HOME  |  Bestuur en Organisatie  |  Verordeningen en regelingen  |  Verordening op de rekenkamercommissie Elburg-Oldebroek-Putten-Nunspeet

Verordening op de rekenkamercommissie Elburg-Oldebroek-Putten-Nunspeet

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Nunspeet
Officiële naam regelingVerordening op de rekenkamercommissie Elburg-Oldebroek-Putten-Nunspeet
CiteertitelVerordening op de rekenkamercommissie Elburg-Oldebroek-Putten-Nunspeet
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerprekenkamercommissie ENOP

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, artikel 81 oa

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

reglement van orde

 

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
13-06-2012 n.v.t. nieuwe regeling 31-05-2012 Nunspeet huis aan huis, 12-06-2012 R.0002324

Tekst van de regeling

Verordening op de rekenkamercommissie Elburg-Oldebroek-Putten-Nunspeet

De raad van de gemeente Nunspeet;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 mei 2012, nr. 227;

gelet op artikel 81oa van de Gemeentewet;

b e s l u i t :

vast te stellen de ‘Verordening op de rekenkamercommissie Elburg-Oldebroek-Putten-Nunspeet’

 

Artikel 2. Gemeentelijke rekenkamercommissie

  1. 1

    Er is een commissie die door de respectievelijke raden wordt ingesteld als de rekenkamercommissie van die gemeente.

  2. 2

    De rekenkamercommissies bestaan uit drie gezamenlijk namens de raden te werven externen.

Artikel 3. Benoeming leden

  1. 1

    De raden benoemen de leden, waaronder de voorzitter.

  2. 2

    De voorzitter wordt benoemd van 1 juni 2012 tot 1 juni 2016. De overige twee leden worden benoemd van 1 juni 2012 tot 1 juni 2014. Aansluitend aan deze benoemingstermijnen vindt benoeming van respectievelijk de voorzitter en de overige twee leden plaats voor een periode van maximaal vier jaar met de mogelijkheid van een eenmalige herbenoeming voor een periode van nogmaals maximaal vier jaar.

  3. 3

    De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langstzittende externe lid op als voorzitter dan wel, als de overige leden een gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste externe lid in jaren.

  4. 4

    Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden van de rekenkamercommissie pleegt de raad overleg met de rekenkamercommissie.

Artikel 4. Eed

Ten aanzien van de externe leden is artikel 81g van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5. Ontslag en non-activiteit

  1. 1

    Een afzonderlijke raad kan één of meer leden op non-actief stellen.

  2. 2

    De gezamenlijke raden kunnen de leden ontslaan.

  3. 3

    Het lidmaatschap van een extern lid eindigt:

    a. op eigen verzoek;

    b. bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie;

    c. wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld of bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

    d. als het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;

    e. bij einde van de benoemingsperiode.

  4. 4

    De externe leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun functie te vervullen.

Artikel 6. Vergoeding voor werkzaamheden van de externe leden van de rekenkamercommissie

  1. 1

    De externe voorzitter en leden ontvangen een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de rekenkamercommissie.

  2. 2

    De vergoeding zoals genoemd in het eerste lid komt ten laste van het budget van de rekenkamercommissie.

  3. 3

    Ten aanzien van de vergoedingen en de onkostenvergoedingen van de leden is de verordening ex artikel 96 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7. Ambtelijk secretaris

  1. 1

    De raad benoemt de ambtelijk secretaris in overleg met de rekenkamercommissie.

  2. 2

    De secretaris staat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar taken terzijde.

  3. 3

    De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de rekenkamercommissie over de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht.

  4. 4

    De secretaris draagt zorg voor de agendaplanning, de verslaglegging en de vorming van dossiers.

Artikel 8. Reglement van orde

De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de raad.

Artikel 9. Onderwerpselectie en opdrachtverlening

  1. 1

    De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.

  2. 2

    De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie ter kennisneming aan de raad verstuurd.

  3. 3

    De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De rekenkamer bericht de raad binnen twee maanden in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Als de commissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.

Artikel 10. Werkwijze

  1. 1

    De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet.

  2. 2

    De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad en/of de raden tussentijds te informeren.

  3. 3

    De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te verstrekken.

  4. 4

    De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek.

  5. 5

    De commissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen zoals genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken.

  6. 6

    De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.

  7. 7

    Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen.

  8. 8

    De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het conceptonder-zoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede)voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt verder wie nog meer als betrokkenen worden aangemerkt.

  9. 9

    Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden.

Artikel 11. Budget

  1. 1

    De commissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen voor de uitvoering van haar taken.

  2. 2

    Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van:

    a. de vergoedingen aan de externe leden;

    b. de ambtelijk secretaris;

    c. interne onderzoeksmedewerkers;

    d. externe deskundigen die eventueel door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld;

    e. eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak.

     

  3. 3

    De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad.

