Nunspeetse gezichten in coronatijd

Voor velen in de Nunspeetse samenleving is de coronacrisis een moeilijke periode. Ziekte, rouw, zorgen, eenzaamheid.

Al maanden houdt het coronavirus ons in de greep. Hoewel er gelukkig positieve berichten zijn over vaccins en sneltesten, is er nog steeds veel onzekerheid over hoe de komende tijd eruit gaat zien. Het raakt ons in ons gevoel van veiligheid en vertrouwen. De kleine en grote veranderingen die we meemaken zijn niet makkelijk. Voor al die gevoelens van stress, eenzaamheid en verlies moet ruimte zijn en erkenning. Aandacht hebben voor elkaar helpt.

Daarom plaatsen wij de komende weken miniportretjes van inwoners uit onze gemeente die vertellen wat hen heeft geraakt in deze tijd van corona.
Door middel van deze interviews willen we het delen van verhalen stimuleren, herkenning en troost bieden en mensen een zetje in de rug geven om aandacht aan elkaar te geven of zelf hulp te zoeken wanneer er niet voldoende aandacht is.

Heeft u hulp nodig of wilt u die geven? Kijk dan op de pagina hulp nodig of hulp bieden.



Miniportretten

Celeste Drost

Celeste Drost is 16 jaar en komt uit een gezin van 6. Ze is een leerling op het Nuborgh College Veluvine niveau TL en zit in leerjaar 4.

“Gelukkig was er in mijn gezin geen corona. Verder in de familie was er wel iemand, maar dat was het. Zelf ben ik niet heel erg bang om corona te krijgen, want ik ben nog jong en dan heb je er wel wat minder last van. Of merk je het gewoon niet.
Toen corona er net was, wist ik niet echt wat me te wachten stond. Ik zat toen in klas 3 en dat leerjaar was erg belangrijk voor mijn examenjaar. Voor mij was dat best lastig, want we hebben lesstof gemist die wel belangrijk was. Je had ook niet online les, maar moest zelf voor je schoolwerk zorgen en ja, heel veel leerlingen deden dat niet. Het was best gek dat we thuis zaten. Het leek ook wel beetje op een vakantie, alleen bleef je gewoon thuis.

Af en toe praten we thuis over corona en dan blijkt dat we soms andere meningen hebben. Mijn vriendinnen en ik praten ook wel eens over de maatregelen. Dan zeggen we wat we ervan vinden en krijg je ook discussies. Dan ga je er weer anders over denken.
Op mijn werk is het ook heel anders. Ik ben namelijk vakkenvuller. Je werkt de hele tijd met een mondkapje op, dat echt totaal niet fijn zit. Daarnaast heb ik astma, dus een mondkapje is lastig voor mij. Praten met mensen is ook heel anders en minder fijn.
Ik heb wel gemerkt dat ik voor veel dingen dankbaar moet zijn. Hier word je zo goed geholpen als je corona hebt. In andere landen is het echt heftig. Ik probeer van elke dag gewoon te genieten en op te passen met wat ik doe en waar ik heen ga. Ik kijk nu heel anders naar corona. Eerst dacht ik: oh, het valt wel mee. Tot ik veel op Instagram zag voorbijkomen en op Videoland een documentaire zag over corona. Nu denk ik toch wel: wees voorzichtig met wat je doet en houd afstand. Ik hoop dat corona snel weggaat en dat alles weer normaal wordt.”


Anne-Christien de Bruin

Ze is 15 en doet TL+ in leerjaar 4 op het Nuborgh College. Anne-Christien de Bruin woont samen met haar ouders en zusje en heeft eigenlijk weinig met corona te maken gehad tot nu toe.

