader voor de ontheffingaanvragen

dienen. In juli 2002 hebben de raadsgriffiers alle gemeentebestuurders (inclusief het niet-raadslid)

hierover geïnformeerd en een exemplaar van de beleidsregels ter hand gesteld. In de Verordening

op de raadscommissies gemeente Nunspeet 2002 zijn de verboden handelingen van artikel

15 van de Gemeentewet van toepassing verklaard op niet-raadsleden in commissies. Uit nadere

bestudering blijkt dat de beleidsregels van de provincie niet gelden voor niet-raadsleden. Hieruit

volgt dat niet-raadsleden nooit ontheffing kunnen krijgen. De provincie geeft in overweging om

een mogelijkheid te creëren dat niet-raadsleden ter zake ontheffing kunnen vragen bij de gemeenteraad.

Geadviseerd wordt om hiertoe over te gaan. Ontheffingaanvragen zullen dan door

de raad getoetst worden aan de hand van de provinciale beleidsregels die van overeenkomstige

toepassing worden verklaard op niet-raadsleden in commissies. Te zijner tijd zal dit als zodanig

worden opgenomen in de Verordening op de raadscommissies.

Hoofdstuk 3. INFORMATIE

Een integer bestuurder gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van

zijn ambt beschikt. Oneigenlijk gebruik van overheidsinformatie moet voorkomen worden. In de

gedragscode worden hierover een aantal gedragsregels opgenomen.

Hoofdstuk 4. AANBESTEDING

Het aanbestedingsbeleid staat met name als gevolg van de enquête bouwnijverheid volop in de

belangstelling. Aanbesteden is een kwetsbare activiteit, waarbij het vertrouwen in de overheid in

hoge mate in het geding is. Onlangs is het college desgevraagd gerapporteerd over het gehanteerde

aanbestedingsbeleid van de gemeente Nunspeet voor werken in de openbare ruimte. Uit

oogpunt van kwaliteitszorg (imago van de gemeente, dus ook integriteit) werd het rapport ambtelijk

aangevuld met de opmerking dat in principe alle overheidsopdrachten voor diensten en leveranties

onder de noemer van aanbestedingen vallen. Een aantal in het oog springende voorbeelden

– onder andere met het oog op een eventuele Europese aanbesteding - zijn: uitgifte woningbouwlocaties,

het afsluiten van de brandverzekering voor gemeentelijke gebouwen/inventaris,

aanschaf computerapparatuur, aanschaf van brandweerauto's en het leerlingenvervoer.

In de recente VNG-notitie gemeentelijk aanbestedingsbeleid wordt opgemerkt dat veel gemeenten

een nota aanbestedingsbeleid hebben opgesteld, waarin onder meer is opgenomen: de doelstelling

van het aanbestedingsbeleid, de gehanteerde aanbestedingsvormen, de bevoegdheidsverdeling

(integriteit) en in voorkomende gevallen de wijze van verantwoording aan de gemeenteraad

(dualisme). Een nota aanbestedingsbeleid ontbreekt in onze gemeente en de nota Integriteit

van 1997, waarin richtlijnen op het gebied van het aanbestedingen zijn opgenomen, is aan actualisering

toe. Ook in de handreiking 'Integriteit van bestuurders' wordt aanbevolen een adequaat

aanbestedingsbeleid vast te stellen met waarborgen voor de integriteit in alle fasen van het traject

van aanbesteding.

Tijdens de raadsvergadering van 26 september jl. vroeg de VVD-fractie of het college bereid is

het systeem van de onderhandse aanbestedingen om te zetten in een systeem van openbare

aanbestedingen. Namens het college werd geantwoord dat hierover een discussie kan plaatsvinden

in een komende vergadering van de commissie Openbare Ruimte.

