HOME  |  Bestuur en Organisatie  |  Verordeningen en regelingen  |  Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden

Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Nunspeet
Officiële naam regelingVerordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden
CiteertitelExploitatieverordening 1998
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpvolkshuisvesting en woningbouw

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
11-06-1998 n.v.t. nieuwe regeling 26-03-1998 Nunspeet Vooruit, 3-3-1998 benw 18-3-1998

Tekst van de regeling

Nr. 649De raad van de gemeente Nunspeet;gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 maart 1998, nr. 649;gezien het advies van de commissie d.d. 5 februari 1998;gelet op artikel 42 van de Wet op de ruimtelijke ordening, artikel 222, Gemeentewet en de Algemenewet bestuursrecht;besluit vast te stellen de volgende verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeentemedewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden. 

Hoofdstuk 1. Nieuw Hoofdstuk

Hoofdstuk 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Algemene begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:a. medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden: het door of met medewerkingvan de gemeente treffen van voorzieningen van openbaar nut, waardoor de in het exploitatiegebiedgelegen onroerende zaken gebaat worden;b. exploitatiegebied:een als zodanig door de gemeenteraad aangewezen gebied dat gebaat is door de aanleg vanvoorzieningen van openbaar nut;c. exploitant:de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een in het exploitatiegebiedgelegen onroerende zaak die door het treffen van voorzieningen van openbaar nut gebaat is;d. exploitatieovereenkomst:de overeenkomst, onder welke naam dan ook gesloten, waarin de gemeente met een exploitantde voorwaarden overeenkomst waaronder de gemeente voorzieningen van openbaar nutzal treffen of daaraan medewerking zal verlenen;e. aangevuld bekostigingsbesluit:een besluit van de gemeenteraad waarin niet alleen overeenkomstig artikel 222 Gemeentewetwordt besloten in welke mate aan de voorzieningen verbonden lasten zullen kunnen wordenverhaald op een daarbij aangeduid gebied, maar waarin ook een omschrijving van de voorzieningenvan openbaar nut en een begroting van kosten en opbrengsten is opgenomen;f. voorzieningen van openbaar nut, waardoor de in het exploitatiegebied gelegen onroerendezaken gebaat worden:onder meer:1. riolering, met inbegrip van bijbehorende werken;2. wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en rijwielpaden, straatmeubilair,waterpartijen, watergangen, bruggen, tunnels en andere rechtstreeks met de aanleg eninrichting van deze voorzieningen en kunstwerken verband houdende werken;3. plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder begrepen de aanleg en inrichtingvan openbare speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende elementen die rechtstreeksvoortvloeien uit een juiste uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;4. openbare verlichting en brandkranen met de nodige aansluitingen;5. waterhuishoudkundige voorzieningen, met inbegrip van drainagevoorzieningen;g. afstand van gronden aan de gemeente:eigendomsoverdracht van gronden aan de gemeente. 

Artikel 2. Kosten van exploitatie

  1. 1

    Voor de berekening ten behoeve van de begroting van kosten en ten behoeve van de vaststellingvan exploitatiebijdragen, wordt onder de kosten, verband houdende met het verlenen van medewerkingaan het in exploitatie brengen van grond begrepen: 

  2. 1

    De inbrengwaarde van alle binnen het exploitatiegebied gelegen gronden, zijnde:a. de waarde van de grond;b. de waarde van de opstallen, die voor de verwezenlijking van de bestemming niet gehandhaafdkunnen worden;c. de kosten van het vrijmaken van de gronden van opstallen;d. de kosten van vrijmaken van de grond van zich in de grond bevindende resten, zoalsfunderingen, leidingen en kabels, en van persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezitof beperkt recht, zakelijke lasten, alsmede de kosten van schadevergoedingen. 

  3. 2

    De kosten van aanleg binnen een exploitatiegebied door de gemeente van de onder artikel 1, onder f, omschreven voorzieningen van openbaar nut. 

  4. 3

    De kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut buiten het exploitatiegebied voorzover de binnen het exploitatiegebied liggende onroerende zaken door deze voorzieningen direct dan wel indirect gebaat zijn. 