“Bij ons in de familie is er nog niemand die corona heeft gehad. Bij ons thuis gaan we serieus om met corona en zijn we echt voorzichtig. Zo ben ik ook voorzichtig op school met hoeveel mensen ik in contact ben. Bang om corona te krijgen, ben ik niet echt. Wel lijkt het me gewoon heel erg naar om in quarantaine te moeten. Ook lijkt het me vervelend voor mijn familie als dat het geval is, dat ze dan hun dingen niet meer kunnen doen.
Toen wij voor school in quarantaine moesten, zat ik er best wel mee dat ik mijn vriendinnen niet meer vaak kon zien en dat ik ze niet meer mocht uitnodigen. De tijd thuis vond ik wel heel erg fijn, omdat ik mijn tijd zelf kon invullen. Ik hoefde geen rekening te houden met anderen. Toen wij thuis zaten van school hadden we wel huiswerk maar heel weinig online les. We moesten best wel heel veel alleen doen en ik had soms best wel heel lange dagen. Ik ging er vaak om 8.00 uur uit en stopte vaak rond 15.00 uur maar soms ook tot 16.30 uur. Wij hebben één toets gehad en die ging eigenlijk super slecht. Dat kwam doordat ik best wel veel stress had omdat we het binnen een bepaalde tijd moesten inleveren.
Nu zijn we weer een paar maanden verder en gaat het eigenlijk weer heel erg goed met school en doe ik alles weer op school. Wat ik het allerergste mis, is met familie en vrienden contact hebben. En ook mis ik het om een knuffel te kunnen geven aan iemand als diegene zich niet goed voelt. Ik mis ook het even een drankje kunnen doen met vrienden. Ik hoop dat het niet meer lang duurt voordat het weer normaal is.”

 


Jorinde van der Breggen

Jorinde van der Breggen woont met haar ouders, vier oudere zussen en haar oudere broer in Nunspeet. Ze is leerling op Nuborgh College Veluvine niveau TL en zit in leerjaar 4. Ze is 16 jaar.

“Gelukkig hebben geen mensen die heel dicht bij me staan corona gehad. Zelf ben ik niet heel erg bang om zelf corona te krijgen. Ik ben meer bang dat mensen om me heen die kwetsbaar zijn het oplopen.

Door corona kunnen er veel leuke dingen niet doorgaan en daar baal ik zeker van. Maar ik merk wel dat ik ook juist veel dingen zie waar ik heel dankbaar voor ben. Ik kan nog naar school en kan nog werken.  Thuis is er niet heel erg veel veranderd. Wel letten we gewoon goed op wat we wel en wat we niet doen en we praten met elkaar over corona.

In het voorjaar kregen we thuis les en dat vond ik niet fijn. Je zag je vriendinnen veel minder vaak en er werd minder goed uitgelegd.  

Het lastigst aan corona vind ik dat je afstand moet houden van mensen. Vooral het afstand houden van familie vind ik moeilijk. Wat wel fijn is dat ik er met vriendinnen over kan praten. Mijn vrienden zie ik op dit moment nog wel vaak. Ik mis vooral de feestjes en bij elkaar komen met familie.

Ik beleef deze periode wel als moeilijk, want er zijn veel dingen die niet kunnen en veel mensen die verdriet hebben. Ik heb in deze periode wel gemerkt dat er veel mensen zijn die voor me klaarstaan. In het voorjaar hoorde je wel dat het waarschijnlijk lang zou duren maar dat besefte ik nog niet echt. Nu hoop ik gewoon dat het niet meer al te lang duurt. Ik probeer gewoon van elke dag te genieten en te lachen met vrienden.”

 


Marinda Haze

Marinda Haze (15 jaar) is leerling op het Nuborgh College Veluvine. Ze zit in haar examenjaar van het vmbo. Ze woont in samen met haar vader, moeder en broertje.

“In het begin van de coronacrisis had ik niet het gevoel gehad dat het virus heel erg dichtbij kwam. Nu merk ik wel dat er meer mensen zijn die ik ken die te maken krijgen met corona. Zelf ben ik niet bang om corona te krijgen. Ik zou het alleen wel eng vinden dat ik, als ik corona heb maar geen klachten heb, ik mensen besmet die kwetsbaar zijn, en ik het zelf dus niet door heb.

Toen we in het voorjaar thuis kwamen te zitten van school heb ik het wel lastig gevonden om geen les te krijgen. Steeds had ik in mijn achterhoofd: ik moet volgend jaar wel mijn examen maken en als ik nu zo veel mis, slaag ik dan wel?
Ik heb het erg lastig gevonden om thuis les te krijgen. Ik vind het veel fijner dat ik structuur heb en gewoon naar school kan. Thuis heb je toch wel sneller dat je denkt: het komt wel. Op school móet je verplicht de lessen volgen. Ik heb ook liever dat ik dingen uitgelegd krijg van docenten dan dat ik alles zelf een beetje moet uitzoeken, omdat ik bang ben dat ik het dan niet goed doe.