Indien er bij de raad de wens zou bestaan dit onderwerp raadsbreed te bespreken, kon dat in de

commissie Algemeen Beleid en Economische Zaken kenbaar worden gemaakt. In de afgelopen

commissievergadering is geen enkele fractie daarop teruggekomen. Vermeldenswaardig is dat de

voorzitter tijdens de raadsvergadering meldde dat dit een prachtig voorbeeld is van de kaderstellende

rol van de raad. Op 26 november 2002 heeft het college overigens een themabijeenkomst

'aanbestedingsbeleid', waarin deze notitie ook betrokken kan worden.

Naast het ontwikkelen van een aanbestedingsbeleid is het raadzaam om ter zake gedragsregels

op te nemen in de gedragscode.

Hoofdstuk 5. GESCHENKEN EN DIENSTEN

Bij het afleggen van de ambtseed of belofte verklaren bestuurders dat zij geen giften of gunsten

hebben gegeven of beloofd om benoemd te worden. Ook beloven ze geen geschenken of beloften

te hebben aangenomen of te zullen aannemen om iets te doen of te laten. Dat betekent kort

gezegd dat nooit giften of gunsten - ook niet als ze van geringe waarde zijn - mogen worden aangenomen

in ruil voor een tegenprestatie. Toch is het binnen de diverse relaties die gemeenten

onderhouden niet ongebruikelijk dat geschenken worden gegeven en ontvangen. Dat hoeft geen

probleem te zijn zolang de onafhankelijkheid van de bestuurders niet in het geding is.

Wanneer de gemeente als instituut kostbare geschenken (bijvoorbeeld waarde tot € 5.000,00)

geeft aan een derde, is het raadzaam hierover expliciet een gemotiveerd collegebesluit te nemen.

De raad en de inwoners kunnen via de openbare besluitenlijst hiervan kennis nemen. Voor

schenkingen boven het bedrag van € 5.000,-- is het aan te bevelen een raadsbesluit te nemen.

Aan de andere kant komt het regelmatig voor dat derden geschenken aanbieden aan de gemeente.

Voorheen werden geschenken altijd aanvaard door middel van een raadsbesluit. Enkele willekeurige

voorbeelden van geschenken die door de raad geaccepteerd zijn:

§ een tv-toestel van de Stichting CAI (1979).

§ 10.000,-- van het bedrijf Jan Kuipers i.v.m. 50-jarig bestaan (1979).

§ Kunstwerk in de vorm van fietser van Shimano (1992).

Het aanvaarden van een schenking kan op grond van de huidige Gemeentewet tot de bestuursbevoegdheid

van het college worden gerekend. Het is echter raadzaam af te spreken om geschenken

met een waarde van boven de € 5.000,-- niet eerder te aanvaarden nadat de commissie

Algemeen Beleid en Economische Zaken is geraadpleegd. Ook is het aan te bevelen dat de

afdeling D&O een openbaar register aanlegt van alle ontvangen en verstrekte geschenken.

Het ontvangen en geven van geschenken door bestuurders persoonlijk kan meer risico's met zich

meebrengen. Datzelfde geldt voor deelname aan diners, excursies en evenementen. In de nota

Integriteit van 1997 is hierover al een gedragslijn afgesproken waarvan de strekking onzes inziens

voortgezet kan worden, namelijk: Geschenken, uitnodigingen en soortgelijke zaken moeten door

bestuurders verplicht worden gemeld via een (bestaand) formulier bij de afdeling P&O. Deze afdeling

verwerkt de meldingen eens in het jaar in een overzicht dat vervolgens aan het college en

het seniorenconvent wordt voorgelegd. Gediscussieerd kan worden of dit overzicht openbaar of

vertrouwelijk moet zijn, waarbij aangetekend wordt dat de meldingen op grond van de Wet openbaarheid

van bestuur in beginsel openbaar zijn (denk aan de bonnetjes van oud-burgemeester

Bram Peper).