Artikel 12. Inwerkingtreding

  1. 1

    De Verordening op de rekenkamercommissie Elburg-Oldebroek-Putten-Nunspeet vervalt met ingang van de in lid 2 bedoelde dag.

  2. 2

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag nadat zij op de voorgeschreven wijze is bekend gemaakt.

Artikel 13. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening op de rekenkamercommissie Elburg-Oldebroek-Putten-Nunspeet’.

Sluiting

Ondertekening

Vastgesteld ter openbare vergadering van 31 mei 2012,

de voorzitter,                                de griffier,

 

D.H.A. van Hemmen                J.L. van den Broek

Toelichting 1. op de ‘Verordening op de rekenkamercommissie Elburg-Oldebroek-Putten-Nunspeet’

Artikel 1

Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven. In deze verordening is ervoor gekozen de begrippen doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid (die in artikel 182 van de Gemeentewet zijn genoemd) niet in artikel 1 op te nemen. Wel wordt in deze toelichting uiteengezet wat onder deze termen wordt verstaan. Doelmatigheid is de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo gering mogelijke kosten worden bereikt. Bij doeltreffendheid gaat het erom of het resultaat van het beleid beantwoordt aan wat er met het beleid werd beoogd en de gestelde beleidsdoelen worden verwezenlijkt. Bij rechtmatigheid gaat het om het voldoen aan de wettelijke kaders en regelgeving. Het gaat dan vooral om wet- en regelgeving die direct van belang is voor de rechtmatigheid van de totstandkoming van de gemeentelijke baten en lasten.

Artikel 2

Wanneer gemeenten geen rekenkamer instellen, stellen zij op grond van artikel 81oa van de Gemeentewet regels vast voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie. De wet spreekt van een rekenkamerfunctie. De gemeenten Elburg, Nunspeet, Oldebroek en Putten hebben ervoor gekozen hun rekenkamercommissies gezamenlijk te bemensen (‘personele unie’). De samenwerking krijgt ook gestalte door vaststelling van zoveel gelijkluidende verordeningen en reglementen van orde.

Artikel 3

Benoeming geschiedt door de raden van de deelnemende gemeenten. De benoeming van de voorzitter en de leden lopen niet gelijk af, om te voorkomen dat de gehele commissie op hetzelfde moment aftreedt en de continuïteit hiermee in het gedrang komt.

Artikel 4

De verplichting deze eed of verklaring en belofte af te leggen vloeit voor de rekenkamer rechtstreeks voort uit artikel 81g van de Gemeentewet. Deze bepaling wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de externe leden van de rekenkamercommissie.

Artikel 5

Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid (of soms verplichting) hen op non-activiteit te stellen in bepaalde situaties. De onverenigbaarheid van functies met lidmaatschap van de rekenkamercommissie vloeit voort uit artikel 81o van de Gemeentewet.

Artikel 6

In dit artikel is de vergoeding vastgelegd die externe leden voor hun werkzaamheden ontvangen.

Artikel 7

De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een secretaris. Deze wordt ook door de raad benoemd. De rekenkamercommissie moet zelfstandig functioneren en in het derde lid is voorzien in een rechtstreekse verantwoordingsrelatie van de secretaris ten opzichte van de rekenkamercommissie.

Artikel 8

Artikel 81i van de Gemeentewet wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de rekenkamercommissie. In het reglement van orde moeten/kunnen zaken worden geregeld zoals de verhouding secretaris-voorzitter, de procedure die wordt gevolgd bij onderzoeken, hoe wordt omgegaan met verzoeken van derden om onderzoek te verrichten enzovoorts.

Artikel 9

De rekenkamercommissie moet onafhankelijk zijn en om deze onafhankelijkheid te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan kiezen.

De rekenkamercommissie kan op verzoek van de raad een onderzoek instellen, maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te willigen. Dit verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede lid van de wet expliciet genoemd. Doordat deze mogelijkheid uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er een bepaald gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Als de rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed gemotiveerd verzoek van de raad, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.

Artikel 10

Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar onderzoek over voldoende en relevante gegevens kan beschikken, is voorzien in de bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren. De rapporten van de rekenkamercommissie zijn in beginsel openbaar, maar op grond van de belangen zoals genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur kunnen rapporten of gedeelten daarvan als geheim worden aangemerkt. Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte partij de kans krijgt te reageren op een (nog niet gepubliceerd) ontwerponderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan de desbetreffende ambtenaren worden voorgelegd met de vraag de eventuele onjuistheden eruit te halen en het te corrigeren. Als dat van toepassing is, wordt de verantwoordelijke wethouder of het college de gelegenheid geboden om te reageren op de conceptaanbevelingen die de rekenkamercommissie verbindt aan de (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot brengt de rekenkamercommissie een definitief rapport naar buiten met bevindingen, conclusies en eventueel aanbevelingen.

Artikel 11

De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Ten laste van het budget worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht.

Artikel 12 en 13

Deze artikelen behoeven geen toelichting.