HOME  |  Bestuur en Organisatie  |  Verordeningen en regelingen  |  Verordening Cliëntenparticipatie Participatiewet gemeente Nunspeet 2015

Verordening Cliëntenparticipatie Participatiewet gemeente Nunspeet 2015

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Nunspeet
Officiële naam regelingVerordening Cliëntenparticipatie Participatiewet gemeente Nunspeet 2015
CiteertitelVerordening Cliëntenparticipatiewet gemeente Nunspeet 2015
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpVerordening Cliëntenparticipatie

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Artikel 47 Participatiewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-01-2015 n.v.t. nieuwe regeling 27-11-2014 Gemeenteblad 09-12-2014 R.3636

Tekst van de regeling

De raad van de gemeente Nunspeet;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28-10-2014;

gelet op artikel 47 van de Participatiewet;

gezien het advies van de commissie Maatschappij en Middelen;

besluit:vast te stellen de Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet gemeente Nunspeet 2015.

Artikel 1.. Begripsbepalingen

  1. 1.

    Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en niet nader omschreven zijn hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet.

  2. 2.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    1. a.

      Wet: de Participatiewet. In deze verordening wordt onder de Wet ook verstaan de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).

    2. b.

      Cliënt: de persoon die een uitkering ontvangt van de gemeente Nunspeet op grond van de wet zoals bedoeld in het eerste lid, alsmede de persoon die behoort tot de personenkring zoals omschreven in artikel 7, eerste lid van de Participatiewet.

    3. c.

      Adviesraad: een onafhankelijk en zelfstandig adviesorgaan van het college in het kader van de cliëntenparticipatie zoals bedoeld in artikel 47 van de Participatiewet, ter vertegenwoordiging van in de gemeente Nunspeet woonachtige cliënten.

Artikel 2.. Betrekken adviesraad bij het beleid

Het college betrekt de adviesraad bij de voorbereiding van het beleid in het kader van de wet, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.

Artikel 3.. Tijdig advies aanvragen

Het college stelt de adviesraad vroegtijdig in de gelegenheid om gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsregels betreffende de wet.

Artikel 4.. Ondersteuning adviesraad

Het college voorziet de adviesraad van een adequate ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.

Artikel 5.. Periodiek overleg

Het college zorgt ervoor dat de adviesraad kan deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kan aanmelden, en dat zij wordt voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.

Artikel 6.. Betrekken cliënten bij de adviesraad

Cliënten worden bij de adviesraad betrokken door vertegenwoordiging en spreekrecht bij openbare vergaderingen van de adviesraad

Artikel 7.. Nadere regels

Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede tot en met zesde lid.

Artikel 8.. Intrekken oude verordening

De Verordening Cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand gemeente Nunspeet 2009 wordt ingetrokken.

Artikel 9.. Inwerkingtreding en citeertitel

  1. 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.

  2. 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: de verordening Cliëntenparticipatie Participatiewet gemeente Nunspeet 2015.

Toelichting Toelichting

Met deze verordening wordt uitvoering gegeven aan artikel 47 van de Participatiewet. Dit artikel draagt de gemeenteraad op bij verordening regels vast te stellen over de wijze waarop personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet of hun vertegenwoordigers betrokken worden bij de ontwikkeling van het gemeentelijke beleid. Personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet zijn personen:

  1. -

    die algemene bijstand ontvangen;

  2. -

    als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid onderdeel b, artikel 35, vierde lid, onderdeel b, en artikel 36, derde lid, onderdeel b, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet is verleend;

  3. -

    personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet;

  4. -

    personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet;

  5. -

    personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

  6. -

    personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

  7. -

    personen zonder uitkering;

en, die voor de arbeidsinschakeling zijn aangewezen op een door het college aangeboden voorziening.

In de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) en de Jeugdwet is geregeld dat bij verordening regels gesteld moeten worden voor de inspraak. De gemeente Nunspeet kent één adviesraad voor het sociale domein.

In artikel 47 van de Participatiewet staat:

De gemeenteraad stelt bij verordening regels over de wijze waarop de personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de uitvoering van deze wet, waarbij in ieder geval wordt geregeld de wijze waarop deze personen of hun vertegenwoordigers:

  1. a.

    vroegtijdig in staat worden gesteld gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen;

  2. b.

    worden voorzien van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen;

  3. c.

    deel kunnen nemen aan periodiek overleg;

  4. d.

    onderwerpen voor de agenda van dit overleg kunnen aanmelden;

  5. e.

    worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie.

De WMO en de Jeugdwet verschillen echter voor wat betreft de doelgroep die betrokken moet worden. Deze wetten hebben het over de brede doelgroep van ingezeten terwijl de Participatiewet het heeft over cliëntenparticipatie voor personen als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet. Dit heeft echter geen invloed op de wijze waarop de inspraak via de adviesraad georganiseerd wordt.

Verschil modelverordeningen

De VNG is bij de modelverordeningen van de transities betrokken geweest. Helaas is er wel afstemming tussen de WMO-modelverordening en de Jeugdwetmodelverordening maar is er een geheel afwijkende cliëntenparticipatieverordening voor de Participatiewet gemaakt.

In de lijn van de modelverordeningen is bij de WMO-verordening en de Jeugdwetverordening ervoor gekozen om heel globaal de inspraak in de verordening op te nemen en het college nadere regels te laten vaststellen. Ook op dit moment werkt de adviesraad met een uitgebreid huishoudelijk reglement wat door het college is vastgesteld.

In de modelverordening cliëntenparticipatie Participatiewet en in de oude verordening cliëntenparticipatie WWB zijn de cliëntenparticipatieregels een stuk uitgebreider. Hierdoor is er geen goede afstemming voor de drie wetten in het sociale domein wat betreft cliëntenparticipatie

Omdat we één adviesraad hebben voor het sociale domein is, mede op verzoek van de adviesraad, ervoor gekozen om niet de modelverordening van de Participatiewet te gebruiken maar een verordening te maken die wat inhoud betreft zoveel mogelijk hetzelfde is als de WMO-verordening en de Jeugdwetverordening. Er is echter wel een verschil. In de verordening van de Participatiewet wordt gesproken over cliënten terwijl het bij de WMO en Jeugdwet over ingezetenen gaat.

Voor het overige zijn de regels op elkaar aangesloten en hiermee kan er dus één huishoudelijk reglement door het college vastgesteld worden voor alle drie de wetten in het sociale domein.

Nadere regels vaststellen door het college

Op grond van artikel 7 van deze verordening moet het college nadere regels vaststellen.

In deze regels gaat het bijvoorbeeld over:

  1. -

    ambtelijke ondersteuning;

  2. -

    samenstelling adviesraad;

  3. -

    verantwoordelijkheden en werkwijze adviesraad;

  4. -

    faciliteiten;

  5. -

    vergaderingen en spreekrecht;

  6. -

    voordracht en benoeming.