Thuis vinden we het wel erg belangrijk dat we goed 1,5 meter afstand houden van andere mensen, bijvoorbeeld als er boodschappen worden gedaan. Het lastige van corona vind ik dat je niet samen kan zijn met je hele familie. Ik heb een hele hechte grote familie en ik mis de momenten van gezellig samen zijn wel heel erg. Verder vind ik het lastig dat ik niet kan werken. Ik werk in de horeca en die zit nu dicht en dat mis ik heel erg. Gewoon even een praatje maken met de gasten en ze blij zien vertrekken.

Ik heb het vaak met vriendinnen over deze tijd gehad en we kunnen ook onze verhalen kwijt aan elkaar. Dat is heel fijn. Ik mis in deze tijd de gezellige avonden met vrienden weg. Ik hoop dat over een tijdje alles weer een beetje normaal is en dat we weer gezellig samen kunnen zijn.“

 


Marjan ten Wolde

Marjan ten Wolde is bijna 60 jaar en woont met hond Joris in Vierhouten. Ze is daar eigenaar van een gastenverblijf. Marjan houdt van koken, schilderen en bridgen en zingen bij een koor. Met haar man Frans runde ze jarenlang hotel-restaurant De Vossenberg. Ze stopten toen zijn gezondheid minder werd. 

“Ik had nooit kunnen bedenken dat iets als corona in Nederland zou komen én dat het zo’n impact zou hebben. In mijn directe omgeving heeft het coronavirus heftig toegeslagen. In maart overleed mijn man Frans en in april mijn schoonzus Rose-Marie, beiden aan corona. Kort daarvoor was haar man Ben overleden. In zes weken tijd hadden we in de familie te maken met drie sterfgevallen. Mijn schoonzus stond nog middenin het leven; mijn man en zwager hadden onderliggende ziektes en waren afhankelijk van hulp. 

Mijn man was in maart een van de eerste bewoners van Ittmanshof die corona kreeg. Ik vond het ontzettend moeilijk dat ik hem vanwege de strenge coronamaatregelen zo beperkt mocht bezoeken. Na zijn overlijden mochten wij niet zelf zijn kamer leeghalen. Ik kon met niemand van de verzorgenden over hem praten en zelfs zijn favoriete verpleegkundige kon ik niet bedanken.  

Na het overlijden van mijn man was ik bezorgd. Gedachten als: wie gaat er nog meer overlijden, word ik zelf ziek, kan ik niemand besmetten, beheersten mij dagelijks. In het begin was ik heel voorzichtig en maakte ik zelfs de boodschappen schoon. Gaandeweg leerde ik beter omgaan met corona. Als je de maatregelen opvolgt, heb je voor een deel zelf in de hand hebt of je corona krijgt. Hoewel je natuurlijk ook pech kunt hebben. Je leert ermee leven.

Ik kijk positief naar de toekomst. Ik kijk uit naar het voorjaar: dan kun je meer naar buiten en daar ook makkelijker mensen ontvangen.  Maar ik ben ook bezorgd over het perspectief van jongeren.  Voor hen wordt het ongetwijfeld moeilijker dan voor onze generatie waar het eigenlijk altijd beter ging. De coronacrisis kost veel geld, dat moet worden terugbetaald, dus er zal straks bezuinigd moeten worden. Starters, jonge ondernemers, middengroepen: voor hen zal het een tijd duren voordat zij deze schade achter zich kunnen laten. 

Wat ik sterk heb ervaren: niets is meer vanzelfsprekend, en juist de normale dingen waardeer je weer meer.”


Gijsbert Bronkhorst

Gijsbert Bronkhorst (50) is getrouwd met Marjon en heeft een dochter van 11: Karlijn. Hij werkt als boekhouder bij een groothandel in woondecoratie. Tijdens de eerste coronagolf werd Gijsbert ziek. Nu nog heeft hij dagelijks te maken met de gevolgen daarvan.

“Op vrijdagmiddag 20 maart krijgt het coronavirus mij te pakken. Binnen enkele minuten ben ik verschrikkelijk ziek. Op 31 maart word ik in kritieke toestand in het ziekenhuis opgenomen.

Weer thuis merk ik wat dit virus heeft aangericht: ik kan niet zelfstandig lopen, m’n spieren zijn erg verzwakt en ik heb geheugenverlies. Het besef dat het bijna mijn einde was, komt hard binnen. Thuis praten we hier veel over en ondanks dat ik nogal gesloten ben, praat ik er ook met anderen over. Dit doet me goed en helpt in het verwerken.

Na 2x 2 weken quarantaine mogen Marjon en Karlijn weer naar buiten. Zelf kan ik eind april voor het eerst zelfstandig een stukje buiten lopen.