De raadscommissie Algemeen Beleid en Economische Zaken heeft inmiddels uitgesproken dat

voor deze meldingen een passieve openbaarheid geldt. Het is overigens mogelijk om persoonlijke

geschenken beneden een bepaalde waarde (bijvoorbeeld € 50,--) uit te zonderen van de meldingsplicht.

Het college heeft inmiddels besloten dat voor geschenken en diensten boven de €

50,-- een collegebesluit nodig is.

Hoofdstuk 6. BESTUURLIJKE UITGAVEN EN ONKOSTENVERGOEDINGEN

Algemeen

Politieke ambtsdragers op gemeentelijk niveau ontvangen naast hun wedde of bezoldiging vergoeding

van kosten die zij maken bij de uitoefening van hun ambt. Naast vergoedingen van nader

aangeduide kosten zoals reis- en verblijfkosten, hebben de ambtsdragers aanspraak op een vaste

onkostenvergoeding, kunnen zij kosten declareren en maken zij gebruik van voorzieningen die

door de gemeentelijke organisatie ter beschikking worden gesteld. In de handreiking wordt over

de kostenregelingen feitelijke informatie gegeven en worden enkele handreikingen geboden omtrent

de bij bestuurlijke uitgaven te betrachten zorgvuldigheid. Strikt sluitende algemene regels

zijn moeilijk te formuleren, met name als het gaat om uitgaven die zich op het grensvlak van privé

en publiek bevinden. Bestuurders dienen de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen waar het

betreft in rekening brengen van bestuurlijke uitgaven indien deze zich op genoemd grensvlak

bevinden.

Voor het maken van een afweging of de uitgaven voor bekostiging in aanmerking komen, is het

aan te bevelen dat de bestuurders uitdrukkelijk kennis nemen van de inhoud van deze paragraaf

in de handreiking. Daarnaast zullen we deze informatie beschikbaar stellen aan de sector Middelen.

Op dit moment bestaat er reeds een administratieve procedure aan de hand waarvan (gedeclareerde

) uitgaven van bestuurders na controle worden uitbetaald. Stelregel daarbij is dat kosten

alleen worden vergoed na overlegging van betalingsbewijzen. Deze procedure zal te zijner tijd

door de sector Middelen worden vastgelegd in een procesbeschrijving. Gelet op de aard van de

kosten verdient dat prioriteit. Thans brengen we nog enkele relevante aspecten onder de aandacht.

Declaraties en facturen

Het verdient de voorkeur dat kosten direct in rekening worden gebracht bij de gemeente, zonder

dat een 'voorfinanciering' geschiedt uit de privé-gelden van de individuele bestuurder. Er zal echter

behoefte blijven bestaan om declaraties in te kunnen dienen. Uitsluitend bestuurlijke uitgaven

komen voor vergoeding in aanmerking. Voorts mogen de kosten niet reeds worden bestreken uit

een andere (vaste) vergoeding.

Gebruik van creditcards

In de gemeente Nunspeet beschikken de bestuurders niet meer over een creditcard op naam van

de gemeente. Aanbevolen wordt om dat te handhaven.

Voorzieningen en faciliteiten

In het ambtelijke rapport over de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente

Nunspeet 2002 is reeds ingegaan op het beschikbaar stellen van bepaalde voorzieningen

voor raads- en commissieleden. De VNG heeft recent in overleg met het IPO een voorbeeldverordening

voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden opgesteld. Op grond van de

nieuwe vergoedingssystematiek voor gemeente- en provinciebestuurders per 1 januari 2001 bestaat

immers de mogelijkheid om computer- en communicatieapparatuur beschikbaar te stellen

en cursussen en congressen rechtstreeks vanuit de (gemeentelijke) bedrijfsvoering te regelen. Er

is reeds toegezegd dat de raad en het college aan de hand van genoemde voorbeeldverordening

een afzonderlijk voorstel over dit onderwerp voorgelegd krijgen. Het project raadsleden on line

krijgt daarin ook een plaats.