  5. 4

    De kosten van:a. het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken ten behoeve van voorzieningenvan openbaar nut met inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven;b. het verrichten van bodemonderzoek en -sanering, voorzover het de ondergrond van voorzieningenvan openbaar nut betreft en voorzover verhaal bij derden van de daarmee verbandhoudende kosten niet in de rede ligt;c. in verband met de milieuwetgeving of milieutechnisch noodzakelijke maatregelen envoorzieningen ter uitvoering van een bestemmingsplan;d. de verwerving van de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut buiten het exploitatiegebied;e. het slopen van opstallen op de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut buitenhet exploitatiegebied;f. alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het verlenen van medewerkingaan het in exploitatie brengen van gronden, in ieder geval:1º de kosten van planontwikkeling, planvoorbereiding en planbeheer en plantoezicht.Onder deze kosten wordt ten minste verstaan: de kosten verband houdende methet opstellen van structuurplannen en bestemmingsplannen, het opstellen vanplanmatige uitwerkingen of wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het verlenenvan vrijstelling van een bestemmingsplan alsmede van overige planologischemaatregelen voorzover deze nodig zijn voor het in exploitatie brengen van grondenbinnen het exploitatiegebied;2º de kosten verband houdende met onderzoeken, voorbereiding en toezicht ten behoevevan de voorzieningen van openbaar nut voorzover deze verband houden methet in exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied;3º de kosten van het gemeentelijk apparaat, voorzover die rechtstreeks aan het inexploitatie brengen van gronden kunnen worden toegerekend;4º de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd met renteopbrengsten;5º de kosten van tijdelijk beheer van de ondergrond van voorzieningen van openbaarnut, zijnde de kosten die ten gevolge van een noodzakelijk actief verwervingsbeleidworden gemaakt en niet dan wel niet geheel door middel van tijdelijke verhuur wordengedekt;6º overige kosten, die in beginsel ten laste van de grondexploitatie behoren te wordengebracht. 

Hoofdstuk 2. IN EXPLOITATIE BRENGEN OP INITIATIEF VAN DE GEMEENTE

Artikel 3. Vaststelling aangevuld bekostigingsbesluit

  1. 1

    Voordat op initiatief van de gemeente met het treffen van voorzieningen van openbaar nut in een exploitatiegebied wordt aangevangen, wordt door de gemeenteraad een aangevuld bekostingsbesluit voor dat exploitatiegebied vastgesteld en bekendgemaakt op de wijze zoals bedoeld in artikel 139 Gemeentewet. 

  2. 2

    Het aangevuld bekostingsbesluit bevat in ieder geval de volgende onderdelen:a. aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van de daarin gelegen onroerendezaken die gebaat zijn door de aanleg van voorzieningen van openbaar nut;b. aanduiding van de mate waarin de kosten, verband houdende met het verlenen van medewerkingaan het in exploitatie brengen van gronden, op de genothebbenden van de inhet vorige lid bedoelde onroerende zaken kunnen worden verhaald;c. omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren voorzieningen van openbaar nut endaarmee verband houdende werkzaamheden;d. een aankondiging dat betrokken exploitanten binnen een genoemde termijn een aanbodvoor een exploitatie-overeenkomst zullen kunnen ontvangen;e. de bepaling dat, in geval met een exploitant niet tot overeenstemming kan worden gekomenover een exploitatie-overeenkomst, kostenverhaal zal kunnen plaatsvinden doormiddel van heffing van baatbelasting;f. een begroting van de ten laste van de onroerende zaken in het exploitatiegebied komendekosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in exploitatiebrengen van grond, en van de ten gunste van het in exploitatie nemen van gronden komendeopbrengsten. De opbrengsten bestaan uit:1º subsidies;2º verkoop van gronden;3º bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut, hetzij viaovereenkomst hetzij via baatbelasting;4º overige bijdragen.Van deze begroting maakt eveneens deel uit de wijze van toerekening van de totale kostenen opbrengsten aan de onroerende zaken in het exploitatiegebied, zoveel mogelijknaar de mate van het profijt dat de onroerende zaken hebben van het samenhangendgeheel van voorzieningen van openbaar nut. 

  3. 3

    In het aangevuld bekostigingsbesluit kan worden bepaald dat de begroting als bedoeld in hettweede lid onder f later door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De begroting kan door degemeenteraad periodiek worden herzien. De begroting wordt bekendgemaakt op de wijze alsbedoeld in artikel 139 Gemeentewet. 

  4. 4

    Voor de berekening van de in het tweede lid, onder f, bedoelde kosten wordt ervan uitgegaandat het exploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in exploitatie zal worden gebracht. 

Artikel 4. Wijze van toerekening naar mate van profijt

  1. 1

    Voor de toerekening van het profijt wordt als rekeneenheid gebruikt het gemiddelde bedrag vande ten nutte van het exploitatiegebied gemaakte of te maken kosten per m² grondoppervlakte. 

  2. 2

    Onder de grondoppervlakte wordt verstaan de kadastrale oppervlakte van de onroerende zaken,waar mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan opgenomen geprojecteerde kavels(bouw)grond, vermenigvuldigd met factoren voor ligging en bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid,waarin het profijt van de van gemeentewege getroffen voorzieningen vanopenbaar nut tot uitdrukking komt. 

  3. 3

    Ingeval de toerekening op basis van m² grondoppervlakte geen geschikte grondslag blijkt tezijn, geschiedt de toerekening op basis van een nader door de gemeenteraad te bepalengrondslag, die voorziet in de aanwezige verschillen in profijt. 

