HOME  |  Bestuur en Organisatie  |  Verordeningen en regelingen  |  Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Nunspeet

Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Nunspeet

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Nunspeet
Officiële naam regelingVerordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Nunspeet
CiteertitelVerordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Nunspeet 2011
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerponderwijs
Eigen onderwerpruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet artikel 149

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
04-01-2012 n.v.t. nieuwe regeling 22-12-2011 Nunspeet huis aan huis 3-1-2012 R.2139

Tekst van de regeling

De raad van de gemeente Nunspeet;

gelezen het voorstel van het college van de gemeente Nunspeet, d.d. 14 december 2011, nr. 165.

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet

overwegende dat het gewenst is in aanvulling op de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuter-speelzalen en de Beleidsregels kwaliteit peuterspeelzalen nadere eisen te stellen aan de inrichting van peuterspeelzalen;

b e s l u i t :

vast te stellen de volgende verordening: Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Nunspeet 2011. 

Artikel 1. Begripsomschrijving

In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen.

Artikel 2. Groepsspeelruimte

  1. 1

    In een peuterspeelzaal is voor ieder kind minimaal 3,5 m² bruto-oppervlakte aan groepsspeelruimte beschikbaar.

  2. 2

    Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen.

Artikel 3. Nieuw Artikel

  1. 1

    De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende buitenspeelruimte.

  2. 2

    De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen:a. voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar;b. een oppervlakte van minimaal 3 m² bruto-oppervlakte per aanwezig kind;c. ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen. 

Artikel 4. Aanwijzing toezichthouders

  1. 1

    Burgemeester en wethouders zien toe op de naleving van de bij deze verordening gestelde regels.

  2. 2

    Burgemeester en wethouders wijzen de directeur van de GGD aan als toezichthouder.

Artikel 5. Onderzoek door de toezichthouder

  1. 1

    De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen of de instandhouding redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening.

  2. 2

    Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks of de exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening.

  3. 3

    Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van de bij deze verordening gestelde voorschriften.

Artikel 6. Vastleggen onderzoeksresultaten

  1. 1

    De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.

  2. 2

    Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder bij of krachtens artikel 2 en 3 gegeven voorschriften niet zijn of zullen worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.

  3. 3

    Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport.

  4. 4

    De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder, die een afschrift zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.

  5. 5

    De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de vaststelling daarvan openbaar.

  6. 6

    De toezichthouder stelt burgemeester en wethouders in kennis van de vaststelling van het rapport.

Artikel 7. Hardheidsclausule

Burgemeester en wethouders kunnen artikel 2 en 3 buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 8. Overgangsbepaling

Binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze verordening voldoet de houder van een peuterspeelzaal aan de voorschriften uit deze verordening.

Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel

  1. 1

    Deze verordening is vastgesteld bij raadsbesluit van 22 december 2011en treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking.

  2. 2

    Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Nunspeet 2011.

Sluiting

Vastgesteld in de openbare vergadering van 22 december 2011,

 

de griffier,                            de voorzitter, 

Toelichting 1

Algemene toelichtingOp 1 augustus 2010 is de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko) in werking getreden. Het doel van de Wko is om jonge kinderen in peuterspeelzalen en kindercentra een veilige en stimulerende omgeving te bieden. Met de inwerkingtreding van de Wko zijn alle gemeentelijke regelingen dus ook de bepalingen zoals genoemd in de Kadernotitie peuterspeelzaalwerk 2008-2011 van rechtswege komen te vervallen.

Een van de onderliggende doelstellingen van de Wko is de regelgeving over peuterspeelzalen te harmoniseren met de kinderdagopvang. Hierdoor ontstaat een landelijk kwaliteitskader voor zowel de peuterspeelzalen als de kinderdagopvang met minimum kwaliteitseisen. In de Wko zijn dan ook een aantal minimale eisen voor peuterspeelzalen vastgelegd en is ook aan de minister de bevoegdheid gegeven aanvullende regelgeving voor de kwaliteit in een Algemene maatregel van bestuur vast te leggen. Van deze bevoegdheid is tot op heden geen gebruik gemaakt omdat de partijen een convenant hebben afgesloten waarin de kwaliteitseisen door de houders van peuter-speelzalen nader zijn uitgewerkt.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2 - GroepsruimteIn dit artikel wordt bepaald dat voor elk kind 3,5 m² bruto-oppervlakte speelruimte aanwezig moet zijn. Speelruimtes moeten passend zijn ingericht voor spelen en rusten. Bij de inrichting van de binnenruimte moet rekening worden gehouden met zowel het aantal kinderen dat van een ruimte gebruik maakt als de leeftijd van de kinderen. Het gaat om het totale aantal vierkante meters die beschikbaar zijn in de groepsruimten. Dus de lengte vermenigvuldigd met de breedte van de ruimtes waar de kinderen spelen. Daarnaast is de houder van een peuterspeelzaal gehouden aan de eisen die zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit bevat bouwtechnische voorschriften waaraan alle bouwwerken minimaal moeten voldoen. Peuterspeelzalen vallen onder de categorie “bijeenkomstfunctie voor kinderopvang”. De eisen uit het Bouwbesluit hebben betrekking op veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu.