Verantwoording en controle

In de handreiking wordt in overweging gegeven de accountant te verzoeken bij de controle van de

jaarrekening specifieke aandacht te besteden aan de bestuurskosten.

Gelet op de aard van de uitgaven wordt het – uit oogpunt van transparantie - wenselijk geacht de

accountant te verzoeken jaarlijks bij de controle van de jaarrekening aandacht te besteden aan de

bestuurskosten.

Hoofdstuk 7. DIENSTREIZEN BUITENLAND

Ook bestuurders uit de gemeente Nunspeet maken soms buitenlandse dienstreizen. Deze worden

gemeld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders. Via de openbare

besluitenlijst kunnen de raad en inwoners daar kennis van nemen. In de gedragscode worden

gedragsregels opgenomen met betrekking tot onder andere meereizende partners. De uitgaven

worden intern gecontroleerd door de sector Middelen. De Nunspeetse situatie geeft geen aanleiding

aanvullende regels te stellen.

Hoofdstuk 8. ORGANISATIE VAN HET INTEGRITEITSBELEID

Meer regels dan procedures

Het vaststellen van regels en procedures is van groot belang, maar het mag nooit leiden tot een

houding dat de integriteit daarmee is 'geregeld'. Integriteit dient een regelmatig terugkerend onderwerp

op de politieke agenda te zijn. Het integriteitbeleid zou ten minste eenmaal per jaar in de

raad (commissie Algemeen Beleid en Economische Zaken) geëvalueerd moeten worden, waarbij

beoordeeld wordt of een bijstelling van het beleid gewenst is. Dat kan op het moment dat de actualisatie

van de nevenfuncties in de commissie behandeld wordt. Het is ook nuttig een vertrouwenspersoon

aan te wijzen bij wie individuele raadsleden of wethouders terechtkunnen. Daarbij

kan gedacht worden aan de burgemeester. Voor integriteitvraagstukken met betrekking tot de

burgemeester zelf kan de Commissaris van de Koningin als vertrouwenspersoon fungeren.

Checks en balances

Integriteit vraagt om een heldere verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden,

waarbij checks en balances centraal staan. Bij delegatie en mandaat moet gezorgd worden dat

het uitgangspunt van checks en balances is gewaarborgd. De raad kan een afzonderlijk voorstel

tegemoet zien over de aanpassing van het delegatiebesluit in verband met de wettelijke overdracht

van bestuursbevoegdheden aan het college. Met betrekking tot mandatering van collegebevoegdheden

aan individuele wethouders en ambtenaren volgt een afzonderlijk voorstel aan het

college, waarbij ook ingegaan wordt op integriteitrisico's. Een voorbeeld is om de in mandaat gegeven

beslissingsbevoegdheid over te dragen aan een collega-bestuurder wanneer er sprake is

van (de schijn van) belangenverstrengeling.

Verantwoording, controle en financieel beheer

Zie punt 6 van deze notitie en punt 8.5 en hoofdstuk 9 van de handreiking. Het lijkt ons raadzaam

de inhoud hiervan te betrekken bij de vernieuwing van de planning&controlcyclus in verband met

de invoering van de duale begroting en rekening. Vóór 15 november 2003 moeten de volgende

verordeningen worden vastgesteld c.q. gewijzigd, waarin aspecten van verantwoording, controle

en financieel beheer uitgediept worden:

- Verordening inzake uitgangspunten financieel beleid en regels voor financieel beheer en inrichting

financiële organisatie.

- Verordening inzake externe controle op het financiële beheer en de inrichting van de financiële

organisatie (aanscherpen accountantscontrole).

Vóór 7 maart 2003 moet de Verordening met betrekking tot doelmatigheids- en doeltreffendheidonderzoeken

van het college naar collegebestuur te worden vastgesteld. Deze termijn kan met

een jaar worden verlengd. Bij de vaststelling van al deze verordeningen dient rekening te worden

gehouden met het integriteitvraagstuk.

