HOME  |  Inwoner  |  Permanente bewoning

Permanente bewoning

1. Wat is permanente bewoning van een recreatieverblijf?

Permanente bewoning is de term die vaak gebruikt wordt voor het wonen in een recreatieverblijf.

2. Is permanente bewoning van recreatieverblijven toegestaan?

Nee. Het gebruik van recreatieverblijven wordt geregeld door het bestemmingsplan. Aan ieder perceel binnen de gemeente Nunspeet is een bestemming gegeven. Op de kaart van het bestemmingsplan staat per perceel de bestemming aangegeven. De voorschriften in het bestemmingsplan geven aan op welke manier het perceel gebruikt mag worden en welke bouwwerken toegestaan zijn.

In elk bestemmingsplan binnen de gemeente Nunspeet is geregeld dat recreatieverblijven alleen recreatief gebruikt mogen worden. In een recreatieverblijf wonen, ook al is het slechts voor een korte periode, is verboden. Tegen dit verboden gebruik van recreatieverblijven zal de gemeente Nunspeet handhavend optreden.

 De term 'permanent' werkt verwarrend. Het doet er namelijk niet toe of men kort of lang in het recreatieverblijf woont. Wonen in een recreatieverblijf in welke vorm dan ook (als studentenhuisvesting, huisvesting van arbeidsmigranten, na pensionering of ter overbrugging omdat men in afwachting is van een reguliere woning) is in strijd met de bestemming en dus niet toegestaan.

3. Waarom is permanente bewoning verboden?

Permanent wonen is niet gewenst, omdat het buitengebied voor iedereen toegankelijk moet zijn om te recreëren. Permanente bewoning van recreatieverblijven heeft tot gevolg dat minder recreatieverblijven beschikbaar zijn voor toeristen. Recreatieondernemers zullen daardoor nieuwe recreatieverblijven willen bouwen. Dit heeft verdere 'verstening' van het buitengebied tot gevolg. Daarnaast is permanent wonen in strijd met het bestemmingsplan. Ten slotte zijn de bouwtechnische eisen als ook de bestemmingsplanvoorschriften voor recreatieverblijven anders (lichter) dan die voor reguliere woningen. Ook daarom is het belangrijk dat in recreatieverblijven (die vaak niet geschikt zijn voor permanente bewoning) daadwerkelijk niet permanent wordt gewoond.

4. Waar kan ik zien of ik permanent in een vakantiehuisje mag wonen?

Het bestemmingsplan geeft aan of ergens wel of niet permanent gewoond mag worden. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Klantcontactcentrum van de gemeente Nunspeet via telefoonnummer (0341) 25 99 11. Ook kunt u op afspraak dagelijks in het gemeentehuis terecht van 08.30 tot 12.30 uur en op donderdag tot 20.00 uur.

5. Wat doet de gemeente Nunspeet tegen het wonen in recreatiewoningen?

Het beleid van de gemeente Nunspeet is erop gericht het bewonen van recreatieverblijven tegen te gaan. Er is geen sprake van een gedoogbeleid. In het verleden heeft ook de gemeente Nunspeet de nodige problemen ondervonden bij het optreden tegen het bewonen van recreatieverblijven. Om die reden heeft de handhaving enige tijd op een laag pitje gestaan. Het college van burgemeester en wethouders heeft desondanks in 2009 besloten de handhaving op projectmatige basis op te pakken. Op de verschillende parken in Nunspeet en de kernen Hulshorst, Vierhouten en Elspeet vinden controles plaats. Gevallen waar op basis van de controles een vermoeden van onrechtmatige bewoning ontstaat worden diepgaander onderzocht. De gemeente zal, voordat zij daadwerkelijk een dwangsomaanschrijving verstuurt, eerst een 'vooraanschrijving' of 'voorwaarschuwing' versturen. De vermeende bewoner wordt daarin uitgenodigd zijn zienswijze te geven.

6. Hoe pakt de minister onrechtmatig gebruik van recreatiewoningen aan?

Begin november 2003 heeft de toenmalige minister van Volkhuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) een voorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin geeft zij gemeenten drie mogelijkheden om een einde te maken aan het onrechtmatige gebruik van recreatiewoningen in bestaande situaties.

Ten eerste kunnen gemeenten in bepaalde bestaande situaties het bestemmingsplan wijzigen. De bestemming van het recreatiecomplex of de individuele woning wordt dan omgezet van 'recreëren' naar 'wonen'. Voorwaarde hiervoor is wel dat de woning(en) niet in een waardevol en/of kwetsbaar gebied ligt (liggen).

Ten tweede kunnen gemeenten in bestaande situaties een persoonsgebonden vergunning afgeven. De bestemming blijft dan 'recreëren' en de huidige bewoner mag met deze vergunning in zijn recreatiewoning blijven wonen. Deze vergunning vervalt in ieder geval zodra de huidige bewoner verhuist of komt te overlijden.

Ten derde kunnen gemeenten ervoor kiezen in bestaande situaties het verbod op het onrechtmatig bewonen van de recreatiewoning te handhaven en procedures in gang te zetten, die zullen leiden tot een gebruik overeenkomstig de recreatieve bestemming.

