HOME  |  Bestuur en Organisatie  |  Verordeningen en regelingen  |  Verordening bijdrageregeling minima gemeente Nunspeet 2018

Verordening bijdrageregeling minima gemeente Nunspeet 2018

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Nunspeet
Officiële naam regelingVerordening bijdrageregeling minima gemeente Nunspeet 2018
CiteertitelVerordening bijdrageregeling minima gemeente Nunspeet 2018
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpVerordening bijdrageregeling minima 2018

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 147

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
15-11-2017 01-10-2017 Nieuwe regeling 26-10-2017 Gemeenteblad Nunspeet 41, 7 november 2016 030232701

Tekst van de regeling

Artikel

De raad van de gemeente Nunspeet;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van;

gelet op het bepaalde in artikel 147 van de Gemeentewet;

gezien het advies van de commissie Maatschappij en Middelen

besluit: vast te stellen de Verordening bijdrageregeling minima gemeente Nunspeet 2018.

Artikel 1.. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.alle begrippen

alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader omschreven staan, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet;

b.wet

de Participatiewet;

c.belanghebbende

de rechtmatig in Nederland verblijvende alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwden van 18 jaar of ouder die op het moment van aanvraag woonplaats heeft in de gemeente Nunspeet en als zodanig ingeschreven staat in de gemeentelijke basisadministratie en die voor zichzelf een aanvraag heeft ingediend voor een bijdrage op grond van deze verordening;

d.sociaal-culturele activiteiten

activiteiten die uit oogpunt van ontspanning of ontwikkeling al dan niet in groepsverband worden ondernomen en bijdragen aan maatschappelijke participatie.

Artikel 2.. Voorwaarden voor het recht op de bijdrageregeling

  1. 1.

    De belanghebbende heeft recht op de bijdragen zoals genoemd in artikel 4 en 5 als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

    1. a.

      belanghebbende kan op het moment van aanvraag en in de drie daaraan voorafgaande maanden niet beschikken over een inkomen dat hoger is dan 120% van de bijstandsnorm;

    2. b.

      belanghebbende heeft op het moment van aanvraag en in de drie daaraan voorafgaande maanden geen in aanmerking te nemen vermogen;

    3. c.

      belanghebbende heeft naar verwachting binnen drie maanden na indiening van de aanvraag geen uitzicht op inkomensverbetering van meer dan 20%;

    4. d.

      belanghebbende voert een zelfstandige huishouding;

  2. 2.

    Geen bijdrage wordt verstrekt aan personen van 18 jaar of ouder die onderwijs volgen op grond waarvan aanspraak bestaat op:

    1. a.

      studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000, of;

    2. b.

      een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en

schoolkosten.

Artikel 3.. Vrijlating vermogen

Niet tot het vermogen wordt gerekend:

  1. a.

    het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid van de wet;

  2. b.

    een auto als deze op het moment van aanvraag een waarde heeft van € 5.000,- of minder;

  3. c.

    een auto met een waarde van meer dan € 5.000,-, als aan het college aannemelijk kan wor-den gemaakt dat die auto absoluut onmisbaar is voor de uitoefening van een beroep dan wel absoluut onmisbaar is in verband met medische beperkingen.

Bijdragen

Artikel 4.. Bijdrage voor gemeentelijke belasting afvalstoffenheffing

  1. a.

    De hoogte van de bijdrage is gelijk aan de aanslag die in het kalenderjaar van de aanvraag is opgelegd.

  2. b.

    De bijdrage wordt alleen toegekend voor aanslagen die na inwerkingtreding van deze veror-dening zijn opgelegd.

Artikel 5.. Bijdrage voor sociaal-culturele activiteiten

  1. a.

    De bijdrage is € 150,- per volwassen gezinslid.

  2. b.

    De bijdrage is € 300,- per kind.

Artikel 6.. Periode van toekenning

  1. a.

    De bijstand wordt eenmaal per jaar op aanvraag, voor hetzelfde kalenderjaar waarin de aan-vraagdatum valt, toegekend.

  2. b.

    De bijdrage wordt voor drie jaar toegekend aan personen vanaf de pensioengerechtigde leeftijd met een vast inkomen die geen Participatiewetuitkering ontvangen. De hoogte van de bijdrage bedraagt in dat geval driemaal de jaarbijdragen en wordt per periode van één jaar uitbetaald. Bij wijziging van omstandigheden kan de bijdrage voor de nog niet betaalde bijdragen worden gewijzigd.

  3. c.

    De bijdrage wordt voor onbepaalde tijd toegekend aan personen die een periodieke uitkering op grond van de Participatiewet ontvangen. Bij beëindiging van de bijstand wordt ook de bijdrageregeling Minima beëindigd.

Artikel 7.. Aanvraagprocedure

  1. a.

    De aanvraag is gericht tot het college en wordt schriftelijk ingediend op een daartoe bestemd formulier. Het college bepaalt welke gegevens voor de aanvraag in ieder geval worden verstrekt en welke bewijsstukken worden overgelegd, alsmede de wijze en het tijdstip waarop de verstrekking van gegevens plaatsvindt.

  2. b.

    De bijdragen worden door gehuwden gezamenlijk aangevraagd, dan wel door een van hen met schriftelijke toestemming van de ander.

Artikel 8.. Uitsluitingsgronden

De bijdrage genoemd in artikel 4 wordt herzien en ingetrokken als op verzoek van de belanghebbende op grond van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 kwijtschelding wordt verleend van de aanslag afvalstoffenheffing.

Artikel 9.. Uitbetaling

  1. a.

    De bijdrage voor de gemeentelijke belasting wordt direct verrekend met de verschuldigde aanslag afvalstoffenheffing.

  2. b.

    De bijdragen worden per kwartaal uitbetaald nadat belanghebbende bewijsstukken heeft ingediend van de gemaakte kosten.

Artikel 10.. Bijzondere bepalingen

  1. a.

    Als onverkorte toepassing van het bepaalde in deze verordening leidt tot een klaarblijkelijke hardheid, kan het college in individuele gevallen afwijkingen toestaan. In gevallen waarin niet is voorzien in de uitvoering van deze verordening betreffende, beslist het college.

  2. b.

    Als een bijdrage ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, kan het college het besluit tot toekenning herzien en de ten onrechte verleende bijdrage van de belanghebbende terugvorderen.

Artikel 11.. Inwerkingtreding en citeertitel

  1. a.

    Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 oktober 2017. Met ingang van deze datum vervalt de verordening Bijdrageregeling minima gemeente Nunspeet 2015.

  2. b.

    Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening bijdrageregeling minima gemeente Nunspeet 2018.

Vastgesteld ter openbare raadsvergadering 26 oktober 2017.

de secretaris, de voorzitter,

J.J. Kerkhof B. van de Weerd