Half mei zitten we weer in quarantaine. Ik heb hoge koorts en val flink terug in mijn herstel. Vanaf juni heb ik tweemaal per week revalidatietherapie en krijg ik voedingsadvies van een diëtiste. Ook thuis doe ik veel oefeningen.

Nu, ruim 8 maanden later, werk ik alle dagen een aantal uur en merk ik dat de revalidatietherapie me sterker maakt. Het blijft lastig om een goede balans tussen werk en privé te vinden. Doe ik het ene wat meer, dan gaat dat ten koste van het ander. Wat extra’s met therapie betekent de rest van de dag uitgeput op de bank hangen. Ook ben ik nog altijd erg kortademig. Na diverse onderzoeken is hier nog steeds niets voor gevonden.

Inmiddels hebben wij ons dagelijkse leven zo aangepast dat we drukke plekken vermijden en gericht boodschappen doen en winkelen. Terugkijkend overheerst de dankbaarheid dat de HEERE mij heeft gespaard. Ook zijn we blij met de hulp die we hebben gekregen en nog steeds krijgen. Vooruitkijkend is er nog een lange weg te gaan maar ben ik vol vertrouwen dat ik helemaal herstel.”


Janny van de Werfhorst

Janny van de Werfhorst is gehuwd en 57 jaar. Ze werkt als manager Kwaliteit & Veiligheid en is lid van het crisisteam bij WZU Veluwe.

“Gevoelens van onmacht, moeilijke beslissingen en rouw om het verlies van mensenlevens. Voor mij is de coronacrisis een heftige periode. Een groot aantal cliënten is overleden, twee dierbare collega’s en een vrijwilliger. Vreselijk.

Het is een onwerkelijke tijd. In het begin maakte de steeds wisselende berichtgeving vanuit het RIVM over beschermingsmiddelen, testen en inzet van medewerkers het lastig om beleid te maken. Als crisisteam hebben we geworsteld met dilemma’s. Het sluiten van de locaties in maart was een ingewikkelde en emotionele keuze. Welbevinden en veiligheid streden met elkaar.

Zelf werd ik begin april ziek. Ik had alle verschijnselen van corona, maar kon niet getest worden: de beperkte testen waren bestemd voor medewerkers in de directe zorg. Ik herstelde gelukkig vrij snel en kon weer werken, maar heb nog steeds klachten.

Dat ik niet naar onze locaties kon om met cliënten en medewerkers in gesprek te gaan, gaf mij een gevoel van onmacht. Ik moest op de been blijven om te coördineren en beleid te maken. Als lid van het crisisteam stond ik dag en nacht aan. En dan te bedenken dat er mensen waren die zich verveelden, terwijl zorgmedewerkers vele uren per dag werkten! Of het hamsteren. Dat je na een lange werkdag in de supermarkt geen vers fruit meer kon kopen, terwijl dat juist zo belangrijk was voor medewerkers in de zorg.

Wel mooi was dat zorgmedewerkers zo gewaardeerd en geprezen werden. En we kregen hulp uit onverwachte hoek: attenties en hulpmiddelen van particulieren en bedrijven uit de regio. Ik voel een grote verbondenheid met collega’s. We hebben allemaal hetzelfde doel: zorgen voor cliënten en bang zijn om hen te besmetten.

Gelukkig hebben we nu meer kennis van het virus. We kunnen testen en hebben voldoende beschermingsmiddelen. De crisis heeft mij geleerd dat niets maakbaar is. Zekerheden zijn onzekerheden geworden. Des te belangrijker dus om gezondheid en vrijheid te waarderen. Ik heb nog meer leren relativeren. En ik ben dankbaar dat ik een steentje mag bijdragen aan het bestrijden van het virus, ofwel de veiligheid van onze cliënten en medewerkers.”


Wim Visser

Hij woont in Nunspeet sinds 1981. Wim Visser (64 jaar) werkte bijna 35 jaar in het (speciaal) onderwijs toen hij in 2011 een eigen coachingbedrijfje startte. Hieruit begeleidt hij jongeren en ouderen met diverse problematieken, zoals rouwverwerking.

“Toen het coronavirus toesloeg in maart van dit jaar kwam het heel hard aan. De eerste berichten nam ik niet zo serieus. Toen het virus echter Nunspeet en omstreken bereikte en er zo veel mensen ernstig ziek werden en overleden, besefte ik te beter hoe ernstig deze epidemie was. Zelf werden m’n vrouw en ik ook ziek en een thuisquarantaine hield ons een paar weken volledig binnen.