Hoofdstuk 9. AANBEVELINGEN

Naast de vaststelling van bijgaande conceptgedragscode volgt aan de hand van deze notitie

puntsgewijs een samenvatting van de overige aanbevelingen. Het college en de raad dienen hierin

een eigen afweging en vervolgens definitieve keuzes te maken.

Belangenverstrengeling

§ Een kritische gedachtewisseling over de vervulling van nevenfuncties die qualitate qua worden

vervuld, kan achterwege blijven.

§ De geactualiseerde lijst van nevenfuncties van de burgemeester, wethouders en raadsleden

(inclusief niet-raadslid in commissies) thans definitief vaststellen en op de voorgestelde manier

openbaar maken.

§ Niet overgaan tot opname (dus openbaarmaking) van de inkomsten en het tijdsbeslag in de lijst

van nevenfuncties van de burgemeester en de wethouders (is niet van toepassing voor raadsleden

). Bij melding van nevenfuncties wel het tijdsbeslag aangeven.

§ Lijst van nevenfuncties jaarlijks actualiseren. Daarnaast zullen bestuurders het tussentijds aanvaarden

en opzeggen van nevenfuncties melden. Bij het melden van nevenfuncties door de burgemeester

en de wethouders wordt tevens het tijdsbeslag aangegeven (geen openbaarmaking

tijdsbeslag).

§ Invoeren van een meldingsplicht voor alle bestuurders voor het hebben van financiële belangen

in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt.

Deze opgave is openbaar en door derden te raadplegen. Er vindt dus geen actieve openbaarmaking

plaats.

§ Om na te gaan of bestuurders zich moeten onthouden van stemming, de conceptagenda van de

raad maandelijks aan de orde stellen in de commissie Algemeen Beleid en Economische Zaken.

Daarnaast wordt de fracties in overweging gegeven om de raadsagenda met hetzelfde doel aan

de orde te stellen in het fractieberaad voorafgaand aan de raadsvergadering. Wanneer bestuurders

zich moeten onthouden van stemming, dienen ze dat altijd aan te geven op het moment dat

de voorzitter het agendapunt tijdens de vergadering aan de orde stelt. Het is primair de verantwoordelijkheid

van de bestuurder zelf om na te gaan of hij/zij zich van stemming moet onthouden.

Daarbij kan hij/zij denken aan besluiten die betrekking hebben op familierelaties, eigendommen,

zakelijke belangen en bestuurslidmaatschappen van gesubsidieerde instellingen. Verder wordt

aanbevolen dat het desbetreffende commissielid zich ook onthoudt van beraadslagingen in de

commissievergadering om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen. De commissievoorzitters

ontvangen een lijst van nevenfuncties.

§ Bepalen dat niet-raadsleden in voorkomende gevallen bij de gemeenteraad ontheffing kunnen

vragen van de verboden handelingen, als bedoeld in artikel 15, eerste lid onder d, van de Gemeentewet.

Ontheffingaanvragen zullen dan getoetst worden aan de hand van de provinciale

beleidsregels die van overeenkomstige toepassing worden verklaard op niet-raadsleden in commissies.

Te zijner tijd wordt dit vastgelegd in de Verordening op de raadscommissies.

Aanbesteding

§ Ontwikkel een integraal gemeentelijk aanbestedingsbeleid voor alle werken en diensten.

Geschenken en diensten

§ Voor schenkingen van de gemeente aan derden tot een bedrag van € 5.000,-- neemt het college

een gemotiveerd besluit, waarbij specifieke aandacht is voor de integriteit van het bestuur.

Deze besluiten worden in de openbare besluitenlijst vastgelegd zodat de raad en inwoners daarvan

kennis kunnen nemen. Voor schenkingen van de gemeente aan derden die een bedrag van €

5.000,-- te boven gaan, wordt een raadsbesluit genomen.