Artikel 5. Vaststelling exploitatiebijdrage

  1. 1

    De exploitant betaalt als bijdrage in de kosten verband houdende met het verlenen van medewerkingaan het in exploitatie brengen van gronden het bedrag dat volgens de in de begrotingals bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder f, uitgewerkte wijze aan zijn onroerende zaak wordttoegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van de gronden bestemd voor de aanlegen/of aanpassing van voorzieningen van openbaar nut vallende en de kosten van kadastraleuitmeting, en verminderd met de inbrengwaarde van de bij de exploitant in eigendom zijndeen voor exploitatie bedoelde gronden en van de gronden die zijn bestemd voor het treffen vanvoorzieningen van openbaar nut en door de exploitant aan de gemeente worden afgestaan. 

  2. 2

    De waarde van de in het eerste lid bedoelde grond die door de exploitant is ingebracht, wordtdoor de gemeente en de exploitant gezamenlijk door middel van taxatie vastgesteld. Indienhierover geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt deze waarde vastgesteld door eencommissie van drie deskundigen, van wie één aan te wijzen door de gemeente, één door deexploitant en een derde door de beide reeds aangewezen deskundigen of, indien zij het daaroverniet eens kunnen worden, door de terzake bevoegde kantonrechter. 

  3. 3

    Indien de exploitant zelf conform artikel 6, derde lid, onder e, voorzieningen van openbaar nutaanlegt, bestaat de exploitatiebijdrage uit de bijdrage, zoals deze op grond van het eerste lidvan dit artikel wordt bepaald, verminderd met de kosten van de door exploitant uit te voerenwerkzaamheden, voorzover deze kosten corresponderen met de begroting van kosten zoalsbedoeld in artikel 3, tweede lid, onder f. 

Artikel 6. Inhoud exploitatie-overeenkomst

  1. 1

    Het verhaal van kosten verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in exploitatiebrengen van gronden vindt plaats met inachtneming van de voorgaande artikelen. Vande exploitatie-overeenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien de exploitatie-overeenkomstmede een grondtransactie betreft, is dit een notariële akte. 

  2. 2

    Burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van een exploitatie-overeenkomst opinitiatief van de gemeente slechts nadat een aangevuld bekostigingsbesluit is vastgesteld. 

  3. 3

    De exploitatie-overeenkomst bevat in ieder geval bepalingen over:a. de aard, omvang en kwaliteit van de door de gemeente of exploitant aan te leggen voorzieningenvan openbaar nut1;b. het tijdvak waarbinnen deze voorzieningen worden uitgevoerd;c. de ten laste van de exploitant komende bijdrage als bedoeld in artikel 5, eerste lid;d. in voorkomende gevallen de afstand van gronden aan de gemeente, voorzover die grondenzijn bestemd voor de aanleg of aanpassing van voorzieningen van openbaar nut, enin deze gevallen het verrichten van onderzoek naar bodemverontreiniging op kosten vande exploitant;e. (in gevallen waarbij burgemeester en wethouders besluiten de gehele of gedeeltelijkeuitvoering van de door de gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aande exploitant op te dragen) deze opdracht en de waarborging van een tijdige en kwalitatiefgoede uitvoering;f. een betalingsregeling;g. (in voorkomende gevallen) een taakverdeling;h. (in voorkomende gevallen) een regeling voor gewijzigde omstandigheden, wanprestatie,aansprakelijkheid en faillissement.Door middel van de overeenkomst kunnen bijvoorbeeld aan door exploitant te realiseren voorzieningendezelfde kwalitatieve eisen worden gesteld als aan de door de gemeente zelf te realiserenvoorzieningen. 

Hoofdstuk 3. IN EXPLOITATIE BRENGEN OP VERZOEK VAN EXPLOITANT

Artikel 7. Indiening aanvraag voor medewerking

  1. 1

    Een belanghebbende kan bij burgemeester en wethouders een aanvraag indienen voor medewerkingaan het in exploitatie brengen van gronden. 

  2. 2

    Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het op aanvraag van exploitantin exploitatie brengen van gronden krachtens een exploitatie-overeenkomst als bedoeld inartikel 6, met dien verstande dat artikel 6, tweede lid, in dat geval niet van toepassing is. 

  3. 3

    Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:a. een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te brengen onroerende zaken;b. gegevens, waaruit blijkt dat de belanghebbende genothebbende krachtens eigendom,bezit of beperkt recht van de in exploitatie te brengen onroerende zaken is of kan worden;c. gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen (bouw)werkzaamheden. 

  4. 4

    In geval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een bouwvergunning, eventueelin combinatie met een aanvraag voor vrijstelling, wordt ontvangen, waarbij in geval van verleningvan de vrijstelling en/of bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van openbaarnut moeten worden getroffen, wordt hiervan zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval voor debeslissing op de aanvraag mededeling gedaan aan de aanvrager. Daarbij zal een zo nauwkeurigmogelijke raming van de voor rekening van de exploitant komende kosten, verband houdendemet het in exploitatie brengen van gronden, worden verstrekt. Tevens zal daarbij aan deaanvrager de gelegenheid worden gegeven tot het indienen van een aanvraag voor medewerking. 