Veel erger was het voor hen die op de ic terechtkwamen en overleden. Onder hen waren mensen die we (heel) goed hebben gekend. Voor een goede verwerking van het intense verlies is het zo goed dat er rust, tijd en ruimte is om alle emoties te uiten. Door alle coronamaatregelen merkte ik dat er een aanslag op al die punten werd gedaan. Een handdruk – zo belangrijk! – kon niet. Elkaar een poosje in de ogen kijken, kon niet. Even aangaan bij de familie of vrienden voor een meelevend bezoek was onmogelijk. Ik vond dat heel moeilijk en zwaar. Een klein gezelschap kon bij de begrafenisplechtigheid aanwezig zijn. Kleinkinderen konden soms niet mee… Terwijl voor een goede rouwverwerking – en het loslatingsproces daarna – de dagen rondom de begrafenis juist zo heel belangrijk zijn. Je wilt zo graag meeleven in de periode dat de schok zo groot is: Hoe kan het dat mijn man na zo’n kort ziekbed er niet meer is? Je wilt luisteren naar de verbijstering, de ontzetting: “Ik mocht er amper bij zijn toen hij stierf. Is die corona dan echt zo erg?” Je wilt zo graag jouw hand op die van de ander leggen die in diepe smart overblijft. In mijn boek ‘Als ik beroofd ben’ gaf ik al aan dat rouwen een moeilijk werk is! Zeker als er niet op een goede manier afscheid genomen kan worden. Daarom maak ik me echt zorgen voor de vele nabestaanden. Er is nog genoeg werk te doen in Nunspeet!”


Krijn Polinder

Krijn Polinder (72) is weduwnaar en heeft acht kinderen en 26 kleinkinderen. Zowel zijn vrouw als zijn jongste dochter kreeg corona. De gewezen veehouder heeft afgelopen jaar bijna traumatische momenten beleefd, maar ondanks dat heeft hij zich gedragen gevoeld. “En ik denk mijn vrouw en kinderen ook.”

“Op 28 januari bracht ik mijn vrouw naar Seewende. Vijf jaar daarvoor had ze de diagnose Alzheimer gekregen. De boerderij werd verkocht zodat ik dichter bij mijn vrouw kon wonen en kon mantelzorgen. Zes weken later werd ze ziek. Hoge koorts, inzinkingen, dan viel ze weer weg – we hebben twee keer gedacht: nu is het over. Maar ze klom steeds weer op. We mochten elkaar alleen vanachter het raam zien en spreken. Soms zongen we versjes. Je werd er niet goed van dat je niet bij haar mocht. Lichamelijk ging ze harder achteruit dan geestelijk. Dat moet haar gefrustreerd hebben; ze was de kloek van ons gezin. Ook in Seewende had ze steun aan God. Als ze het nodig had, stak ze haar handen gevouwen in de lucht. Ook de verzorging bad met haar. Maar ze had het feilloos door als er een regel werd overgeslagen!
Samen zijn we op 11 maart nog naar de kerk geweest. Het was Biddag. In Seewende werden vele ouderen ziek en er stierven later ongeveer 10 van hen.  Negen dagen later werd mijn vrouw heel erg ziek. Ze knapte wel op, maar werd niet meer de oude. Eind augustus stierf ze aan de gevolgen van een longontsteking.
Een week na het ziek worden van mijn vrouw, werd onze jongste dochter ziek. Zij is gehandicapt en woont in een woonvorm op Halfweg, Vierhouten. Ze ging direct met een groep van acht bewoners in isolatie. Ze bleef maar positief testen. Uiteindelijk mocht ze terug naar de groep. Gelukkig heeft ze er niets aan overgehouden.
De uitvaartdienst van mijn vrouw konden we gelukkig met zijn allen en omringd door vele dierbaren in de kerk houden.
Ik hoop dat we corona achter ons kunnen laten. Dit went nooit. Allemaal ervaren we de beperkingen en achteraf zullen we hier nog lang trammelant van hebben.
Hoe ik me staande heb weten te houden? Ik heb leren inzien dat alles betrekkelijk is. En we hebben ongelooflijk veel steun gehad van de mensen om ons heen. Daarnaast heb ik kracht gekregen van God, ik kan het niet verklaren. Er is iemand die hierboven staat. Dat biedt me houvast.”

 

Contact