§ Geschenken met een waarde boven € 5.000,-- worden door de gemeente (het college) niet

eerder aanvaard nadat de commissie Algemeen Beleid en Economische Zaken is geraadpleegd.

Er wordt door de afdeling D&O een openbaar register aangelegd van alle verstrekte en ontvangen

geschenken.

§ Persoonlijke geschenken, uitnodigingen en soortgelijke zaken moeten door bestuurders verplicht

worden gemeld via een (bestaand) formulier bij de afdeling P&O. Deze afdeling verwerkt de

meldingen eens in het jaar in een overzicht dat vervolgens aan het college en het seniorenconvent

wordt voorgelegd. De vraag is of dit overzicht openbaar of vertrouwelijk moet zijn. De raadscommissie

Algemeen Beleid en Economische Zaken heeft inmiddels uitgesproken dat voor deze

meldingen een passieve openbaarheid geldt. Verder is het mogelijk om te bepalen dat persoonlijke

geschenken beneden een bepaalde waarde (bijvoorbeeld € 50,--) uitgezonderd worden van de

meldingsplicht. Het college heeft inmiddels besloten dat voor geschenken en diensten boven de €

50,-- een collegebesluit nodig is. De leden van het college en de raadsleden worden in het bezit

gesteld van een aantal meldingsformulieren.

Bestuurlijke uitgaven en onkostenvergoedingen

§ Voor de afweging of bepaalde uitgaven tot bestuurlijke kosten gerekend kunnen worden, nemen

bestuurders kennis van de inhoud van hoofdstuk 6 van de publicatie 'Integriteit van bestuurders'.

De bestaande procedure voor de controle van bestuurlijke uitgaven wordt te zijner tijd door de

sector Middelen vastgelegd in een procesbeschrijving.

§ Bestuurders worden niet in het bezit gesteld van een creditcard op naam van de gemeente.

§ De raad en het college kunnen aan de hand van de voorbeeldverordening voorzieningen wethouders,

raads- en commissieleden een afzonderlijk voorstel tegemoet zien, waarbij ook het project

raadsleden on line een plaats krijgt.

§ De accountant verzoeken om bij de controle van de jaarrekening specifieke aandacht te besteden

aan de bestuurskosten.

Dienstreizen in buitenland

§ Buitenlandse dienstreizen door collegeleden worden in de collegevergadering gemeld. Via de

openbare besluitenlijst kunnen de raad en de inwoners daarvan kennis nemen. De bestuurlijke

uitgaven tijdens de reis worden intern gecontroleerd door de sector Middelen.

Organisatie van het integriteitsbeleid

§ Het integriteitbeleid wordt één keer per jaar geëvalueerd in de commissie Algemeen Beleid en

Economische Zaken op het moment dat de actualisatie van de lijst van nevenfuncties wordt besproken.

§ Voor integriteitsvragen van individuele raadsleden wordt de burgemeester aangewezen als

vertrouwenspersoon. De burgemeester heeft zelf de mogelijkheid om dergelijke vragen van zijn

kant kort te sluiten met de Commissaris van de Koningin.

§ De raad ontvangt een voorstel over de aanpassing van het delegatiebesluit als gevolg van de

overdracht van bestuursbevoegdheden aan het college ingevolge de Gemeentewet. Met betrekking

tot mandatering van collegebevoegdheden aan individuele collegeleden en ambtenaren ontvangt

het college een nader voorstel, waarin ook ingegaan wordt op integriteitsrisico's.

§ De aanbevelingen in de handreiking met betrekking tot verantwoording, controle en financieel

worden betrokken bij de vernieuwing van de planning&controlcyclus als gevolg van de invoering

van de duale begroting en rekening.

§ Bij de vaststelling c.q. wijziging van de zogenaamde financiële verordeningen wordt tevens

rekening gehouden met integriteitsrisico's.