HOME  |  Bestuur en Organisatie  |  Verordeningen en regelingen  |  Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning gemeente Nunspeet 2002

Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning gemeente Nunspeet 2002

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Nunspeet
Officiële naam regelingVerordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning gemeente Nunspeet 2002
CiteertitelVerordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning gemeente Nunspeet 2002
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
01-01-2003 n.v.t. Nieuwe regeling 28-11-2002 Huis aan Huis, 11-12-2002 benw 20-11-2002

Tekst van de regeling

De raad van de gemeente Nunspeet;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 november 2002,

nr. 60.

gezien het advies van de raadscommissie Algemeen Beleid en Economische Zaken van 7 oktoberen 14 november 2002;

gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;

b e s l u i t :

vast te stellen de volgende

Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning gemeente Nunspeet 2002.

Hoofdstuk 1. Nieuw Hoofdstuk

Paragraaf 1. Ambtelijke bijstand

Artikel 1
  • 1

    Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een verzoek om:a. feitelijke informatie van geringe omvang;b. inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn.

  • 2

    Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie zoals bedoeld onderhet eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.

  • 3

    Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand bij het opstellen van voorstellen,amendementen en moties, of andere bijstand.

  • 4

    De bijstand, zoals bedoeld in het derde lid, wordt verleend door de griffier. Indien de gevraagdebijstand niet door de griffier kan worden verleend, kan de griffier de secretaris verzoekenéén of meer ambtenaren aan te wijzen die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.

  • Artikel 2
  • 1

    Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris ambtelijke bijstand tenzij:a. het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op dewerkzaamheden van de raad;b. dit het belang van de gemeente kan schaden.

  • 2

    De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt.

  • 3

    Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd, deelt de secretaris dit metredenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.

  • Artikel 3

    Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt geweigerd, kan degriffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeesterbeslist zo spoedig mogelijk over het verzoek.

    Artikel 4
  • 1

    Indien een raadslid niet tevreden is over de door een ambtenaar verleende bijstand, doet hijof de griffier hiervan mededeling aan de secretaris.

  • 2

    Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossingleggen zij de zaak voor aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijkover de zaak.

  • Artikel 5

    De secretaris houdt een register van de verleende ambtelijke bijstand zoals bedoeld in artikel 1,derde lid, bij, waarin per verzoek om bijstand aan de reguliere ambtelijke organisatie wordt opgenomen:a. welk raadslid om bijstand heeft verzocht;b. over welk onderwerp om bijstand is verzocht;c. welke ambtenaar de bijstand heeft verleend;d. hoeveel tijd het verlenen van de bijstand heeft gekost;e. de reden waarom een verzoek is geweigerd.

    Artikel 6

    De secretaris verstrekt de desbetreffende portefeuillehouder in het college desgewenst een afschriftvan dan wel inzage in het verzoek uit het register.

    Artikel 7
  • 1

    Een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijk bijstand of de inhoud van het gegevenadvies geheim wordt gehouden.

  • 2

    Indien het college of leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijkebijstand of de inhoud van het gegeven advies, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot hetbetrokken raadslid.

  • Paragraaf 2. Fractieondersteuning

    Artikel 8
  • 1

    De fracties, zoals bedoeld in artikel 5 van het Reglement van orde voor de gemeenteraad vande gemeente Nunspeet 2002, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkomingin de kosten voor het functioneren van de fractie.

  • 2

    Deze bijdrage bestaat uit een vast deel voor elke fractie. Daarnaast ontvangt elke fractie eenbedrag per raadszetel. De hoogte van deze bedragen wordt jaarlijks vastgesteld in de begrotingvan de gemeente Nunspeet.

  • Artikel 9
  • 1

    Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerenderol te versterken.

  • 2

    De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:a. uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen;b. betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijkepersonen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverdten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie;c. giften;d. uitgaven die dienen bestreden te worden uit vergoedingen die de leden ingevolge hetrechtspositiebesluit raads- en commissieleden toekomen.

  • Artikel 10
  • 1

    De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, voor 31 januari van een kalenderjaar, als voorschotop dat kalenderjaar verstrekt.

  • 2

    In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden, wordt het voorschot verstrekt voor de maandentot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maandwaarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt, wordt het voorschotverstrekt voor de overige maanden van dat jaar.

  • Artikel 11
  • 1

    Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen verandert, wijzigt de bijdrage.a. Bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand na de maand waarin deeerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt.b. Bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand waarin de eerste vergaderingvan de nieuw gekozen raad plaatsvindt.

  • 2

    Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 8, tweede lid, vastgestelde bijdragevoor de oorspronkelijke fractie verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid vanhet aantal bij de splitsing betrokken leden.

  • 3

    Bij splitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke fractie verstrekte voorschot verrekendovereenkomstig de verdeling die volgt uit het tweede lid.

  • Artikel 12

    De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de bijdrage toekomend aan eenfractie ter besteding door die fractie in volgende jaren. De reserve blijft na de verkiezingen beschikbaarvoor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar hetoordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd. Bij splitsing van eenfractie wordt de reserve verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bijde splitsing betrokken leden.

    Artikel 13
  • 1

    Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een kalenderjaar - voor het eerst over2003 - aan de raadscommissie Middelen, Sport en Toerisme verantwoording af over de bestedingvan de bijdrage voor fractieondersteuning onder overlegging van een verslag.

  • 2

    De raadscommissie Middelen c.a. stelt na ontvangst van het verslag de bedragen vast van:a. de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar uit de bijdrage bekostigd zijn;b. de hoogte van de reserve.

  • Paragraaf 3. Slotbepaling