  5. 5

    Burgemeester en wethouders reageren op de aanvraag om medewerking, hetzij met een weigering hetzij met de aanbieding van een conceptovereenkomst, binnen zes maanden na de dag waarop het verzoek is ontvangen. 

Artikel 8. Aanhouding verzoek

De reactie op een aanvraag kan worden aangehouden:a. in geval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing zijnde bestemmingsplan of eenherziening daarvan nog niet is afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van (hetdesbetreffende deel van) het bestemmingsplan of de herziening daarvan;b. in geval voorzienbaar is dat de in artikel 9 genoemde belemmeringen binnen afzienbare tijdzullen kunnen worden weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn weggenomen. 

Hoofdstuk 4. OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 9. Weigeringsgronden voor een exploitatieovereenkomst

De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft niet te worden verleend, indien:a. de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied waarvoor een bestemmingsplangeldt;b. de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de daartoe benodigde voorzieningenvan openbaar nut zouden leiden tot strijd met het bestemmingsplan of de Woningwet;c. het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een bestemmingsplan, anderszinszou leiden tot strijd met belangen van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing of herinrichting;d. het in exploitatie brengen van grond anderszins zou leiden tot ten laste van de gemeente blijvendekosten van voorzieningen van openbaar nut of tot bezwaren ten aanzien van het doeltreffendvoorzien in watervoorziening, openbare verlichting, riolering en andere voorzieningenvan openbaar nut;e. exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van de aanleg van voorzieningenvan openbaar nut;f. exploitant op ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet wil onderzoeken op de aanwezigheidvan bodemverontreiniging, dan wel de bodem niet wil saneren wanneer dat noodzakelijkis. 

Artikel 10. Relatie baatbelasting

In een gebied waarvoor een aangevuld bekostigingsbesluit is genomen, zal, indien de exploitant eenexploitatieovereenkomst aangaat, in de overeenkomst worden bepaald dat, met betrekking tot deuitvoering van de in deze overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut, geen aanvullendkostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de desbetreffende onroerende zaak zalplaatsvinden. 

Artikel 11. Uitzonderingsbepalingen

  1. 1

    De artikelen 2, eerste lid, 3, 5, en 6, eerste en tweede lid, van deze verordening zijn niet vantoepassing voor voorzieningen van openbaar nut van ondergeschikt belang, zoals een uitwegop de openbare weg of een aansluiting op het openbaar riool. In dergelijke gevallen besluitenburgemeester en wethouders onder welke voorwaarden deze voorzieningen van openbaar nutdoor of met medewerking van de gemeente zullen worden aangelegd. 

  2. 2

    Het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en artikel 5, eerste en tweede lid, van deze verordening kanbuiten toepassing blijven ten aanzien vana. een exploitatiegebied dat in de naaste toekomst niet of niet geheel voor bebouwing inaanmerking komt;b. de in een exploitatiegebied gelegen gronden die in de naaste toekomst niet voor bebouwingin aanmerking komen. 

Hoofdstuk 5. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 12. Overgangsbepalingen

Ten aanzien van exploitatiegebieden waarvoor geldt dat vóór het moment van inwerkingtreding vandeze verordening een bekostigingsbesluit is genomen of de voorzieningen van openbaar nut reeds inuitvoering zijn, vinden de bepalingen van deze verordening voor dat exploitatiegebied, voorzovernodig op een aan die situatie aangepaste wijze, toepassing. In ieder geval stelt de gemeenteraad indie gevallen een begroting van kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder f,vast, en wordt deze begroting bekendgemaakt op de wijze als bedoeld in artikel 139 van de Gemeentewet. 

Artikel 13. Inwerkingtreding

  1. 1

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die bekendmaking op dewijze als bedoeld in artikel 139 van de Gemeentewet. De verordening wordt bekendgemaaktnadat Gedeputeerde Staten de verordening hebben goedgekeurd. 

  2. 2

    Op hetzelfde tijdstip wordt de Bouwexploitatieverordening 1968, zoals vastgesteld bij raadsbesluitvan 13 augustus 1968 ingetrokken. 

Artikel 14. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als Exploitatieverordening .... 1998.Aldus vastgesteld in de openbareraadsvergadering van 26 maart 1998de secretaris, de voorzitter,2 Zie artikel 139 van de Gemeentewet. 

