HOME  |  Bestuur en Organisatie  |  Verordeningen en regelingen  |  Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Nunspeet 2015

Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Nunspeet 2015

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Nunspeet
Officiële naam regelingVerordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Nunspeet 2015
CiteertitelVerordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Nunspeet 2015
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpLoonkostensubsidie Participatiewet

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Artikel 6 Participatiewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-01-2015 n.v.t. nieuwe regeling 27-11-2014 Gemeenteblad 09-12-2014 R.3636

Tekst van de regeling

De raad van de gemeente Nunspeet;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28-10-2014;

gelet op artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet;

gezien het advies van de commissie Maatschappij en Middelen;

besluit: vast te stellen de Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Nunspeet 2015.

Artikel 1.. Begrippen

Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet.

Artikel 2.. Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort

  1. 1.

    Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie.

  2. 2.

    Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:

    1. a.

      een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;

    2. b.

      die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en

    3. c.

      die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.

  3. 3.

    Het college kan voor advisering met betrekking tot het oordeel of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie gebruik maken van een externe organisatie. De externe organisatie neemt daarbij de in het tweede lid neergelegde criteria in acht.

Artikel 3.. Vaststelling loonwaarde

  1. 1.

    Het college gebruikt de in de bijlage omschreven wijze om de loonwaarde van een persoon vast te stellen.

  2. 2.

    Het college kan voor advisering met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde van een persoon gebruik maken van een externe organisatie. Deze externe organisatie maakt gebruik van gecertificeerd personeel en neemt daarbij de in de bijlage omschreven methode in acht.

Artikel 4.. Inwerkingtreding en citeertitel

  1. 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.

  2. 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Nunspeet 2015.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27-11-2014.

Bijlage Bijlage bij artikel 3 - wijze waarop loonwaarde wordt vastgesteld

Voor de bepaling van de loonwaarde maken wij gebruik van een methodiek die voldoet aan de eisen die worden gesteld in de algemene maatregel van bestuur (Besluit Loonkostensubsidie) en ook aan de eisen van de ministeriële regeling. In dit Besluit wordt geregeld wanneer iemand nog mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en tot de doelgroep loonkostensubsidie. Daarnaast worden in het besluit uitgangspunten benoemd die landelijk moeten gelden in verband met een zorgvuldige loonwaardebepaling. Ook bevat dit besluit mede de basis voor een ministeriële regeling met nadere eisen waaraan methodes voor loonwaardebepaling moeten voldoen zolang in de regionale Werkbedrijven hierover geen afspraken zijn gemaakt. In de regio Stedenvierkant worden afspraken gemaakt over de wijze van loonwaardemeting die regionaal wordt vastgesteld. Zodra in het regionaal Werkbedrijf afspraken tot stand zijn gekomen over minimumeisen, treden deze, na akkoord van het Ministerie, voor de betreffende regio in de plaats van de eisen die in de ministeriële regeling zijn geformuleerd. De wijze van loonwaardemeting zal als bijlage bij deze verordening worden gevoegd.

Er ligt dus in deze verordening geen concrete wijze van loonwaardemeting maar er wordt vastgesteld dat de methode gebruikt gaat worden die regionaal wordt afgesproken en goedgekeurd is aan de eisen van het ministerie. Hiervoor is gekozen omdat de AMvB pas in december 2014 wordt verwacht en ook daarna een keuze voor een loonwaardemetingsysteem door de regio gemaakt wordt. Op deze wijze kunnen we toch deze verordening afronden.

Toelichting

Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de gemeenteraad bij verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en de loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen:

  1. -

    de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, en

  2. -

    de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.

Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet die mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet).

Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college in beginsel de loonwaarde van die persoon vast (artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet). Hiervoor is geen aanvraag vereist. De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen.

De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie - verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet).

In deze verordening gaat het om een andere vorm van loonkostensubsidie dan de vorm van loonkostensubsidie zoals omschreven in de re-integratieverordening. De loonkostensubsidie zoals beschreven in deze verordening kan uitsluitend worden ingezet als de persoon in kwestie behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet: mensen met een arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van loonkostensubsidie is niet per definitie tijdelijk, maar kan indien nodig voor een langere periode worden ingezet. Met dit instrument compenseert de gemeente werkgevers voor de verminderde productiviteit van de werknemer (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 60).

Artikelsgewijze toelichting

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder behandeld.

Artikel 1. Begrippen

Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen begripsomschrijvingen opgenomen.

Artikel 2. Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort

In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij:

  1. -

    personen die algemene bijstand ontvangen;

  2. -

    personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdeel b, artikel 35, vierde lid onderdeel b, artikel 36, derde lid, onderdeel b van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet is verleend;

  3. -

    personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet;

  4. -

    personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en

  5. -

    personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan college is om vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te stellen op welke wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren en of loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 62). In artikel 1, tweede lid, is vastgelegd welke criteria daarbij in acht genomen worden. Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet. Daarin is immers wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie vastgelegd.

Bij de vaststelling op iemand behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie kan het college zich laten adviseren door een externe organisatie. Het college draagt personen voor die zouden kunnen behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie, de externe organisatie adviseert en neemt daarbij eveneens de in het tweede lid neergelegde criteria in acht. Op basis van het advies beslist het college of iemand tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Alleen als sprake is van een onzorgvuldige totstandkoming van het advies, kan besloten worden het advies niet te volgen.

Artikel 3. Vaststelling loonwaarde

In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het college de loonwaarde van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen aanvraag vereist. Bij de vaststelling van de loonwaarde kan het college zich laten adviseren door een externe organisatie. Deze externe organisatie adviseert het college met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde van een persoon. De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. In de bijlage bij artikel 3 wordt de methode die het college gebruikt om de loonwaarde van die persoon te bepalen omschreven. Als een dienstbetrekking tot stand komt, verleent het college loonkostensubsidie aan de werkgever met inachtneming van artikel 10d van de Participatiewet.