Artikel 3 - BuitenspeelruimteDit artikel geeft aan dat de buitenspeelruimte voor kinderen die gebruik maken van de peuterspeelzaal aangrenzend aan de peuterspeelzaal moet zijn gesitueerd. Evenals de binnenruimte moet de buitenruimte voor spel geschikt zijn en ingericht in overeenstemming met de behoeften en mogelijkheden van de kinderen. Ook voor de buitenspeelruimte geldt dat bij de inrichting rekening moet worden gehouden met het aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen die gebruik maken van de ruimte. De speelruimte bestaat per aanwijzing kind uit minimaal 3 m² bruto-oppervlakte. Met aanwezig kind wordt gedoeld op de in de peuterspeelzaal aanwezige kinderen, niet noodzakelijkerwijs buitenspelend.

Artikel 4 - Aanwijzing toezichthoudersDit artikel maakt burgemeester en wethouders verantwoordelijk voor de naleving van deze verordening. Burgemeester en wethouders wijzen de directeur van de GGD Gelre-IJssel aan als toezichthouder Dit is in overeenstemming met het systeem van de Wko. De directeur van de GGD oefent aldus toezicht uit onder het gezag van burgemeester en wethouders. Afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat een regeling van de bevoegdheden van de toezicht-houders, zoals het recht op het betreden van plaatsen, op het vorderen van inlichtingen en het inzien van schriftelijke stukken.

Artikel 5 - Onderzoek door de toezichthouderIn dit artikel worden drie soorten van onderzoek onderscheiden. In de eerste plaats onderzoekt de toezichthouder naar aanleiding van een aanvraag voor de exploitatie van een peuterspeelzaal of aan de voorschriften uit deze verordening zal worden voldaan. Daarnaast voert de toezichthouder jaarlijks regulier onderzoek uit bij bestaande peuterspeelzalen. Verder beschikt de toezichthouder op grond van lid 3 over de mogelijkheid om incidenteel onderzoek te verrichten naar de naleving van de voorschriften uit de verordening.

Artikel 6 - Vastleggen onderzoeksresultatenDe resultaten van het onderzoek uit artikel 5 worden door de toezichthouder schriftelijk vastgelegd in een inspectierapport. De toezichthouder zendt het ontwerp-inspectierapport aan de houder van de peuterspeelzaal. De houder wordt hiermee in de mogelijkheid gesteld een reactie te geven op de inhoud van het rapport. De toezichthouder moet de reactie van de houders als bijlage bij het rapport voegen. De houder zorgt er voor dat zowel de ouders van kinderen in de peuterspeel-zaal als het personeel inzage hebben in het inspectierapport van de toezichthouder. Uiterlijk drie weken na ontvangst maakt de toezichthouder het inspectierapport openbaar. Het ligt voor de hand dat de toezichthouder voor de openbaarmaking een breed toegankelijk medium kiest. Gedacht kan worden aan de mogelijkheden die het internet biedt. Van deze vaststelling worden burgemeester en wethouders door de houder op de hoogte gebracht. In de praktijk zal het veelal betekenen dat de toezichthouder het inspectierapport naar burgemeester en wethouders zendt.

Artikel 7 - HardheidsclausuleHet opnemen van een hardheidsclausule in deze verordening opent de mogelijkheid van burgemeester en wethouders om, in gevallen waarin toepassing van een artikel van de verordening een onbillijkheid van overwegende aard zou opleveren, artikel 2 en 3 buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken. Het afwijkende besluit van burgemeester en wethouders moet altijd binnen de doelstellingen van de verordening passen. De toepassing van de hardheidsclausule moet beperkt blijven tot individuele gevallen. Het gebruik van dit artikel is slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk.

Artikel 8 - OvergangsbepalingDe overgangsbepaling is opgenomen om houders van bestaande peuterspeelzalen de tijd en gelegenheid te bieden om aan de voorschriften zoals gesteld in de verordening te voldoen.

Artikel 9 - InwerkingtredingDit artikel spreekt voor zich.