Toelichting 1. Artikelsgewijze toelichting op de modelexploitatieverordening

Artikel 1 - BegripsbepalingenDe definitie van het (verlenen van medewerking aan het) in exploitatie brengen van grond is ruimerdan in het model van 1968 en sluit aan op de voor de baatbelasting gehanteerde definitie. Dit betekentdat alle eigenaren van onroerende zaken in een door voorzieningen gebaat gebied, ook de eigenarenvan reeds bebouwde percelen, in aanmerking komen voor een exploitatie-overeenkomst.(De aanwijzing van exploitatiegebieden maakt daarmee toepassing mogelijk op onroerende zaken instads- en dorpsvernieuwingsgebieden.)De lijst van werken die als voorzieningen van openbaar nut kunnen worden aangemerkt, is op eenpunt anders dan in het model van 1968. Rioolwaterzuiveringsinstallaties en bemalingsinrichtingenkomen op de lijst niet meer voor; dit omdat de kosten van deze voorzieningen ten laste van de waterkwali-teitsbeheerderskomen.Artikel 2 - Kosten van exploitatieDe gemeente brengt de kosten in rekening verband houdende met het door of met medewerking vande gemeente treffen van voorzieningen van openbaar nut. Dit is dus meer dan alleen de directe kostenvan de voorzieningen. Dit 'meerdere' is in dit artikel gedefinieerd. Zo wordt duidelijk welke voorzieningenvoor kostenverhaal in aanmerking komen, en vervolgens welke daarmee samenhangendekosten.Ten opzichte van het model van 1968 is een aantal extra kostencategorieën expliciet opgenomen:voorbereiding, toezicht en onderzoek ten behoeve van het in exploitatie brengen van gronden, tijdelijkbeheer van gronden, bodemonderzoek en -sanering, in verband met de milieuwetgeving noodzakelijkemaatregelen en voorzieningen op, en de verwerving van, de ondergrond van voorzieningen vanopenbaar nut en het slopen van de opstallen op die ondergrond.Met nadruk zij vermeld dat als exploitatiegebied wordt aangemerkt het totale gebate gebied; dit gebiedomvat niet alleen de voor nieuwbouw in aanmerking komende gronden (zoals gebruikelijk bijveel puur gemeentelijke exploitatieopzetten), maar ook het overige gebate gebied.Artikel 3 - Vaststelling aangevuld bekostigingsbesluitSinds juni 1991 is een bekostigingsbesluit een minimale voorwaarde voor het kunnen heffen van eenbaatbelasting. Een model van een bekostigingsbesluit waarmee aan deze minimale voorwaardewordt voldaan, is in dit voorstel als bijlage opgenomen. Het aangevulde bekostigingsbesluit bevat dekrachtens de Gemeentewet verplichte elementen van een bekostigingsbesluit (een aanduiding vanhet gebate gebied en de mate waarin de aan de voorzieningen verbonden lasten zullen worden verhaald),maar daarnaast ook een aanduiding van de voorzieningen van openbaar nut en een begrotingvan kosten en opbrengsten.Deze bepalingen (en enkele andere, zoals de aankondiging dat een exploitatieovereenkomst zalkunnen worden aangeboden) vormen ook de onderscheidende kenmerken van het aangevulde bekosti-gingsbesluitten opzichte van het 'gewone' bekostigingsbesluit. Het aangevulde bekostigingsbesluitwordt, met behulp van deze bepalingen, ook een kader voor het kostenverhaal door de gemeente.Een begroting van de opbrengsten is opgenomen om de exploitant inzicht te verschaffen in de opalle (dus ook de gemeentelijke) gronden te verhalen kosten. Dit inzicht kan ook de bereidheid van deexploitant tot betaling van de bijdrage vergroten.De exploitant kan dan immers zelf de redelijkheid van het hem of haar in rekening gebrachte bedraginzien.Uitgegaan wordt van de situatie dat de gemeente het gebied in zijn geheel tot exploitatie brengt; deberekening is daarom gestoeld op de fictieve situatie dat de gemeente alle benodigde gronden heeftverworven en alle kosten omslaat over die gronden, gedifferentieerd naar objectief bepaalbare factorenals ligging, bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid. Ook is het mogelijk middels tariefsdifferentiatiebebouwde gronden minder te belasten dan (nog) niet bebouwde grond.Artikel 4 - Wijze van toerekening naar de mate van profijtHet gebruik van m2 als rekeneenheid sluit aan op de bij de uitgifte van gronden gehanteerde kostprijsbere-keningper m2. Anders dan in de huidige Bouwexploitatieverordening 1968 voorziet lid 3 vandit artikel in de mogelijkheid dat (onverhoopt) de naar ligging en dergelijke gedifferentieerde grondslaghet profijt onvoldoende tot uitdrukking brengt: in dat geval stelt de gemeenteraad een anderegrondslag voor toerekening vast. Hiervoor zij ook verwezen naar de model-baatbelastingverordeningdie eveneens verschillende alternatieve toerekeningssystemen bevat.Artikel 5 - Vaststelling exploitatiebijdrageDe bij de berekening van de exploitatiebijdrage