Gemeenten kunnen ook voor een combinatie van de mogelijkheden kiezen. Uiteraard is het beleid er ook op gericht om nieuwe, toekomstige situaties van permanente bewoning te voorkomen. Voor uitgebreide informatie over dit onderwerp en het beleid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (voorheen Ministerie VROM) kunt u terecht op de webpagina:  www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/recreatiewoningen

7. Welke wettelijke mogelijkheden zijn er voor het wonen in een recreatieverblijf?

Persoonsgebonden Omgevingsvergunning: De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) (artikelen 2.1 en 2.12 WABO) biedt burgemeester en wethouders, onder voorwaarden, de mogelijkheid om een persoonsgebonden omgevingsvergunning te verlenen waardoor het mogelijk wordt in een recreatiewoning te wonen (zie vraag 8).

Legalisatie: De gemeente kan besluiten de bestemming van de bewoonde recreatiewoning te wijzigen in een woonbestemming. Dit noemt men legalisatie. Daarvoor is een wijziging van het bestemmingsplan nodig waarvoor een planologische procedure (bestemmingsplanprocedure) doorlopen moeten worden. Zo'n procedure kent meerdere inspraakmomenten. Tegen een weigering, op een verzoek om een bestemming te wijzigen, kan niet worden 'opgekomen'.

Gedogen: het college is bevoegd om in een specifiek geval, na weging van alle betrokken belangen, te besluiten niet op te treden tegen het onrechtmatig bewonen van een recreatiewoning en kan in dat geval een persoonsgebonden gedoogbeschikking verstrekken. Tegen het weigeren van een gedoogbeschikking kan geen bezwaarschrift ingediend worden.

8. Wanneer wordt de omgevingsvergunning uit de artikelen 2.1 en 2.12 van de WABO verleend?

De WABO biedt het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid een persoonsgebonden omgevingsvergunning tot het bewonen van een recreatiewoning te verlenen. Voor de toepassing van deze mogelijkheid moet wel aan bepaalde voorwaarden worden voldaan. Deze voorwaarden zijn opgenomen in artikel 4 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Die voorwaarden zijn dat:

  • de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet (Bouwbesluit) aan een bestaande woning gestelde eisen;
  • bewoning in elk geval niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden;
  • de bewoner vóór, maar in elk geval op 31 oktober 2003, de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont;
  • de bewoner op 1 november 2003 meerderjarig was.

De vergunning geldt alleen voor de aanvrager en zijn met name genoemde huisgenoten die voldoen aan de genoemde voorwaarden. De vergunning is verder persoonsgebonden en vervalt in elk geval zodra de laatste bewoner voor wie de vergunning geldt, de bewoning beëindigt. Het betreft een bevoegdheid en dat betekent dat de gemeente niet verplicht is een vergunning te verlenen. De gemeente Nunspeet heeft al enkele vergunningen verleend. Tegen het weigeren of verlenen van de vergunning bestaat op basis van de Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheid om een bezwaarschrift in te dienen.

9. Klopt het dat onrechtmatige bewoning ook strafrechtelijk aangepakt kan worden?

Ja. Eind 2002 heeft het kabinet besloten om overtredingen van bestemmingsplannen strafrechtelijk aan te pakken. Het onrechtmatig bewonen van zomerhuisjes is zo'n overtreding. Sinds september 2004 vallen deze overtredingen onder de Wet op de economische delicten (WED) en daarmee onder het strafrecht. De geldboete kan bij toepassing hiervan - ook voor rechtspersonen - oplopen tot ruim € 45.000,--, terwijl de maximale geldboete die de kantonrechter kan opleggen ruim € 11.000,-- bedraagt. 

10.  Komen de Nederlandse regels voor recreatiewoningen overeen met Europese wetgeving?

Er is geen Europese regelgeving die de Nederlandse overheden verbiedt om maatregelen te treffen tegen het onrechtmatig gebruik van recreatiewoningen.

11.  Heeft het beleid alleen betrekking op recreatiecomplexen of is het ook van toepassing op individuele recreatieverblijven?

Het beleid heeft zowel betrekking op complexen van recreatieverblijven als op individuele recreatieverblijven.

12  Hoe om te gaan met bouwvergunningsvrij bouwen zodra recreatiewoningen permanent bewoond mogen worden?

Als voor een recreatiewoning de recreatieve bestemming is 'omgezet' in een woonbestemming (door middel van een herziening van het bestemmingsplan), is er op dat punt in het Besluit omgevingsrecht (Bor) geen belemmering meer aanwezig voor het bouwen van vergunningsvrije bouwwerken. Het is dan namelijk geen recreatiewoning meer. Vergunningsvrije bouwwerken zijn bijvoorbeeld aan- en uitbouwen, dakkapellen, overkappingen en bijgebouwen. 

Het Bor is niet van toepassing wanneer aan een bewoner van een recreatiewoning een vergunning of een beschikking is verleend. In dat geval is namelijk alleen het gebruik van de recreatiewoning tijdelijk omgezet. De bestemming in de bestemmingsplanvoorschriften blijft dan echter hetzelfde zodat vergunningsvrij bouwen niet mogelijk is.