gehanteerde inbrengwaardemethodiek biedt eengoede maatstaf voor de baat die gronden hebben bij openbare voorzieningen. Uitgangspunt is, zoalsis gezegd, dat de gemeente het gehele gebied zelf in exploitatie brengt.De werkwijze is dan als volgt:1. De waarde van alle gronden in het gebied wordt vastgesteld.2. Alle kosten verbonden aan de exploitatie worden berekend.3. De op deze wijze berekende totale kosten worden gemiddeld per m² (gebate, bebouwde ofonbebouwde) grond (er kunnen ook andere verdeelmaatstaven worden gehanteerd).4. De hieruit resulterende gemiddelde brutobijdrage per m² wordt vermenigvuldigd met het aantalm² grond in eigendom bij exploitant (en eventueel vermenigvuldigd met (een) factor(en) voorligging, bestemming en dergelijke.5. Op dit bedrag wordt in mindering gebracht de getaxeerde waarde van de door exploitant ingebrachtegrond, zowel die ten behoeve van de (bouw)exploitatie als die ten behoeve van de aanlegvan voorzieningen van openbaar nut.De inbrengwaarde is daarmee van groot belang voor de vaststelling van zowel de gemiddelde kostprijsper m² (die stijgt als de inbrengwaarde stijgt) als de exploitatiebijdrage (die daalt als de inbrengwaardestijgt). Om die reden is een regeling opgenomen voor de vaststelling van de inbrengwaardevan de gronden van exploitant. Lid 3 van dit artikel regelt de berekening van de exploitatiebijdrage inhet geval dat de exploitant tot (gehele of gedeeltelijke) realisatie van de voorzieningen van openbaarnut overgaat. Kort gezegd, wordt op de bijdrage dan nog extra in mindering gebracht het in eersteinstantie in de bijdrage opgenomen bedrag voor de voorzieningen van openbaar nut, voorzover dievoorzieningen voor rekening en risico van de exploitant komen.Artikel 6 - Inhoud exploitatieovereenkomstIn dit artikel wordt uitgesproken dat de gemeente bij kostenverhaal van voorzieningen van openbaarnut de voorkeur geeft aan het instrument van de exploitatieovereenkomst krachtens de Exploitatieverorde-ning.Hiermee wordt het vrijwillige karakter van de overeenkomst bevestigd, zoals dat in depraktijk en jurisprudentie blijkt.Het model voorziet de overeenkomst nu ook van kwaliteitseisen aan de voorzieningen, in voorkomendegevallen van bepalingen omtrent de afstand van grond aan de gemeente, van een betalingsregeling,in voorkomende gevallen (namelijk wanneer de gemeente een deel van de voorzieningenrealiseert en een particuliere eigenaar een deel) van een taakverdeling, van uitvoeringstermijn(en) envan een regeling voor gewijzigde omstandigheden, wanprestatie, aansprakelijkheid en faillissement.Artikel 7 - Indiening verzoek om medewerkingWat betreft de bevoegdheid exploitatieovereenkomsten te sluiten, is gekozen voor toedeling hiervanaan burgemeester en wethouders. Desgewenst kunnen uiteraard de bevoegdheden die in dit artikelworden genoemd ook door de raad, die de verordening immers moet vaststellen, aan zich gehoudenworden.In beginsel neemt de gemeente het initiatief tot het in exploitatie brengen van een gebied; het is echterook mogelijk dat de exploitant het initiatief neemt. Dat kan door middel van een bij burgemeesteren wethouders ingediende aanvraag. In het model van 1968 werd er nog van uitgegaan dat het altijdom de realisatie van opstallen zou gaan. In dit model vallen alle (bouw)werkzaamheden in beginselonder de vigeur van de verordening. Ten behoeve van de rechtszekerheid van de burger en in verbandmet de informatieplicht van de gemeente wordt, in voorkomende gevallen, een aanvrager vaneen bouwvergunning vóór de beslissing op die aanvraag gemeld dat van hem of haar een bijdragewordt verwacht in verband met benodigde voorzieningen van openbaar nut. Dit maakt het de aanvragerook beter mogelijk de aan de (bouw)werken verbonden kosten af te wegen.Artikel 8 - Weigeringsgronden voor een overeenkomstToegevoegd ten opzichte van het model van 1968 zijn de weigeringsgrond met betrekking tot strijdigheidmet het bestemmingsplan respectievelijk die met betrekking tot de weigering ondergrond vante realiseren voorzieningen van openbaar nut over te dragen. Met het laatste wordt ook invulling gegevenaan artikel 42, tweede lid, onder a: “(voorschriften omtrent:) de gevallen waarin en de wijzewaarop het treffen van voorzieningen van openbaar nut afhankelijk wordt gesteld van de afstand vangrond aan de gemeente”.Ten slotte is ook nieuw de mogelijkheid medewerking te weigeren als exploitant de bodem niet wilonderzoeken of saneren wanneer dat noodzakelijk is. De bodemsaneringsproblematiek, en met namehet gebrek aan middelen voor sanering, maken het noodzakelijk voor de gemeente voorzichtigheidop dit punt te betrachten.Artikel 9 - Aanhouding verzoekDe gemeente bindt zichzelf met deze verordening. Het is echter niet nodig dat de gemeente zich, ineen concreet geval, bindt tegen haar wil en het belang van de aanvrager in. Met deze bepaling wordtvoorkomen dat de gemeente een aanvraag moet afwijzen, terwijl zij er in beginsel positief tegenoverstaat.Artikel 10 - Relatie met baat- of bouwgrondbelastingDe exploitant sluit niet alleen een overeenkomst over een te betalen exploitatiebijdrage, maar kooptmet deze overeenkomst ook het risico van een baatbelasting af. De belasting wordt vaak berekendop basis van reële kosten, en niet, zoals het geval is bij de exploitatiebijdrage, op basis van gecalculeerdekosten. De praktijk van grondexploitatie leert dat de daarmee verbonden kosten geregeldhoger uitvallen dan berekend.Bovendien wordt de exploitant duidelijk gemaakt dat de overeenkomst weliswaar vrijwillig wordt aangegaan,maar dat weigering van een overeenkomst niet betekent dat de aan hem of haar gepresenteerderekening wordt 'vergeten'.Artikel 11 - Voorzieningen van ondergeschikt belangDe centrale regeling in de model-exploitatieverordening (vaststelling door de raad van een aangevuldbekostigingsbesluit per exploitatiegebied en dergelijke) is onnodig ingewikkeld om te komen tot eencontractueel verhaal van kosten van geïsoleerde, geen onderdeel van een complex werken uitmakende,voorzieningen van (semi-)openbaar nut zoals het aanbrengen van een uitrit op de openbareweg of het realiseren van een huisaansluiting tussen erfgrens en straatriool. Om die reden wordt voordie voorzieningen een uitzondering gemaakt wat betreft de procedure voorafgaand aan een exploitatieover-eenkomst.Zie verder de algemene toelichting onder paragraaf 6.4.Het model-bekostingingsbesluitDe raad van de gemeente Nunspeet;gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van , nr. ;gelet op artikel van de Gemeentewet;b e s l u i t :Mogelijkheid 1Via de heffing van een baatbelasting zullen de voor rekening van de gemeente blijvende lasten vande door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand te brengen voorzieningen in <aanduidingstraten of gebied waarde voorzieningen worden getroffen> voor % worden omgeslagenover de genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de door deze voorzieningengebate onroerende zaken.Mogelijkheid 2Via de heffing van een baatbelasting zal ƒ van de voor rekening van de gemeente bijvende lastenvan de door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand te brengen voorzieningen in worden omgeslagen over degenothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de door deze voorzieningen gebateonroerende zaken.Het gebied waarbinnen de onroerende zaken zijn gebaat, is aangegeven op de bij dit bekostigingsbesluitbehorende kaart.(De voorzieningen omvatten in ieder geval:a. …………………;b. ………………...;c. ………………….)Dit besluit, aan te halen als bekostigingsbesluit zal worden bekendgemaakt.Aldus besloten in deopenbare vergadering vande voorzitter, de voorzitter,Toelichting op het model-bekostigingsbesluitHet nemen van een bekostigingsbesluit is een voorwaarde voor de latere invoering van een baatbelasting.Deze verplichting is ingevoerd toen de termijn voor het vaststellen van een verordening baatofbouwgrondbelasting werd verlengd van één tot twee jaar nadat de voorzieningen gereed warengekomen (wet van 22 mei 1991, Stb. 394). De werkgever beoogde met deze maatregel de verminderingvan de rechtszekerheid te ondervangen die een gevolg was van deze maatregel. Eenbekostigingsbesluit heeft als functie toekomstige belastingplichtigen te informeren over de vraag of zijin de toekomst mogelijk nog zullen worden betrokken in de heffing van een baatbelasting.Een bekostigingsbesluit moet in ieder geval de volgende elementen omvaten:a. Een aanduiding van het gebate gebied waarbinnen de gebate onroerende zaken zijn gelegen.Op de bij het bekostigingsbesluit behorende kaart dient het gebate gebied nader te wordenaangeduid.b. De mate waarin de aan de voorzieningen verbonden kosten zullen worden verhaald.In de mogelijkheid 1 van het model is de omvang van de in te voeren baatbelasting uitgedrukt in eenpercentage van de totale kosten van de te treffen voorzieningen. In mogelijkheid 2 is expliciet hetkostenbedrag vermeld dat een gemeente via een baatbelasting wil verhalen.Alleen de hierboven genoemde elementen zijn verplicht. Het is dus niet noodzakelijk in het bekostigingsbe-sluiteen omschrijving van de voorzieningen te geven. Een omschrijving van devoorzieningen draagt echter wel bij tot de rechtszekerheid van toekomstige belastingplichtigen. Zijkrijgen hierdoor enig inzicht in de aard en omvang van de aan te leggen voorzieningen. In het bekostigings-besluitdient een zodanig ruime omschrijving van de voorzieningen te worden opgenomendat eventuele aanpassingen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zonder bezwaar in hetkostenverhaal kunnen worden betrokken.Model aangevuld bekostigingsbesluitDe raad van de gemeente Nunspeet;overwegende:dat de kosten in verband met de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, voortvloeiende uit derealisatie van bestemmingsplan ... zoveel mogelijk naar evenredigheid van verkregen profijt dienen teworden omgeslagen over die onroerende zaken die als gevolg van deze voorzieningen gebaat zijn;dat het verhaal van kosten van deze voorzieningen van openbaar nut bij voorkeur zal plaatsvindenvia uitgifte van de voor de gemeente verworven gronden;dat het ten behoeve van de instelling van kostenverhaal via een baatbelasting noodzakelijk is te komentot een aanduiding van het gebate gebied alsmede tot het aangeven van de mate, waarin deaan de voorzieningen verbonden lasten zullen worden verhaald;gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van ........;gelet op artikel 222 van de Gemeentewet, alsmede gelet op artikel 3 van de Exploitatieverordening1998;b e s l u i t :a. dat in geval het onroerende zaken betreft welke in eigendom zijn van derden, het verhaal vankosten van voorzieningen van openbaar nut zal plaatsvinden op basis van een exploitatieovereenkomstkrachtens de Exploitatieverordening 1998, dan wel, in geval niet kan worden gekomentot het sluiten van een exploitatieovereenkomst, via de heffing van een baatbelasting krachtensartikel 222 Gemeentewet;b. dat zij de ten laste van de gemeente blijvende kosten van de door of in opdracht van het gemeentebestuurtot stand te brengen voorzieningen in ... (aanduiding straten of gebied waar devoorzieningen worden getroffen) ... voor .... %3 via de heffing van een baatbelasting of het aangaanvan exploitatieovereenkomsten om kan slaan over de genothebbenden krachtens eigendom,bezit of beperkt recht van de voor deze voorzieningen gebate onroerende zaken;c. dat de onroerende zaken zijn aangegeven op de bij dit aangevulde bekostigingsbesluit behorendegewaarmerkte kaart;d. dat de voorzieningen in ieder geval omvatten:1. .................2. .................3. .................e. dat de rechthebbenden in voorkomende gevallen uiterlijk .... (aanduiding termijn) een aanbodvoor een exploitatieovereenkomst zullen kunnen ontvangen;3 Als daarover voldoende duidelijkheid bestaat, kan hier ook een bedrag worden ingevuld inplaats van een percentage.f. dat bij de berekening van de exploitatiebijdrage wordt uitgegaan van de gewaarmerkte begrotingvan kosten en opbrengsten die bij dit besluit is gevoegd;g. dat dit besluit kan worden aangehaald als 'aangevuld bekostigingsbesluit ....'.Aldus vastgesteld in de openbarevergadering vande secretaris, de voorzitter,Toelichting op het model aangevuld bekostigingsbesluitSinds juni 1991 is een bekostigingsbesluit een minimale voorwaarde voor het kunnen heffen van eenbaatbelasting. Het aangevulde bekostigingsbesluit bevat de krachtens de Gemeentewet verplichteelementen van een bekostigingsbesluit (een aanduiding van het gebate gebied en de mate waarin deaan de voorzieningen verbonden lasten zullen worden verhaald), maar daarnaast ook een aanduidingvan de voorzieningen van openbaar nut en een begroting van kosten en opbrengsten.Deze bepalingen (en enkele andere, zoals de aankondiging dat een exploitatieovereenkomst zalkunnen worden aangeboden) vormen ook de onderscheidende kenmerken van het aangevulde bekosti-gingsbesluitten opzichte van het 'gewone' bekostigingsbesluit. Het aangevulde bekostigingsbesluitwordt, met behulp van deze bepalingen, ook een kader voor het kostenverhaal door de gemeente.Een begroting van de opbrengsten is opgenomen om de exploitant inzicht te verschaffen in de opalle (dus ook de gemeentelijke) gronden te verhalen kosten. Dit inzicht kan ook de bereidheid van deexploitant tot betaling van de bijdrage vergroten. De exploitant kan dan immers zelf de redelijkheidvan het hem of haar in rekening gebrachte bedrag inzien.Uitgegaan wordt van de situatie dat de gemeente het gebied in zijn geheel tot exploitatie brengt; deberekening is daarom gestoeld op de fictieve situatie dat de gemeente alle benodigde gronden heeftverworven en alle kosten omslaat over die gronden, gedifferentieerd naar objectief bepaalbare factorenals ligging, bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid. Ook is het mogelijk middels tariefsdifferentiatiebebouwde gronden minder te belasten dan (nog) niet bebouwde grond.